Royal Prerogative, Brexit en het Engelse High Court

door FTG op 07/11/2016

in Buitenland, Europa, Uitgelicht

Post image for Royal Prerogative, Brexit en het Engelse High Court

De bevoegdheid om het buitenlands beleid te bepalen hoort in Groot Brittannië, net als in Nederland trouwens, thuis bij de regering. Iets anders is de vraag of de regering voor de wijze waarop dat beleid gevoerd wordt door het parlement ter verantwoording geroepen kan worden. Het antwoord op die vraag is ja, alleen heeft de regering geen voorafgaande toestemming nodig van het parlement.

Met betrekking tot het opstarten van de artikel 50-procedure, om het uittreden van Groot Brittannië uit de Europese Unie in gang te zetten, ging de Britse regering er dan ook vanuit dat dit binnen, zoals de Engelsen dat noemen, de royal prerogative, zou vallen. Uit een uitspraak van het High Court blijkt dat dit niet het geval is (er is hoger beroep ingesteld bij het UK Supreme Court, dus het is nog even afwachten of dat oordeel in stand blijft).

Het High Court kwam kort gezegd tot zijn oordeel op grond van de volgende redenering. Het voeren van buitenlands beleid is inderdaad de bevoegdheid van de regering, maar het parlement is soeverein als het gaat om het maken van wetten en recht. Het uittreden uit de Unie betekent  onvermijdelijkerwijs het vervallen van regels van EU-recht en dus een wijziging van het in Groot Brittannië geldende recht. De artikel 50-procedure is onomkeerbaar, dus als die eenmaal gestart is, kan het parlement daar geen invloed meer op uit oefenen, bijvoorbeeld via de ministeriële verantwoordelijkheid. Er zou dus sprake zijn van een wijziging in de bestaande regelgeving, zonder dat het parlement daar invloed op heeft gehad. Dat is in strijd met het belangrijkste uitgangspunt van de Britse constitutie. Het starten van de artikel 50-procedure vereist daarom de instemming van het parlement, ondanks de onbetwiste prerogative van de regering als het gaat om buitenlandse betrekkingen.

De grenzen van de prerogative van de koning of de regering, worden van oudsher door koning of regering streng bewaakt. Aardig in dit verband was een reprimande die een Engelse minister namens het staatshoofd richtte tot het Lagerhuis. Het Lagerhuis wilde het misbruik van door de koningin verstrekte handelsmonopolies bespreken. De koningin had al kribbig laten weten dat ze niet wilde dat het Lagerhuis tijd zou verspillen aan zinloze moties of aan lange redevoeringen hierover. De minister voegde daaraan toe dat de Lagerhuisleden niet de gewaagdheid en arrogantie moesten hebben om het gebruik van de prerogative aan de orde te stellen en adviseerde het parlement dringend zich niet te bemoeien met zaken “neither pertaining to them, nor within the capacity of their understanding.”(Hallam , p. 254).

Dat is klare taal, zoals we die nog zelden horen! De bedoelde minister was overigens niet Theresa May, maar Nicholas Bacon (de Lord Keeper en vader van Francis). De naam van die Koningin was wel Elizabeth, niet Elizabeth II natuurlijk, maar Elizabeth I.

Een meerderheid van de huidige Lagerhuisleden is tegen de Brexit. Maar dat betekent niet dat een meerderheid ook zal stemmen tegen het starten van de artikel 50-procedure. Het is heel goed mogelijk om tegelijkertijd tegen een Brexit te zijn, maar ook voor het naleven van de uitslag van een (raadgevend) referendum. De parlementariër ziet zich dan gesteld voor de vraag welke van de twee belangen hij het zwaarst vindt wegen. Misschien wordt hij bij zijn beslissing hierover wel beïnvloed door meer egoïstische overwegingen, want er is de reële mogelijkheid dat hij bij een stem tegen de Brexit in zijn district niet meer herkozen zal worden.

In het House of Lords hoeven ze daar geen rekening mee te houden, want de leden daarvan worden niet gekozen. De anti-Brexit sfeer is daar nog sterker dan in de Commons. Het House of Lords kan geen wetgeving meer tegenhouden, maar wel enige tijd vertragen. Met betrekking tot dit probleem heeft de regering overigens een sterke kaart in handen: de bevoegdheid om peers te creëren. May kan dreigen zoveel nieuwe door haar zelf uitgezochte life-peers te benoemen dat ze verzekerd is van een meerderheid. Dit dreigement is al een oude truc en onder meer succesvol toegepast in 1832 (de Reform Bill 1832) en 1911 (de Parliament Act 1911).

In Nederland speelt met het Oekraïnereferendum iets soortgelijks als in Groot Brittannië, ook al is een Brexit veel verstrekkender dan het niet ratificeren van het associatieverdrag met Oekraïne. Een meerderheid van de Tweede Kamer is op zich voorstander van het verdrag. Maar het is op dit moment nog afwachten of een meerderheid ook zal willen afzien van het stemmen voor een intrekkingswet ter zake, want een aantal partijen wil de referendumuitslag respecteren. Dit tot groot verdriet van Rutte. Waarschijnlijk zou het voor hem wel prettig zijn als het een reële optie was om zelf ook de woorden van Bacon tot het Nederlandse parlement te richten. Het zou interessant zijn om te zien wat er zou gebeuren als hij dat inderdaad deed.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: