Senator Engels redt Staatscommissie Grondwet?

door GB op 25/01/2012

in Grondrechten, Haagse vierkante kilometer

Post image for Senator Engels redt Staatscommissie Grondwet?

In november 2010 publiceerde de Staatscommissie Grondwet haar advies over de noodzaak tot wijziging van de Grondwet. Bijna een jaar later veegde het kabinet alle wijzigingsvoorstellen van tafel, met uitzondering van de suggestie het bejaarde artikel 13 over het telegraafgeheim eens op te frissen. En nu probeert een deel van de Eerste Kamer te redden wat er te redden valt. Op 7 februari gaan leden van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken het debat aan met de nieuwe minister op het departement, mevrouw Spies. Vooruitlopend op dit debat heeft de commissie een flinke serie vragen aan de kersverse bewindsvrouw voorgelegd.

Vooral van de inbreng van D66-senator Engels, eerder getipt in de Staatsrecht Senator Stemwijzer, druipt het ongenoegen over de uiterst povere kabinetsreactie af. Inconsistenties worden door Engels pijnlijk blootgelegd: nagenoeg alle voorstellen van de staatscommissie worden met kwalificaties als ‘onvoldoende constitutionele rijpheid’, ‘geen dringende noodzaak’ en ‘weinig meerwaarde’ afgeserveerd, maar het voorstel om de beide Kamers met een derde te verkleinen – een voorstel dat prima facie aan geen enkel door het kabinet geformuleerd constitutioneel criterium voldoet – wordt gewoon in procedure gebracht. Het kabinet baseert zijn terughoudend naar eigen zeggen op het motto van (de in 1923 overleden) Struycken, “verander alleen datgeen, wat aan de natuurlijke ontwikkeling van het staatsleven dreigt in de weg te staan”. Met het nodige gevoel voor sarcasme vraagt Engels vervolgens om “een nadere uitleg van deze 100 jaar oude formulering, met name van de term ‘natuurlijke’”. In het vervolg van zijn vragen laat de D66-senator ook weinig heel van de kabinetsbezwaren tegen een algemene bepaling waarin is vastgelegd dat Nederland een democratische rechtsstaat is. Tevens kan in de inbreng van Engels zonder moeite een warm pleidooi voor modernisering van de artikelen 7 en 10 Grondwet en voor het opnemen van bepalingen over het recht op een eerlijk proces en het recht op toegang tot de rechter ontwaard worden.

Steun krijgt de D66-senator vooral van zijn collega’s van PvdA en ChristenUnie. Senator Koole (PvdA) wil onder meer weten hoe het kabinet denkt over invoering van constitutionele toetsing, het onderwerp waarover de staatscommissie niet mocht adviseren, en waarover zij dus een heel hoofdstuk van haar rapport volschreef. Daarnaast is hij oprecht bezorgd over de rechtsstaat, kritiek op de rechterlijke macht en de onverschillige omgang met minderheden. Senator Kuiper (CU) breekt op zijn beurt voorzichtig een lans voor het opnemen van het recht op leven in de Grondwet. Het feit dat hij collega-senator Holdijk van de SGP zelfs voor dit principiële thema niet meer meekrijgt, duidt wellicht op de definitieve breuk binnen ‘klein christelijk’ in de Senaat. Holdijk murmelt nog wel wat vage woorden over de maatschappelijke functie en toegankelijkheid van de Grondwet, maar wat echt opvalt is de nagenoeg totale afwezigheid van de senatoren van de gedoogcoalitie. De PVV en het CDA hebben überhaupt geen vragen gesteld, en de VVD-fractie stelt er voor de vorm eentje. Het is dus nog maar zeer de vraag of de minister het op 7 februari moeilijk gaat krijgen. Omwille van het opkalefateren van de drukpersvrijheid – zie de enige vraag van de VVD-fractie – zal toch echt geen bloed gaan vloeien.

{ 13 reacties… read them below or add one }

1 Martin Holterman 25/01/2012 om 16:17

My two cents:

Omdat al onze grondrechten uit Straatsburg komen en omdat ons overige staatsrecht voor een groot deel ongeschreven is, zie ik het nut niet in van al deze ideëen.

2 MW 25/01/2012 om 17:34

@Martin
Geheel mee eens. Het nut van onze grondwet bestaat in feite alleen uit artt. 93 en 94 Gw …..

3 Yoeri Roosendaal 25/01/2012 om 20:56

@ Martin Holterman en MW

Je kunt zelfs nog verder gaan. In wezen zijn de moeizaam geformuleerde artikelen 93 en 94 ook overbodig. Monisme is immers al door de Hoge Raad aanvaard in 1919 (Grenstractaat Aken) en voor de doorwerking van EU-recht zijn de artikelen 93 en 94 al helemaal irrelevant. De rest van de Grondwet heeft ook weinig nut. Verkiezingen? Kan prima in de Kieswet geregeld worden. Bevoegdheden parlement? Typisch iets voor de Reglementen van Orde. Rechtspraak? Wel eens van de Wet op de rechterlijke organisatie gehoord? Enzovoorts. De Grondwet: we kunnen wel zonder.

Maar toch. Als iemand op grond van het voorgaande betoogt dat de Nederlandse Grondwet een vehikel zonder waarde is en beter kan worden afgeschaft, heeft hij tenminste een consistent betoog. Dat is echter niet het betoog dat opeenvolgende regeringen hebben gehouden. Die meenden steeds dat het belang van de Grondwet wel gerelativeerd moest worden (vooral wanneer hen dat goed uitkwam), maar dat het tegelijkertijd toch ontzettend belangrijk is dat burgers kennis van de Grondwet als basis van al het goede, democratische en rechtsstatelijke hebben. Ons moest liefde voor de drukpersvrijheid en het telegraafgeheim worden bijgebracht, en we moesten allemaal weten hoe belangrijk het is dat algemene maatregelen van bestuur bij koninklijke besluit worden vastgesteld en ridderorden bij de wet worden ingesteld! Zo’n houding ontwaar ik ook bij het huidige kabinet wanneer het de staatscommissie affakkelt: ja, de Grondwet is ontzettend belangrijk, maar aan onderhoud gaan we niets doen (behalve dan dat we het parlement gaan aanpakken).

Dat de Grondwet een reliek aan het worden is – mede dankzij het bedenkelijke toetsingsverbod van artikel 120 – erken ik direct. Maar daaruit wil ik niet de conclusie trekken dat het nutteloos is in haar te investeren. Integendeel, graag zou ik zien dat de Grondwet wordt gemoderniseerd, bij de tijd wordt gebracht, dat de grondrechten een opfrisbeurt krijgen, de rechtsstaat wordt vastgelegd en het toetsingsverbod verdwijnt. Een eenvoudigere herzieningsprocedure is ook geen overbodige luxe. Waarom zou het feit dat internationaal en Europees recht vandaag de dag zo’n belangrijke rol spelen eigenlijk tot de conclusie moeten leiden dat een nationale Grondwet overbodig is? Ik heb die redenering eigenlijk nooit kunnen volgen. Zelfs niet bij een Europa dat zich in federale richting beweegt. In federale staten is het zeer gebruikelijk dat de deelstaten een eigen grondwet met eigen grondrechten hebben en in veel gevallen zelfs een eigen constitutioneel hof. Lap die Nederlandse Grondwet dus op!

De staatscommissie heeft, ondanks haar beperkte opdracht en interne verdeeldheid, een degelijk advies afgeleverd dat zeker het begin kan zijn van de noodzakelijke oplapbeurt die onze Grondwet verdient. En de staatscommissie verdient zeker meer dan de Donneriaanse schrobbering die zij nu krijgt.

4 MW 26/01/2012 om 09:27

@Yoeri,

Waarom pleit je eigenlijk niet voor afschaffing van de Grondwet en modernisering van het EVRM? Dat lijkt mij een consistent betoog.

5 Martin Holterman 26/01/2012 om 15:57

Twee opmerkingen: Ik heb de eer gehad om bij Ramses Wessel te promoveren, en dat had als toevallige consequentie dat ik me uitgebreid verdiept heb in de problematiek rond de Yusuf en Kadi zaak. Die zaak is voor mij nog problematischer dan voor Wessel, omdat ik vind dat het Gerecht van Eerste Aanleg het in die zaak bij het rechte eind had: Geen toetsing van resoluties van de Veiligheidsraad behalve aan ius cogens. Het gevolg daarvan is dat ik concludeerde dat de Europese rechter in deze zaak niet thuis had moeten geven; van een schending van ius cogens was evident geen sprake. Maar waar moeten ze dan wel hun recht halen? Wat mij betreft op nationaal niveau. In een complex systeem van multi-level governance moet de staat als ultieme garantie van de mensenrechten optreden. (Of dat voor elke zaak apart moet, of alleen in geval van systematische lacunae à la Solange, daar kunnen we het nog wel eens over hebben.)

Ten tweede: Om die functie te vervullen, en om überhaupt recht te kunnen maken, is een systeem van staatsrecht nodig. Maar er is geen enkele reden waarom dat staatsrecht in een enkel document moet worden neergelegd. In het VK, in Oostenrijk en in Israël bestaan een groot aantal “grondwettelijke wetten”, en in de VS, in het VK, in Israël en bij ons – en ongetwijfeld in vele andere landen ook – bestaat een groot deel van het staatsrecht uit ongeschreven recht. (Dan wel jurisprudentie dan wel staatsrechtelijke gewoontes.) Daar is geen enkel bezwaar tegen, tenminste niet in stabiele democratieën met een hoog niveau van “trust”. Je gaat pas proberen om het allemaal in één document dicht te timmeren als je – zoals West-Duitsland in 1949 – helemaal overnieuw begint. Als je, zoals wij, een democratie hebt die min of meer al 400 jaar bestaat, dan ga je niet onnodig met het staatsrecht rommelen. Niet door de grondwet subiet af te schaffen, noch door te proberen al het staatsrecht in de grondwet op te nemen.

De voorstellen die hierboven worden genoemd zijn natuurlijk maar klein, en de meesten zijn irrelevant omdat ze EVRM-rechten dupliceren. Dat ik dat opmerk betekent niet dat ik de hele grondwet wil afschaffen. In tegendeel.

6 MW 26/01/2012 om 18:00

@Martin,

Maar waarom zou je niet de grondwet afschaffen als je het EVRM al hebt in je rechtsorde? Uitwerkingen van de EVRM-rechten – om uitoefening ervan mogelijk te maken (positieve verplichtingen) – kunnen vervolgens in gewone wetten, zoals de Kieswet. Staatsrecht kan ook in gewone wetten zijn of worden opgenomen.

7 Martin Holterman 26/01/2012 om 18:44

Om maar even bij die Kadi-casus te blijven, hierom:

Article 103

In the event of a conflict between the obligations of the Members of the United Nations under the present Charter and their obligations under any other international agreement [zoals de EU verdragen of het EVRM], their obligations under the present Charter shall prevail.

Alleen de grondwet kan boven het VN handvest gaan. Of wou je grondrechten – zoals hier het recht op eigendom en op een eerlijk proces – in gewone wetten vastleggen? Want dan kun je ze net zo goed in de grondwet zetten/laten staan.

8 Yoeri Roosendaal 26/01/2012 om 20:01

@ MW

Om de simpele reden dat ik dat standpunt niet deel, nog afgezien van het feit dat ik het niet geheel consistent vind.

Zoals uit mijn eerdere reactie moge blijken vind ik het feit dat internationaal recht zo’n grote rol speelt geen enkele reden om de nationale Grondwet dan maar links te laten liggen. Integendeel, een vitale, bijdetijdse Grondwet in combinatie met internationaal recht vormt de beste waarborg voor een democratische rechtsstaat. Daaruit volgt niet (re: Martin Holterman; waar haal jij trouwens vandaan dat Nederland al 400 jaar democratie zou kennen? Zelfs dat ‘min of meer’ lijkt me niet houdbaar) dat ik al het staatsrecht in de Grondwet zou willen vastleggen. Maar wel de hoofdlijnen van de staatsinrichting en de nationale grondrechten, die preciezer kunnen zijn en verder kunnen gaan dan de internationale en geen last hebben van een vage ‘margin of appreciation’. Nadere uitwerking kan dan in organieke wetten en voor ongeschreven recht is uiteraard plaats. Onze huidige Grondwet geeft echter nauwelijks een realistisch beeld van de staatsorganisatie. Hoog tijd voor een opfrisbeurt. Ik zal jullie niet vermoeien met mijn wensenlijstje.

De vergelijking tussen Grondwet en EVRM lijkt me verder geen echt goede omdat het EVRM alleen over grondrechten/mensenrechten gaat en de grondwet veel meer bevat. Daarnaast lijkt me dat het EVRM minder last heeft van gebrek aan onderhoud. Het EVRM is door een serie protocollen aangevuld en wordt bij de tijd gehouden door een Hof in Straatsburg die het verdrag beschouwt als een ‘living instrument’. De Nederlandse Grondwet moet zelfs bescherming door de rechter missen als formele wetten in het geding zijn! Het echte probleem bij het EVRM is niet de tekst ervan, maar de werklast van het Hof, dat bedolven is onder de klachten.

9 MW 26/01/2012 om 20:39

In feite maakt het niet waar het geregeld is of hoe je het noemt waar het geregeld is, als het maar geregeld is! De vraag is natuurlijk waarom we het een grondrechten of mensenrechten noemen, en het andere niet.

10 Martin Holterman 26/01/2012 om 21:12

@Yoeri: Als ik zeg 400 jaar democratie, dan begin ik te tellen bij 1581. Het feit dat we onder de Republiek alleen (zeer) indirecte verkiezingen hadden, en dan nog voor maar een heel klein deel van de bevolking, vind ik geen reden om de Republiek geen democratie te noemen. Engeland noem ik ook een democratie sinds 1688, ondanks dat hun electoraat net zo zeer was ingeperkt als het onze.

Wat betreft dat “realistisch beeld”, dat is nou net mijn punt. Het staatsrecht functioneert prima ondanks dat maar een klein deel ervan in de Grondwet staat. De Grondwet is geen samenvatting van Van der Pot/Donner, ze dient niet om onze staatsinrichting weer te geven, maar om haar te bepalen. Een poging om het staatsrecht in de Grondwet uitputtend te beschrijven voedt alleen maar de illusie dat ongeschreven staatsrecht geen echt staatsrecht is, en dat leidt er weer toe dat ons staatsrecht minder goed gaat functioneren, i.p.v. beter.

Ik denk ook dat je de werking van het EVRM miskent. Zeker in Nederland is de mogelijkheid om zaken voor het Hof te brengen relatief onbelangrijk. Nederlandse rechters passen EVRM-recht direct toe. Op die manier vormen ze samen met het Hof één EVRM-rechterlijke macht, net zoals ze dat samen met het HvJEU in EU-vorm doen. Zo bezien is de werklast van het Hof in Straatsburg voor het functioneren van het EVRM niet zo belangrijk.

11 Yoeri Roosendaal 27/01/2012 om 19:37

Martin, je hebt natuurlijk het volste recht een eigen opvatting van democratie te hebben, maar je stelt wel heel weinig eisen. Ik betwijfel of de regenten van de Gouden Eeuw en Koning Willem I de opvatting zouden zijn toegedaan dat ze over een ‘democratie’ heersten. Waarschijnlijk zouden ze het vol afschuw ontkennen en het hele idee van democratie verwerpen. Onder Willem I had het parlement geen fatsoenlijk budgetrecht en nog onder Willem II werd een deel van het parlement geheel benoemd door de Koning. Nee, dan zou ik het begin van de democratie toch eerder in 1848 leggen (Tweede Kamer rechtstreeks gekozen; volledig budgetrecht), terwijl van een echte (wat niet betekent: perfecte) democratie pas sprake is sinds 1917/1919, toen algemeen kiesrecht werd ingevoerd.

Moeten we in jouw opvatting het begin van de democratie trouwens niet veel eerder leggen? In 1581 werd de Spaanse koning afgezworen, maar die bezat toch al bepaald niet de almacht. Voor geld moest hij bijvoorbeeld bedelen bij de diverse provincies (denk aan de “bede”). De opstand laat zich juist begrijpen als verzet van de provincies die hun rechten willen behouden (gewestelijk particularisme) tegen een “moderne”, naar centralisatie strevende vorst. Eigenlijk was de opstand dus – vanuit jouw definitie redenerend – een poging de democratie te behouden en te versterken, niet om haar te vestigen! Met de opstand en afscheiding veranderde de wijze van verkiezen van de staten overigens bij mijn weten niet. Ook daarom zie ik niet in waarom we sinds 1581 van een democratie kunnen spreken. Waarom dan niet daarvóór? Of zullen we gewoon beginnen bij de stamvergaderingen van het Klokbekervolk? 😉

Nogmaals, ik streef geen uitputtende beschrijving van het geldende recht in de Grondwet na. Maar de Grondwet dient niet de indruk te wekken dat we in het jaar 1859 leven, wat nu met bepalingen over drukpers en telegraaf helaas ten dele het geval is. Ook het toetsingsverbod is echt niet meer van deze tijd. Wat is er eigenlijk tegen de Grondwet een opknapbeurt te geven en een 21e eeuws karakter? Dit kan toch uitstekend zonder al het ongeschreven recht in de ban te doen en organieke wetten vogelvrij te verklaren? Niemand pleit hier voor een terugkeer naar het legisme. Een overdosis ongeschreven recht heeft trouwens ook gevaren: niemand weet precies wat het inhoud, of het wel recht is, en de inhoud is met een eenvoudige meerderheid te wijzigen. Ruim baan voor de partijpolitiek dus. En voor willekeur.

Mijn opmerking over de werklast van het EHRM sloeg op de vraag van MW over modernisering van het EVRM. In reactie daarop heb ik geantwoord dat de problemen bij het EVRM niet in de tekst van het verdrag zitten, maar in de berg zaken die nu bij het Hof liggen. Die zorgen ervoor dat klagers heel lang op een uitspraak moeten wachten en dat het Hof, naast het doen van een paar zeer belangrijke uitspraken, vooral “productie draait” en soms net een gewone rechtbank lijkt in plaats van een mensenrechtenhof.

Het voorgaande staat in principe los van de toepassing van het EVRM door Nederlandse rechters. Maar niet helemaal. Nederlandse rechters hebben wat het EVRM betreft de neiging een afwachtende houding aan te nemen en niet voor de troepen uit te lopen. Anders gezegd: men volgt strikt de uitspraken van het Hof en is niet geneigd verder te gaan dan uit de bekende rechtspraak voortvloeit. De Hoge Raad heeft deze praktijk ook tot geldend recht verklaard in 2001. Het probleem is echter dat op lang niet alle terrein jurisprudentie van het Hof voorhanden is, en de werklast van het Hof draagt ertoe bij dat áls er al relevante zaken bij het Hof hangen, de uitspraak met vijf jaar vertraging arriveert. Overigens zou deze problematiek mede reden moeten zijn om toetsing aan de Grondwet mogelijk te maken. Dan speelt ook niet de kwestie van de `margin of appreciation´, die EHRM-uitspraken moeilijk toepasbaar maken.

12 Martin Holterman 27/01/2012 om 22:38

@Yoeri: Voor 1581 was er geen Nederland, en dus ook geen Nederlandse democratie. Want inderdaad onze revolutie, zoals die in Zwitserland, was conservatief: men wilde de status quo behouden, en verzette zich tegen een centraliserende monarch.

Na 1581 maak ik meestal een uitzondering voor de periode 1747-1848, want toen stelde onze democratie inderdaad niet veel voor. Maar dat was maar een tijdelijke “setback”. Voor 1747 hadden we een echte “republiek”, wat in ons taalgebruik ook wel een democratie kan worden genoemd, ook al zouden de regenten uit die tijd dat woord nooit gebruikt hebben. (Zie ook het onderscheid in de VS tussen “republic” en “democracy”, bij voorbeeld in de Federalist papers en in de “republican form of government”-clause van de grondwet.)

Maar over wat voor percentage van de bevolking hebben we het in de 17e eeuw? Mijn inschatting is iets van 5% van de bevolking, die deel uitmaakte van de regentenstand. Wat mij betreft is dat een te grote groep om het nog een oligarchie te noemen, maar daar kun je inderdaad over van mening verschillen.

Voor het overige zou ik aanraden dit stuk eens te lezen van de UK Constitutional Law Blog: http://ukconstitutionallaw.org/2011/09/30/douglas-edlin-the-substance-of-things-hoped-for/. Het is geschreven door een Amerikaan over het Britse staatsrecht. Money quote:

“We can easily imagine some slightly timid American, who has just heard about the English constitutional system for the first time, venturing a question: “Pardon me, but, what happens over there when Parliament violates English constitutional principles?” This is the traditional response: “Oh, Parliament would never do that.” Then the American finds herself waiting for a smile. But the smile never comes. So now the American is feeling a bit uneasy and somewhat emboldened, so she replies, in a very friendly but slightly more urgent tone: “No, seriously, what HAPPENS if Parliament DOES do that?” And then she receives the same patient rejoinder: “You simply must understand, Parliament would never do that.””

13 a.zecha 03/02/2012 om 16:32

Geen van de nationale wetten kunnen door een Nederlandse rechtbank aan onze Grondwet worden getoetst. Onze Grondwet heeft geen tanden gekregen en mijns inziens zullen de partijvertegenwoordigers in parlement en regering het onmogelijk maken dat er een Nederlands Grondwettelijk Hof komt om AMvB’s en andere nationale wetten te toetsen aan de Nederlandse Grondwet.
De partijvertegenwoordigers in Nederlands parlement en regering raken reeds uitgesproken ontstemd indien zij door het EHRM, waar zij geen macht over hebben, tot orde worden gemaand.
Gevraagde adviezen van de Raad van State werden m.i. te vaak ter zijde geschoven.
Zelfs de Nederlandse rechterlijke macht hoort te doen wat de partijvertegenwoordigers luide roepen.
Mijns inziens voortekenen van een Nederlands sluipend evoluerend komend democratisch dictatoriaal regime (unitas politica).
Zie ook:
http://njblog.nl/2010/12/14/politisering-van-het-recht/
http://njblog.nl/2012/01/20/benoeming-in-de-hoge-raad/
http://njblog.nl/2012/01/20/unitas-politica/
a.zecha

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: