Roosterperikelen als bedreiging van de kwaliteit van de rechtspraak

door IvorenToga op 03/12/2013

in Rechtspraak, strafrecht

Post image for Roosterperikelen als bedreiging van de kwaliteit van de rechtspraak

Met het plannen van strafzaken bij de gerechten is niet alleen veel tijd gemoeid. Het gaat ook gepaard met veel gedoe en veel spanningen. Eerst moet er een zittingsrooster gemaakt worden. Rechters moeten worden ingedeeld, er moet een griffier aan gekoppeld worden en een administratief medewerker. En ten slotte een vertegenwoordiger van het openbaar ministerie met bijbehorende juridische en administratieve ondersteuning. Iedereen heeft daarbij zo zijn voorkeuren, velen hebben te maken met particuliere nevenactiviteiten en iedereen natuurlijk met familiaire verplichtingen. Die voorkeuren zien niet alleen op de eigen agenda, maar zijn ook meer interpersoonlijk van aard, niet iedereen vormt met elkaar immers een gelukkige combinatie. Naast deze eigen voorkeuren heeft iedereen zijn of haar eigen specialisme(n): het behandelen van bijvoorbeeld fraudezaken, economische zaken, jeugdzaken en verkeerszaken. Ook op andere manieren kunnen zaakspakketten worden verdeeld. Bijvoorbeeld langs rechtbanklijnen als het gaat om zaken in hoger beroep of aan de hand van de politiedistricten bij het eerstelijnsparket. Ondertussen wordt het aantal zittingen per dag natuurlijk ook beperkt door de niet oneindig beschikbare zittingsruimtes, bodes, beveiligingsfunctionarissen en noem maar op.

Wanneer het rooster gereed is, moeten de zittingsdata nog met de advocaten worden afgestemd. Dat gebeurt op dit moment niet in alle strafzaken met als gevolg dat er zaken zijn die geen doorgang kunnen vinden omdat de advocaat na appointering door de rechter uiteindelijk blijkt niet beschikbaar te zijn. En als de zittingsdatum wel met advocaten wordt afgestemd, is dat niet altijd even makkelijk, zeker niet in de grotere zaken waarin men te doen heeft met meerdere advocaten. Vaak is planning in die zaken pas maanden na de onderlinge afstemming mogelijk.

De functionarissen die dit allemaal zo goed en zo kwaad als het kan proberen te organiseren zijn niet te benijden. Dat komt niet alleen door het vele en lastige werk dat ze moeten verrichten. Maar ook omdat het rooster en daarmee de roostermaker niet zelden worden gezien als de reden waarom de verschillende functionarissen binnen ZM en OM hun werk niet goed (genoeg) kunnen doen. Het inroosteren vlak na of vlak voor een vakantie of tijdens het behandelen van een grote zaak is een veel gehoorde klacht. Het menselijke element van het roosteren brengt bovendien mee dat sommigen hun zittingslast met anderen gaan vergelijken, daarbij zelfs de zittingen van collega’s tellen, en bij verschil erover klagen dat het rooster niet eerlijk is. Zolang men niet accepteert dat het rooster een complex proces is, waarin verschillen vaak een goede reden hebben en het afhandelen van zaken in een wat drukkere periode door vakantie of een grote zaak een kwestie van (zelf)organiseren is, blijven deze spanningen bestaan. Het bestaan van die spanningen is overigens nogal vreemd wanneer men beseft dat de roostermakers er uiteindelijk toch altijd wel voor zorgen dat rechters en ondersteuning worden uitgeroosterd wanneer zij door ziekte, werkdruk of tardief opgegeven particuliere nevenactiviteiten niet aan hun roosterverplichtingen kunnen voldoen.

Vanwege het ontbreken van de benodigde discipline om koste wat kost aan gemaakte roosterafspraken te voldoen, lijkt de rechtspraak niet anders te kunnen worden geroosterd dan op de ietwat amateuristisch aandoende wijze. De buitenwacht zal het waarschijnlijk verbazen dat een moderne organisatie die de strafrechtspraak beoogt te zijn, zichzelf nog niet voorzien heeft van een goed draaiend digitaal roosterprogramma. Een dergelijk programma is er wel, maar functioneert technisch niet naar behoren. Het zijn echter vooral de lastminute verzoeken van rechters en ondersteuning die maken dat in veel gerechten het indelen in het rooster uiteindelijk nog ouderwets in Excel gebeurt. Niet onbegrijpelijk is dat de rechtspraak, gegeven de hiervoor gememoreerde spanningen, langzamerhand tendeert naar een rooster voor steeds langere termijn. Er zijn volgend jaar zelfs gerechten waarin de medewerkers voor de zomer al de verhinderdata moeten opgeven voor het gehele jaar daarna. Het is al een jaren durende wens van het openbaar ministerie om reeds voor de zomer het complete rooster voor het gehele daaropvolgende jaar te ontvangen waarin niets meer gewijzigd kan worden. Die roosterpraktijk zal vanzelfsprekend de flexibiliteit voor diegenen die ingeroosterd moeten worden beperken en dat zal de roosterspanningen verder verdiepen.

Gebrek aan technische knowhow en het niet houden aan gemaakte afspraken leiden dus tot een moeizaam roosterproces. En die roosterproblemen hebben in strafvorderlijke zin zeer nadelige gevolgen: ze verhogen de kans op aanhoudingen én ze leiden tot verhoging van de wachttijden omdat zaken niet snel gepland kunnen worden vanwege de vele betrokkenen, de volle agenda’s en het beperkte zicht op die agenda’s. Zo beschouwd prevaleren persoonlijke wensen deels dus boven het wezenlijke strafvorderlijke uitgangspunt om strafzaken binnen redelijke termijn te behandelen. Voor zover de kwaliteit van de rechtspraak door werkdrukbeleving en financieringsstelsels bedreigd wordt, zijn dat dus niet de enige bedreigingen.

Het voorgaande maakt het aantrekkelijk om eens te kijken naar de roosterpraktijken van een andere grote werkgever: de KLM. Deze werkgever vervoert met 30.000 medewerkers per jaar zo’n 25 miljoen passagiers. Het behoeft denk ik weinig uitleg waarom het lastig is daar een rooster tot stand te brengen. Denk alleen al aan de vele honderden locaties waar medewerkers, passagier en niet vergeten de vloot zich op een willekeurig roostermoment bevinden. En vergeet ook niet de wettelijk rust- en verloftijden van de verschillende medewerkers waar rekening mee moet worden gehouden. Toch lukt het KLM naar ieders tevredenheid. Een aantal jaren geleden hebben een aantal vliegers met ICT-affiniteit daartoe zelf een digitaal roosterprogramma ontwikkeld omdat eerdere roosterpraktijken niet voldeden. Dat roosterprogramma biedt iedere medewerker de kans om een aantal vaste verlofdagen per jaar op te nemen en voor het overige kunnen ze tot negen weken van te voren verhinder-/voorkeursdagen opgeven waaraan ze een prioriteit kunnen koppelen. Vier weken van te voren ontvangen ze dan het definitieve rooster. Het resultaat is dat 95 % van die verzochte verhinder-/voorkeursdagen wordt gehonoreerd. Voor de strafrechtspraak moet dit zo op het eerste gezicht ook te realiseren zijn. Centraal functionerend voor de 1000 strafrechters en 1000 officieren van justitie en bijbehorende medewerkers, de 90.000 strafzaken en de pakweg 30 zittingslocaties. Aantallen waarvan ze bij de KLM niet zullen schrikken. Als ook de advocatuur daarin zou participeren behoren aanhoudingen vanwege hun verhindering wellicht tot het verleden en kunnen strafzaken die gereed zijn voor behandeling op veel kortere termijn gepland worden dan nu het geval is. Ondertussen kan rekening worden gehouden met ieders behoefte aan rust, verdieping en reflectie. En ook andere persoonlijke wensen kunnen worden gehonoreerd. Het systeem houdt zelf in de gaten of iedereen het aantal zittingen of zaken afdoet wat hij of zij beoogt af te doen.

Het zou naïef zijn om te denken dat dit op het eerste gezicht uiterst aantrekkelijke vergezicht, de rechterlijke roosterproblemen zullen oplossen. Het zou goed kunnen zijn dat de ijzeren discipline van piloten er juist voor zorgt dat bij de KLM digitaal inroosteren wel werkt. En omdat de roosterproblemen binnen de rechtspraak toch vooral hun oorzaak lijken te vinden in het feit dat het simpele adagium van “afspraak is afspraak” niet altijd wordt nageleefd moet van digitale systemen voorlopig niet te veel worden verwacht.

Gelet op de gevolgen op het vlak van de kwaliteit van de rechtspraak zou ik in dit stadium wel willen pleiten om eens te onderzoeken waardoor die verschillende manier van omgang met roosterverplichtingen nu wordt veroorzaakt. De roosterperikelen kunnen moeiteloos meegenomen worden in de vele onderzoeken over de relatie tussen kwaliteit, werkdrukbeleving en financieringsstelsel van en binnen de rechtspraak. Hypotheses zijn eenvoudig te formuleren. Een hypothese ligt voor de hand en dat is het verschil in aanstelling tussen piloten en rechters. Maar misschien is dat te makkelijk en vergt rechtspreken wel meer maatwerk op roostergebied dan het vliegen van A naar B. Of is de veiligheids-/kwaliteitscultuur binnen de rechtspraak toch niet zo sterk geïnternaliseerd als in de vliegerij en houden piloten zich daarom beter aan gemaakte afspraken dan rechters. Wie het weet mag het zeggen. En tot die tijd moeten we het leven van onze roostermakers vooral niet te zwaar maken, ook niet wanneer ze ons aanstaande lente gaan vragen wanneer we in 2015 op vakantie willen gaan. Zeker niet wanneer die roostermakers uiteindelijk aan 100% van de verlofverzoeken kunnen voldoen. Dat kunnen ze ons dan weer bij KLM niet nazeggen. Dat strafzaken daardoor worden vertraagd moeten we dan maar voor lief nemen, toch, of misschien toch niet?

Rick Robroek
Stafjurist Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, wetenschappelijk medewerker vakgroep Strafrecht RUG en rechter-plaatsvervanger rechtbank Limburg

Deze post is onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: