Schuld is de beste gist voor de rechterlijke macht

door IvorenToga op 29/01/2013

in Rechtspraak

Post image for Schuld is de beste gist voor de rechterlijke macht

In mijn publicaties komen twee uitdrukkingen regelmatig terug. We zijn gebroken mensen en het werk breekt ons bij de handen af. De tweede is dat veel inzet en uitlatingen sterven in vrijblijvendheid. In deze opinie wil ik genoemde uitdrukkingen centreren rond het begrip schuld.

Schuld is geen geliefd gevoel. We geven wel graag een ander de schuld, aan dat fenomeen danken we de uitdrukking ‘zwarte pieten’. Onszelf de schuld geven is minder in zwang, zichzelf daarmee belasten wordt geassocieerd met neergedruktheid. Schuld vormt daarom niet zelden een zware last die we – zoals gezegd – het liefst via de beschuldiging op andermans schouder plaatsen. Begrijpelijk, zelfbeschuldiging levert mentale artrose in onze schouders en we kwellen onszelf niet graag. Daarom hebben we een klassiek woord als schuld vervangen door neutralere noties als verantwoordelijkheid, maar consequenties van een niet goed uitgeoefende verantwoordelijkheid worden zelden getrokken.

Toch kan het ook anders. Vanaf de geboorte is er een relationele schuld. Ouders die hun kind leren lopen, leerkrachten die ons leren lezen, werkgevers die ons werk bieden en salaris betalen, iemand die voor ons opstaat in de bus, de collega’s die ons werk overnemen bij ziekte. De rij aan relationele verplichtingen is schier eindeloos en minstens zo lang is de schuldenberg die ontstaat voor wat ons geschonken wordt.

Dat we niet alleen leven voor ons zelf en onze eigen belangen wordt bijzonder sterk zichtbaar in het rechterlijk ambt. Aan mij wordt een rechtszaak voorgelegd door de vervolgende overheid. Ik zet een handtekening onder het zogeheten appointement waarmee ik naar de samenleving, slachtoffers en verdachte de belofte doe dat ik op een bepaalde dag en datum de strafzaak zal berechten. Verdachte en slachtoffer mogen vertrouwen dat ik die belofte nakom. De op grond van die belofte ontstane hoop genereert mijn schuld om een billijk en snel oordeel te vellen en de behandeling van de strafzaak niet nodeloos aan te houden. De martelende onzekerheid die vaak ontstaat na het trauma van een misdrijf dient immers tot snelle rechtspraak leiden. Daarvoor wordt een complete gerechtelijke machinerie in werking gezet, waarbij de rechter de hoofdrol vervult, maar dit niet kan zonder een lange rij aan medewerkers. De schuld voor de rechter ontstaat door het levende organisme waar ook hij een onderdeel van vormt. De rechter moet invoelen hoe die werkomgeving en schaarse middelen functioneren en daar op in spelen; modieus heet dat omgevingsbewustzijn. Als een rechter louter op zijn eigen positie let infecteert hij het organisme van gerecht waarin hij werkt. Iedereen kan zich voorstellen dat een ragfijn samenspel van onderlinge schulden continu spanningen vertoont. In het leven en in het werk slaagt dan ook veel niet en is er sprake van oningeloste schulden.

Bij het falen, tekortschieten als schuldenaars, moeten we ons niet laten terneerslaan maar kunnen we schuld ook anders definiëren. Schuld is als gist die het menselijk bestaan doet rijzen. Schuld vormt een dagelijkse oproep tot omkeer, inkeer en tot anders handelen teneinde te voorkomen dat ons werk en leven in vrijblijvendheid afsterven. Het besef dat het werk ons elke dag bij de handen afbreekt kan ook solidariteit en verbondenheid genereren met alle lotgenoten die ook ploeteren.
Ik las laatst drie motto’s die ons handelen zouden kunnen bepalen: niet bij jezelf naar binnen gluren, niet bij een ander naar binnen gluren en niet bij jezelf uitkomen. In ons hoge ambt dient een rechter minder stil te staan bij zijn eigen behoeften en voorkeuren en niet teveel naar zijn eigen navel te staren. Voorts dient hij niet teveel te letten op andermans gebreken en tekortkomingen. Tot slot dient hij niet zijn eigenbelang na te streven, maar bovenal te letten op wat hij kan betekenen voor het instituut van de rechtspraak, dat nu eenmaal groter is dan hij zelf.

Concreet betekent mijn mensbeeld dat als een rechter zijn werk niet af heeft of meer tijd nodig heeft dan een collega, hij de oorzaak bij zichzelf dient te zoeken en niet anderen of de organisatie moet blameren. Als hij zijn eigen problemen niet kan oplossen en hij geen talenten kan aanboren om zijn eigen werk beter te organiseren, moet hij hulp vragen bij collega’s en de leiding. Op hun beurt zijn deze verplicht werk over respectievelijk weg te nemen. Zo simpel is het.

In een organisme kan niets en niemand zonder elkaar en grijpt alles op elkaar in. Het is eigen aan dit tijdsgewricht van individualisme dat we eigen schuld afwijzen en een schuldeloos bestaan willen. Maar de hoogste creatuur in deze schepping, de mens, dient schuld als een morele relatie te ervaren. Hoge ambtsdragers als rechters dienen hierin het voorbeeld te geven; wij bezitten naar elkaar en naar de samenleving een voorbeeldfunctie. Als we niet de status van een beroep ambiëren, als we niet als een ambtenaar gezien willen worden, dan moeten we continu zoeken naar een roeping, naar die gedrevenheid, die maakt dat we niet rekenen in aanstellingsuren en zittingslasten, maar denken in levenslange schulden. Om te voorkomen dat onze status, onze attitude en onze voorbeeldfunctie afsterven in vrijblijvendheid dienen juist rechters zich nog meer in te spannen om de aangegane schulden naar procespartijen, samenleving en collega’s in te lossen. Deze houding kent grote bevrediging omdat we ons daarmee dienstbaar maken aan het ambt. Ware vrijheid ontstaat pas bij dienstbaarheid en dankbaarheid.

Op nieuwjaarsdag schreef ik in mijn column voor dit blog dat het tij niet meezit. De ervaren spanningen in de rechterlijke organisatie zullen zich ongetwijfeld nog verder verdiepen. Daarom moet de 70 procent van de rechters geen wrevel voelen bij de 30 procent klagende en anoniem manifesterende rechters. Ook de rechterlijke macht vormt een afspiegeling van een ontevreden samenleving en daarom moeten we elkaar verduren en verdragen om de barsten niet verder te verdiepen. Natuurlijk kan ik pathetisch schrijven over de troost van het menselijk tekort, maar om huiselijker te eindigen: de humor ligt in elk paleis van justitie voor het oprapen: spot en vooral zelfspot zijn montere aanjagers voor een leefbare werkgemeenschap.

Rinus Otte
Hoogleraar rechtspleging RUG en senior raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Deze post is de onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 Hugo Arlman 29/01/2013 om 12:45

Rinus Otte heeft het zwaar. Hij torst de last van vele schulden met zich. Maar het schepsel Otte gebruikt zijn schuld als gist om de rechtspraak te doen rijzen. Prachtig. Een ieder doet er mee wat hij wil.
Jammer dat Otte het nodig vindt de andersdenkende medemens, zelfs andere onder schuld en misschien wel boete zuchtende rechters enkele steken onder water toe te dienen: “(… ) als een rechter zijn werk niet af heeft of meer tijd nodig heeft dan een collega, hij de oorzaak bij zichzelf dient te zoeken,” en “(…) moet de 70 procent van de rechters geen wrevel voelen bij de 30 procent klagende en anoniem manifesterende rechters.” Zij vormen ook onderdeel van “een ontevreden samenleving”. Vergeef hen Heer, zij weten niet beter. Echt een gristen, senior raadsheer Otte.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: