Saaie uitspraken?

door JAdB op 09/11/2009

in Rechtspraak

Ik lees met enige regelmaat uitspraken van de (bestuurs)rechter die nogal saai zijn. Dat ligt dan niet aan de schrijfstijl van de rechter. Veeleer komt het door de inhoud van de zaak. De feiten spreken voor zich, de aangevoerde argumenten zijn voor de hand liggend, en de uitspraak van de rechter is logisch. Wanneer de rechter in dit soort gevallen (bijvoorbeeld) een beroep ongegrond verklaart vraag ik me dan ook wel eens af wat het de appellant bezield heeft om überhaupt beroep in te stellen. De uitspraak van de rechter was immers zeer voorspelbaar, discussie daarover is niet mogelijk.

Maar: schijn bedriegt. Niet zelden gaat achter zo’n saaie uitspraak een bijzonder interessante juridische discussie schuil, maar blijft deze verborgen. Zo kan de discussie in de subsidiaire sfeer plaatsvinden. Toewijzing van een primair aangevoerde grond betekent dat aan de subsidiair gevoerde discussie niet meer wordt toegekomen. Bijvoorbeeld: ABRvS 28 augustus 2009, LJN BJ6909. Daarnaast is het mogelijk dat een rechter de “moeilijke” (maar interessante) argumenten overslaat omdat hij ziet dat een veel eenvoudiger argument tot hetzelfde resultaat leidt. Dat eenvoudiger argument wordt dan als eerste eruit gepikt. De rechter overweegt in dat geval iets in de trant van “Wat er ook zij van de ingewikkelde argumenten A, B en C, vast staat dat argument D sowieso hout snijdt. Over de andere argumenten hoef ik dan ook niet meer na te denken”). Zie bijvoorbeeld Hof Arnhem 7 juni 2005, AT7054: “De primaire grondslag van de vordering behoeft geen bespreking; de vordering is immers in elk geval toewijsbaar op grond van de subsidiaire basis.”

Een belangrijkere reden waarom een interessante discussie verborgen blijft, is denk ik gelegen in het navolgende.

Een discussie kan plaatsvinden in de processtukken en ter zitting, maar vervolgens niet in de overwegingen van de rechter terechtkomen. Dat wil niet zeggen dat de rechter hierover niet heeft nagedacht. Dat heeft hij waarschijnlijk wel. Maar op het moment dat de rechter eenmaal een kant van de discussie heeft gekozen, kan hij ervoor kiezen de uitspraak in die richting te schrijven waardoor deze discussie op de achtergrond raakt. Dat scheelt een hoop tijd. Kwade tongen beweren overigens dat deze praktijk de oorzaak is van de soms onbegrijpelijke verwijzingen in Schreuder-Vlasbloms (wetenschapper en rechter bij o.a. de Raad van State) handboek “Rechtsbescherming en bestuurlijke voorprocedure”. Dit handboek bevat een grote hoeveelheid verwijzingen naar uitspraken die soms niet relevant lijken. Je vraagt je dan af waarom naar de uitspraak wordt verwezen. De oorzaak hiervan is – nogmaals, zo wordt beweerd – dat Schreuder-Vlasblom weet welke discussies in de raadkamer zijn gevoerd, terwijl deze discussies vervolgens niet expliciet hun weerslag in de uitspraak hebben gevonden. De relevantie van de uitspraak is dan gelegen in wat er niet in staat. De gemiddelde lezer van het handboek heeft daar echter weinig aan.

Er kan dus meer spelen dan een uitspraak doet vermoeden. Oordeel bij het lezen van een uitspraak dan ook niet te snel dat de appellant kennelijk in een vlaag van verstandsverbijstering beroep heeft ingesteld, omdat de uitkomst van de procedure van tevoren al vast stond.

In sommige gevallen mag dat trouwens wel: zie de conclusie van onze geliefde Advocaat-Generaal Spier bij Hoge Raad 25 september 2009, LJN BJ 1709:

Aan – wat kennelijk is bedoeld als de kern van – de klachten (de onderdelen 9, 10 en 12 -13) valt geen touw vast te knopen. Voor zover ze ertoe beogen te strekken dat onder het hier toepasselijke oude recht aansprakelijkheid bestaat voor schade toegebracht door een of meer groepen waartoe de aangesprokene niet behoorde, berusten ze – evident – op een onjuiste rechtsopvatting.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: