Senator Thom de Graaf wordt precieze constitutionalist

door GB op 23/12/2016

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Senator Thom de Graaf wordt precieze constitutionalist

De aankomende Tweede Kamerverkiezingen zijn in zoverre ‘regulier’ dat ze zullen plaatsvinden op een moment waarop sowieso verkiezingen zouden hebben plaatsgevonden. Maar staatsrechtelijk zijn het ook volgend jaar weer ‘ontbindingsverkiezingen’: verkiezingen op basis van een Koninklijk Besluit tot ontbinding van de Tweede Kamer. Dat is omdat er voorstellen tot wijziging van de Grondwet voorliggen. De Grondwet wijzigen gaat immers in drie etappes: eerst bij gewone wet, dan verkiezingen en ten slotte bij tweederden meerderheid goedkeuren. Volgend jaar zal de kiezer zich in ieder geval over drie voorstellen uitspreken:  de gekozen burgemeester en het referendum staan uiteraard weer op de agenda en we moeten de Grondwet technisch aanpassen om inwoners van de BES-eilanden voor de Eerste Kamer te kunnen laten stemmen.

Als het aan Kees van der Staaij ligt, komt daar nog een vierde voorstel bij: het vereiste om  EU-verdragen voortaan met een versterkte meerderheid goed te keuren. Het idee is nog van de besnorde vliegtuigspotter Mat Herben, die de oudere lezers zullen herinneren als fractievoorzitter van de LPF, en het voorstel sukkelt sindsdien door de instituties. Tot nu. Nu heeft het haast. Want als kabinetten er een gewoonte van gaan maken om de rit uit te zitten, is Kees pas over vier jaar weer aan de beurt. Dus wil hij zijn zogenaamde verklaringswet graag op tijd in het Staatsblad hebben.

Over de vraag wat ‘op tijd’ is, speelt al tien jaar een klein dispuut. De Eerste Kamer wil op 24 januari 2017 stemmen over het voorstel. Om nog enigszins recht te doen aan de waarborg uit de Grondwet dat kiezers zich over een grondwetswijziging kunnen uitspreken, moet het voornemen uiterlijk de dag van de kandidaatstelling in het Staatsblad verschijnen. Dat wordt krap, want de dag van de kandidaatstelling valt al op 30 januari 2017. Dat laat één week om het voorstel in de Rijksministerraad te brengen (verdragssluiting is een Koninkrijksaangelegenheid), aan de Koning voor te leggen, te contrasigneren en te publiceren. Toch is dat wat de Eerste Kamer vorige week per brief aan minister Plasterk heeft verzocht.

Voor de constitutionele rechtsvorming is dit van belang. In het verleden heeft de minister van BZK zich namelijk  op het standpunt gesteld dat het allemaal geen schoonheidsprijs verdient om nog met een grondwetswijziging aan te komen kakken als niemand zich meer kandidaat kan stellen, maar dat het in een voorkomend geval toch gewoon wel moet kunnen. Want geef toe, hoeveel kiezers beseffen nu eigenlijk dat ze zich ook uitspreken over grondwetswijzigingen? Daar denkt de Eerste Kamer nu dus gelukkig anders over. In het geval van Senator Thom de Graaf is dat in bijzonder goed nieuws, want vroeger was hij ook van de slappe lijn. Nu hopelijk de minister nog. Natuurlijk zijn er geen wilde plannen om een partij tegen dit specifieke voorstel van Van der Staaij op te richten. Maar in het verleden is wel degelijk campagne gevoerd tegen een voorgenomen grondwetswijziging en de essentie van grondwettelijke waarborgen is juist dat ze niet afhankelijk zijn van een minister die een schoonheidsprijs wil verdienen.

{ 10 reacties… read them below or add one }

1 Pieter 23/12/2016 om 10:16

“Over de vraag wat ‘op tijd’ is, speelt al tien jaar een klein dispuut.”

Waarnaar verwijst die “tien jaar”? Tien jaar geleden was nog niet bekend dat de Eerste Kamer op 24 januari 2017 zou stemmen…

2 GB 23/12/2016 om 10:45

Goed punt. De ‘tien jaar’ verwijst naar eind 2006 toen er op laatste moment ook nog een eerste lezing doorheen werd geramd. Het ‘dispuut’ naar het artikeltje waarmee mijn collega en ik daar destijds tegen ten strijde trokken…

3 EB 23/12/2016 om 10:50

Er is nog een vierde voorstel tot wijziging van de Grondwet waarover de kiezer zich op 15 maart 2017 mag uitspreken, namelijk een wijziging van artikel 120 van de Grondwet. Het voornemen bestaat om de rechter de bevoegdheid te geven formele wetten aan een aantal bepalingen uit de Grondwet te toetsen (Stb. 2009, 120). Het voorstel van de heer Van der Staaij kan dus nummer vijf worden.

4 HMB 23/12/2016 om 11:08

De Minister van BZK heeft inmiddels gereageerd op de brief die wordt genoemd. Zie het verslag schriftelijk overleg: Kamerstukken 30 874, F.

5 Alain Krijnen 23/12/2016 om 11:14

Van een voorstel inzake de “gekozen burgemeester” is geen sprake, het voorstel strekt ertoe de aanstellinsgwijze aan de wetgever over te laten. Geconstateerd moet worden dat er thans (nog) geen overeenstemming bestaat tussen politieke partijen over wat dan wel de meest wenselijke aanstellingswijze is, zie ook de brief van de minister van BZK van 25 november 2016, Kamerstukken II 31 570, nr. 33. In theorie kan de huidige aanstellingswijze zoals geregeld in de Gemeentewet gewoon van kracht blijven na aanvaarding van de tweede lezing, andere modellen alsook een gedifferentieerd stelsel zijn uiteraard ook mogelijk.

6 LJMB 23/12/2016 om 12:25

@EB. Ik ben benieuwd waar die bevoegdheid om wetten aan de Grondwet te toetsen uit zal voortvloeien. Het nieuw voorgestelde tweede lid van art. 120 GW heft het toetsingsverbod in het eerste lid immers niet gedeeltelijk op, maar geeft slechts een (al bestaande) normenhiërarchie tussen grondwet en wet aan (vergelijkbaar met hoe art. 94 GW dat voor verdragen doet)

7 EB 23/12/2016 om 12:57

@LJMB: Zou niet betoogd kunnen worden dat uit de opdracht om een wet buiten toepassing te laten indien deze toepassing niet verenigbaar is met één of meer van de genoemde grondwetsbepalingen voortvloeit dat de rechter in die gevallen juist wel in de beoordeling van de grondwettigheid van die wet mag treden? Althans, in dat deel van de wet waarvan de toepassing mogelijk in strijd met de Grondwet is. Er zou dan een uitzondering op het toetsingsverbod kunnen gelden als een specifieke casus daarom vraagt. In dat geval is de wijziging meer dan alleen een bevestiging van de al bestaande normenhiërarchie tussen Grondwet en wet in formele zin.

8 Yoeri Roosendaal 23/12/2016 om 13:07

Het meest fantastische aan het door EB genoemde voorstel over constitutionele toetsing is dat we ons als kiezer er al voor de derde (!) keer over mogen uitspreken. Dat mochten we in 2010 en 2012 immers ook al (de eerstelezingswet stond in 2009 in het Staatsblad).

9 EB 23/12/2016 om 13:28

@Yoeri:
Je hebt helemaal gelijk. Met het voorstel in 2e lezing wil het overigens niet erg vlotten (32 334): het ligt al maanden stil.

10 LJMB 23/12/2016 om 14:58

@EB. Misschien, maar het was toch veel logischer geweest om te bepalen dat art. 120 GW niet van toepassing is voor toetsing aan bepaalde grondwetsartikelen? Nu kan er onterecht een beeld ontstaan dat de normenhiërarchie pas bestaat als de rechter mag toetsen. Dat is een beetje alsof te snel rijden is toegestaan, zolang de politie niet controleert.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: