SGP-uitspraak: it ain’t necessarily so

door GB op 16/04/2010

in Grondrechten, Rechtspraak

Post image for SGP-uitspraak: it ain’t necessarily so

De motivering van de Hoge Raad in de SGP-uitspraken houdt niet over. Hun huisstijl is weinig bloemrijk, maar een zaak als deze – waar ze nog extra de tijd voor namen – had toch wel met meer redenen omkleed kunnen worden. Het is namelijk nogal wat om een partij die in 1918 zo’n beetje is opgericht om gereformeerde onvrede over vrouwen in de politiek te kanaliseren, juist op dit punt de wacht aan te zeggen. Het argument – in de kern – dat de club sinds een verdrag uit 1979 eigenlijk al onrechtmatig bezig is, overtuigt niet onmiddelijk. En het doet ook geen recht aan de onderliggende juridische keuzen die gemaakt worden.

Dat betreft technische hobbels over de ontvankelijkheid maar ook inhoudelijk, ten aanzien de betekenis van artikel 7 onder c van het Vrouwenverdrag. Gezien de rol van partijen bij de kandidaatstelling betekent het niet toelaten van vrouwen tot de kandidaatstelling – zoals de SGP in het beginselprogramma doet – effectief een beperking van het passieve kiesrecht voor SGP-vrouwen. Daar valt weinig tegenin te brengen. Maar is het ook een schending van het Vrouwenverdrag? De Hoge Raad vindt van wel. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State vond van niet:

Hierbij is mede van belang dat thans is verzekerd dat vrouwen, binnen het spectrum van politieke partijen als geheel genomen, lid kunnen worden van een politieke partij, als bedoeld in onderdeel c van artikel 7 van het Vrouwenverdrag, welke vrouwen op gelijke voet met mannen voordraagt voor vertegenwoordigende functies. Reeds daarom is het niet noodzakelijk om in het licht van artikel 7, aanhef en onder a en c, van het Vrouwenverdrag maatregelen te treffen die een ernstige beperking inhouden van de vrijheden en rechten van een politieke partij die het lidmaatschap voor vrouwen niet openstelt op gelijke voet met mannen en die, in het verlengde daarvan, vrouwen niet voordraagt voor vertegenwoordigende functies. Van een daadwerkelijke beperking van het passief kiesrecht van vrouwen, als bedoeld in onderdeel a van artikel 7 van het Vrouwenverdrag, is geen sprake.

Kortom: de Raad van State vindt dat het passieve kiesrecht van vrouwen pas in gevaar komt als de SGP groeit of andere partijen zich voegen naar de scheppingsorde. Terwijl de Hoge Raad al een probleem ziet als een klein maar stabiel splinterpartijtje aan discriminatoire gewoonten blijft vasthouden. Het verschil zit, denk ik, in de benadering van de beide colleges. De Afdeling lijkt vooral de vraag centraal te stellen wanneer de Staat moet gaan ingrijpen. Antwoord: als het passief kiesrecht van vrouwen in het gedrang komt. De Hoge Raad lijkt vooral te focussen op de vraag of het passief kiesrecht van SGP-vrouwen in het gedrang komt. Die vraag stellen is hem beantwoorden.

Dit verschil van mening had aandacht verdiend in de uitspraak. De Hoge Raad verwijst in het centrale deel van de uitspraak wel twee keer naar de Afdeling. Eén keer om instemmend diens conclusie over de rechtstreekse werking van artikel 7 te herhalen en één keer om instemmend te concluderen dat uit artikel 7 niet per se volgt dat er geen subsidie meer gegeven mag worden aan de SGP. Over het verschil in betekenis helaas geen verklaring.

Dat kan niet verhullen dat we nu twee hoogste rechtscolleges hebben die kort na elkaar een verschillende interpretatie van hetzelfde artikel hebben gegeven. Kunnen we weer een beetje meer wennen aan de praktijk van dissenting opinions: it ain’t necessarily so.

Toch is het inmiddels wel zo. En dus zal er iets moeten gaan gebeuren. De uitspraak beperkt zich ten aanzien daarvan tot twee onderdelen: hoe moet het resultaat eruit zien (een daadwerkelijke toelating van vrouwen tot de kandidaatstelling bij de SGP) en wie dat moet bereiken (de Staat). Hirsch Ballin heeft aangegeven op wetgeving te broeden, maar wetgeving is niet per se noodzakelijk. Als hij een kopje thee gaat drinken bij de SGP en die besluiten om de om formele blokkades in interne regelingen weg te halen dan is verdedigbaar dat aan de uitspraak voldaan is. Van Clara Wichmann is dan geen nieuwe procedure te verwachten, want Kathalijne Buitenweg stelde bij de TROS-Nieuwsshow dat het haar niet per se ging om de aanwezigheid van vrouwen in de SGP-kamerzetels, maar om het verzekeren van de ‘eigen keuze’ van de SGP-vrouwen. De SGP voerde zelf telkens aan dat die vrouwen zelf niet verkiesbaar wilden zijn, omdat ze anders niet bij de SGP zaten. Dan lijkt mij een vastlegging daarvan ook geen dwingende noodzaak. Dat was het voor de SGP tot de jaren 90 ook niet.

De SGP zal voldoende staatkundig zijn om te beseffen dat iedere vrouw die zich vanaf nu meldt bij de rechter met een overtuigend verhaal dat zij alleen vanwege haar geslacht niet serieus genomen is door de kandidaatstellingscommissie een gewillig oor zal vinden. Of er komt wetgeving. Maar laat zulk een dwang voor de SGP niet nodig wezen.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 2 trackbacks }

Vorige post:

Volgende post: