Rutte – Eerste Kamer: analyse in de rust

door GB op 10/01/2011

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Rutte – Eerste Kamer: analyse in de rust

Het armpje drukken tussen Rutte en de Senaat leent zich niet alleen voor voorbeschouwing en een klassieke scoring, je kunt er ook oneindig over analyseren. Wat gebeurt er nu precies? Als bijdrage aan de analyse een poging om een concept van de grote Mark Tushnet te toetsen op bruikbaarheid in de dynamiek van de Eerste Kamer. Het gaat dan om Constitutional Hardball. Hieronder wat stellig geformuleerde, maar desalniettemin zeer voorlopige gedachten.

Constitutional Hardball is de politieke strijd die zich nog wel binnen het harde staatsrecht afspeelt, maar waarbij het spel tegelijkertijd op een andere manier gespeeld wordt dan tot dan toe werd gedaan. De minder harde constitutionele spelregels, noem ze conventies of staatkundige praktijk, gaan wel op de schop. Het spel is feller, de inzet hoger. De winnaar zal flink aan macht winnen, de verliezer fors verliezen.

Tushnet koppelt Constitutional Hardball aan zijn theorie over Constitutional Orders. Met dat laatste bedoelt hij de fundamentele institutionele arrangementen, waaronder de autoriteit en de legitimiteit van de verschillende staatsrechtelijke spelers, maar ook de meer inhoudelijke opvattingen over de taak van de staat, de meest fundamentele en beschermwaardige rechten en de wijze waarop politiek bedreven wordt. De New Deal is een voorbeeld van een wisseling van de constitutionele orde: de taak en verantwoordelijkheid van de federale staat veranderde in belangrijke mate. En er werd behoorlijk ‘hardball’ gespeeld. Niet alleen trok de president het wetgevingsinitiatief naar zich toe, hij opende ook de aanval op het Supreme Court met zijn Court Packing plan. Strikt verboden waren zijn plannen om het Supreme Court uit te breiden niet, maar er bestonden wel degelijk grote constitutionele bezwaren tegen. Voor Tushnet hangt Constitutional Hardball zodanig samen met schuivende constitutionele panelen, dat Hardball ook een bewijs is van een dergelijke constitutionele transformatie.

De vraag is of de recente koerswijziging in de Senaat om scherper op de staatsrechtelijke wind te varen, inderdaad Constitutional Hardball is. Een daadwerkelijke verwerping van de begroting zou dat zijn, maar daar wordt tot nog toe alleen maar mee gedreigd. Tegelijkertijd is het aanvragen van een derde termijn om de minister-president de oren te wassen over de staatsrechtelijke positie van de Eerste Kamer ook niet bepaald gebruikelijk. Ik denk dat het openlijke politieke zelfbewustzijn in de Senaat wel onder Tushnets definitie zou kunnen vallen.

Maar welke elementen van de Constitutionele Orde staan er dan op het spel? Het institutionele deel is vrij duidelijk: als de Senaat Rutte inderdaad naar huis stuurt, dan is ons institutionele arrangement behoorlijk aangepast. We hebben dan een Senaat met de eigenzinnigheid van een volksvertegenwoordiging in een presidentieel stelsel maar met de machtige positie van een volksvertegenwoordiging in een parlementair stelsel. Hoe dat precies uitgewerkt zal moeten worden is nog onduidelijk. Een formatie die zich zowel op de Eerste als de Tweede Kamer richt? Of een gekozen minister-president?

De aanleiding voor het Hardball ‘van de overzijde’ is echter niet een machtsgreep van de Senaat. Het is een reactie op het Hardball dat de regering ingezet heeft. Dan doel ik op de wijze waarop de formatie is verlopen. Hoewel de formatieprocedure van soft staatsrecht aan elkaar hangt, is de meest recent gevolgde procedure toch duidelijk agressiever geweest, met opzijzetten van bijvoorbeeld de fatsoenlijkheid om het staatshoofd een consultatieronde te laten afmaken.

Het Hardball van de regering is vooral gericht op het wijzigen van de meer materiële elementen van de constitutionele orde: de opvatting over de taak van de staat en de wijze waarop tot nu toe politiek bedreven werd. De deelname van de PVV aan de coalitie institutionaliseert een wijze van politiek bedrijven die we in de periode daarvoor alleen in de marge tegenkwamen. En als ik er een ding uit mag lichten dat naar mijn idee de constitutionele orde fundamenteel raakt: het op politieke gronden uitsluiten van ‘de islam’ uit de vrijheid van godsdienst. Hoewel VVD en met name het CDA omzichtig hun handen proberen te wassen in een dunne gedoogconstructie, is de PVV met behoud van deze opstelling doorgedrongen in het centrum van de macht. Dat raakt de wijze waarop wij tot nog toe onze grondrechtenbescherming met een zekere vanzelfsprekendheid georganiseerd hadden: de rechter heeft de (deels onmogelijke) taak om zo neutraal mogelijk, maar in ieder geval onafhankelijk te bepalen wanneer een grondrecht aan de orde is. De wetgever is dan verplicht om te onderbouwen waarom een bepaalde beperking noodzakelijk is in de democratische samenleving.

Het Hardball dat de Senaat nu speelt is een reactie op het Hardball dat de regering al gespeeld heeft. De inzet van de Senaat is het behoud van de constitutionele orde die de regering wil aanpassen. Het is ook niet voor niets dat de Senatoren zich zo uitdrukkelijk telkens inhoudelijk tot de grote afwezige PVV proberen te richten. Voor wie partij wil kiezen: de afweging is dus tussen de institutionele wijziging van de constitutionele orde waar de Senaat op afkoerst tegenover de materiële wijziging van de constitutionele orde die dit huidige kabinet ingezet heeft.

De vraag is natuurlijk: wie er gaat winnen? Daar ligt een moeilijk punt in het concept van Tushnet. Als de Eerste Kamer straks terugkeert met een rechtse meerderheid dan is het Hardball van de zijde van de Eerste Kamer over. Als vervolgens de PVV en het CDA van interne ellende in elkaar storten en de PVV door de kiezer weer verlaten wordt, dan is er eigenlijk niets veranderd. De constitutionele orde is dan nog altijd hetzelfde. Was het dan – met terugwerkende kracht – geen Hardball? Om dit probleem te ondervangen heeft Balkin het concept geherdefinieerd: het is niet zozeer het resultaat wat telt, maar de intentie. Het gaat niet om het daadwerkelijke verandering van de constitutionele orde, maar om de wens daartoe.

Dat lijkt mij een terecht aanvulling. Dan kunnen we het concept nu al gebruiken: heftig constitutioneel spel wijst op een hoge inzet, de constitutionele orde.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 JU 11/01/2011 om 18:35

Prachtige post. Met dit soort concepten krijg je me zelfs om drie uur ’s middags al wakker. Misschien ook een aardige karakterschets voor het fenomeen Rita Verdonk?

Maar nu voor wat betreft de Senaat. De vraag die mij een beetje intrigeert is of de constitutionele arrangementen wezenlijk veranderen, zelfs als de Senaat tot het gaatje was gegaan en de begroting zou hebben verworpen. Het zou ongetwijfeld een mijlpaal in de constitutionele geschiedenis worden, maar “Change We Can Believe In”? Dit zou mijn voorzetje zijn:

Het debat over de positie van de EK wordt gekenmerkt door drie elementen: a) het antwoord op de vraag of er een vertrouwensrelatie tussen Senaat en kabinet bestaat is volstrekt onduidelijk, b) maar vrijwel iedereen accepteert wel dat het in elk geval theoretisch mogelijk is dat de Senaat feitelijk instrumenten inzet om aan een wantrouwensvotum vorm te geven, 3) zij het dat de Kamer daarvan doorgaans geen gebruik behoort te maken gelet op het primaat van de Overzijde.

Onduidelijkheid, Mogelijkheid en Terughoudendheid dus.

Verandert er nu wezenlijk iets als de EK het belastingplan van die arme Weekers door de gootsteen had gespoeld? Op het eerste gezicht zeker. De Kamer heeft het primaat van de Overzijde gelaten voor wat het is en alle onduidelijkheid weggenomen: wij kunnen een kabinet naar huis sturen. Hangt het vervolgens van het kabinet af of het de claim accepteert. Anderzijds: wat zou dat uitmaken voor het rechtsbewustzijn in literatuur en samenleving?

Weer drie kenmerken:

Wie op dit moment zegt dat de vertrouwensregel geen onderdeel is van de relatie tussen kabinet en Senaat, zal zich door een dergelijke actie denk ik, niet snel laten overtuigen, zelfs niet als het kabinet wijkt. Dan heeft de Kamer in strijd met het staatsrecht feitelijk een kabinet weggejaagd. Er zal dus debat en daarmee onduidelijkheid blijven (1). De mogelijkheid heeft de Senaat gedemonstreerd, daar hoeven we het niet over te hebben (2). En betekent dat ‘downplay’ dan dat het primaat van de Tweede Kamer naar de knoppen is? Ik vraag het me af. Ik kan me ook voorstellen dat de Senaat vervolgens weer tevreden terug in het hol kruipt. Strijd gestreden, terug naar de vertrouwde tweede violen. De werking van de vertrouwensregel, met andere woorden, als nucleaire optie. Een beetje zoals het Hof van Justitie zijn Factortamerechtspraak, en het BVerfG zijn Lissabon-Urteil inzet om wat nuttige angst te scheppen. De huidige situatie – niemand weet of de Senaat het tòch een keertje zal proberen en juist die onduidelijkheid als zwaard van Damocles boven het kabinet – verandert denk ik niet.

Mogen we het dan nog Hardball noemen?

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: