SNV: ‘Plato zat ernaast – een betoog voor verdere verlaging van de voorkeursdrempel’

door Ingezonden op 08/04/2013

in Haagse vierkante kilometer

Post image for SNV: ‘Plato zat ernaast – een betoog voor verdere verlaging van de voorkeursdrempel’

De zeergeleerden hebben de macht. Het is een tendens die niet te ontkennen valt: de invloed van academici en andere hooggeschoolden op onze samenleving neemt almaar toe. Konden laagopgeleiden in vroeger tijden nog een invloedrijke positie bekleden binnen een vakbond, een kerk of een andere maatschappelijke organisatie, tegenwoordig hebben hoogopgeleiden overal het hoogste woord. De typische bestuurder van een woningcorporatie is niet langer een winkelier met een tweede carrière, maar een bestuurskundige met designbril die ‘wel even uitlegt hoe het precies zit’.

Ook in de politiek is het technocratische ideaal van Plato niet ver van zijn verwezenlijking. De platoonse gedachte dat koning-filosofen het land moeten regeren, is welhaast in de praktijk gebracht. Zo lijkt het ministersambt voorbehouden te zijn aan the smartest and the brightest: van de nu zittende ministers gaat slechts een enkeling zonder academische titel door het leven. Zelfs het parlement – toch de plaats waar elke rang, stand of klasse vertegenwoordigd zou moeten zijn – is het vrijwel exclusieve domein van doctorandussen. Zeker de fracties van de traditionele partijen kenmerken zich door een eenzijdige samenstelling. Onmiskenbaar wordt Nederland steeds meer een diplomademocratie.

Alles goed en wel, maar is de ondervertegenwoordiging van laagopgeleiden een probleem? De fractie van de Sociaal Nijmeegse Volkspartij (SNV) meent van wel. Opleidingsniveau is zich aan het ontwikkelen als de nieuwe scheidslijn, een lijn die dwars door het maatschappelijk landschap loopt. Niet alleen luisteren hoog- en laagopgeleiden naar andere muziek, ook wonen zij in andere wijken, lezen zij andere kranten en hebben zij zelfs een verschillende levensverwachting. Een dergelijke kloof ondermijnt de solidariteit van de samenleving en heeft in potentie een bedreigend effect op de legitimiteit van het politieke bestel. Degenen die zich niet gehoord voelen in het proces van politieke besluitvorming, zullen zich daarvan vervreemden.

Juist de politiek zou deze maatschappelijke kloof moeten overbruggen. Juist in de Tweede Kamer is een getrouwe afspiegeling van de samenleving gewenst. Juist daar zijn ook laagopgeleiden nodig, omdat diegenen als geen ander de belangen van laagopgeleiden kunnen verdedigen. Dat de belangen van hoog- en laagopgeleiden uiteenlopen, is overigens evident. Voor de jonge, flexibele en zorgeloze academicus vormt een versoepeling van het ontslagrecht geen probleem, terwijl dit voor de 50-jarige bouwvakker niets anders betekent dan een abonnement op het UWV. Het is goed als binnen het parlement ook de belangen van de bouwvakker aan de orde komen, en het verwoorden daarvan kan bij uitstek door een laagopgeleide zelf.

Bovendien werkt het ook andersom. Een parlement dat een accurate afspiegeling vormt van de samenleving neemt niet alleen legitiemere besluiten, maar zal daarnaast meer geneigd zijn deze aan de gehele bevolking uit te leggen. Als dan blijkt dat een bepaald besluit niet in ‘normaal Nederlands’ valt uit te leggen, is het goed als van dat besluit wordt afgezien. Stoppen met de ondoorgrondelijke Europese Unie en met de onbegrijpelijke afbraak van de verzorgingsstaat ziet de SNV-fractie liefst vandaag nog gebeuren.

Daarom juicht de SNV-fractie het voornemen om de voorkeursdrempel voor de Tweede Kamerverkiezingen te verlagen toe. Een lagere voorkeursdrempel betekent dat minder persoonlijke stemmen vereist zijn om de lijstvolgorde te doorbreken. Hierdoor heeft de kiezer meer mogelijkheden om invloed uit te oefenen op de personele samenstelling van het parlement, zodat de kans groter is dat een lid van een ondervertegenwoordigde groep een zetel verwerft. Overigens geldt dit niet alleen wat betreft laagopgeleiden, maar ook als het gaat om vrouwen, om personen behorend tot een etnische minderheid en om personen uit de provincie. Ook die groepen worden bij het samenstellen van de lijst door de partijelites onderaan gezet, terwijl zij uiteraard wel een vertegenwoordiging verdienen.

In de visie van de SNV-fractie gaat het voorstel van de regering echter lang niet ver genoeg. In het voorliggende wetsvoorstel wordt de voorkeursdrempel verlaagd van 25 naar 12,5 procent van de kiesdeler. Dit betekent dat een kandidaat nog altijd enorm veel voorkeursstemmen nodig heeft om in afwijking van de lijst te worden verkozen. In de Memorie van Toelichting erkent de regering zelf dat dit bij de verkiezingen van 2012 zou hebben betekend, dat slechts een enkele extra kandidaat op voorkeurstemmen zou zijn gekozen. Een verdere verlaging van de voorkeursdrempel ligt daarom in de rede; gedacht zou kunnen worden aan een percentage van 10, 7,5 of zelfs 5 procent. Dat zou de effectiviteit van het voorstel ten goede komen en de vertegenwoordigingsgedachte werkelijk nieuw leven inblazen.

Al met al kan een betere afspiegeling in het parlement geen kwaad. Integendeel zelfs: een grotere vertegenwoordiging van nu uitgesloten groepen, met name van laagopgeleiden, verbetert de legitimiteit van het politieke bestel en de draagkracht van de politieke beslissingen. Tenslotte zag Plato in zijn betoog voor een technocratie één aspect over het hoofd: de politiek moet er zijn voor het volk, en niet andersom.

Fractie Sociaal Nijmeegse Volkspartij, Radboud Universiteit Nijmegen.

Noot van de redactie: Op 31 mei 2013 vindt de plenaire sessie van het studentenparlement plaats. Studenten-fracties van verschillende universiteiten debatteren dan in de zaal van de Tweede Kamer met elkaar over een door een regering van hoogleraren staatsrecht voorbereid voorstel. Deze post is in dat kader. Andere fracties die een bijdrage willen laten plaatsen kunnen mailen naar redactie@publiekrechtenpolitiek.nl

{ 8 reacties… read them below or add one }

1 Martin Holterman 08/04/2013 om 01:09

Dat is gek, het lijkt wel als of je vindt dat de categorieën “doctorandussen” en “laag opgeleid” elkaar uitsluiten. Ik zou denken dat, gegeven dat het merendeel van de 1e en 2e kamer alleen maar een enkele drs or meestertitel heeft, ze bij uitstek representatief zijn voor de categorie “laag opgeleid”. Wat mij betreft begint “hoog opgeleid” pas na de (1e) doctorandustitel.

2 Yoeri Roosendaal 08/04/2013 om 22:08

@ Martin

Hoe omschrijf je dan Kamerleden die geen universitaire studie hebben afgerond? Lager opgeleid? Half opgeleid? Jan Schaefer had alleen de banketbakkersopleiding gedaan. Als een drs. laag opgeleid is, wat was hij dan?

3 Henk 08/04/2013 om 23:00

@ Yoeri

Onderschat de banketbakkersopleiding van toen niet. Zouden we nu Master of Bakery voor over hebben.

4 Super De Boer 09/04/2013 om 00:38

Titels zeggen helemaal geen reet. Behalve dan dat je met goed gevolg een opleiding kunt afronden. Ik heb in de praktijk meer aan mijn rechtvaardigheidsgevoel en sense of reason, dan aan mijn meesterstitel. Het is meer zo dat ik van tijd tot met enige opluchting constateer dat mijn eigen denken voor het grootste gedeelte strookt met de dominante Nederlandse rechtsopvatting, omdat je e.e.a. dan wat makkelijker kunt inkaderen en legitimeren, dan dat de heersende vaderlandse juridische opvattingen een enorme draai geven aan mijn eigen opvattingen. Al werkt dit in de praktijk subtieler en meer wissel natuurlijk, dat snap ik.

🙁 Josef Mengele had meerdere titels. Vanaf 1930 studeerde hij geneeskunde EN medische antropologie in München, Wenen en Bonn. In 1935 promoveerde hij voor de eerste keer, in de antropologie, op het proefschrift Rassenmorphologische Untersuchung des vorderen Unterkieferabschnitts bei vier rassischen Gruppen (Rassenmorfologisch onderzoek van het voorste deel van de onderkaak bij vier raciale groeperingen).
In 1936 deed hij artsexamen en verrichtte hij een co-assistentschap kindergeneeskunde van vier maanden in Leipzig. In 1938 sloot hij zijn studietijd in de medicijnen aan de universiteit van Frankfurt am Main af met het proefschrift Sippenuntersuchungen bei Lippen-Kiefer-Gaumenspalte (Familiegroeponderzoek bij lip-kaak-gehemeltespleet).

Doe mij dan toch maar liever een banketbakker, een worstendraaier en een Volendamse huisvrouw in de Kamer.

5 Super De Boer 09/04/2013 om 00:48

8) Herstel: op 150 zetels mogen er van mij zelfs wel 10 Volendamse huisvrouwen in de Kamer.

🙂 Dan gaan we nu over tot stemming over het stuk onder nummer 30 452, nr. 11, de motie van de leden Tol, Keizer en Mühren c.s. inzake de palingconsumptie in Limburg…..hehehe.

6 a.zecha 24/05/2013 om 15:29

Het voeren van oorlog (Carl Schmitt) is de belangrijkste bezigheid in het politiek bedrijf èn op de vrije markt.
Inderdaad in tijden van “vrede” en/of “oorlog” vindt de strijd om de (absolute) macht en zeggenschap voortgang. Elk strijdmiddel is geoorloofd en is daardoor de basis van vele verstrengelingen tussen politici en kapitaalkrachtige marktdeelnemers.
a.zecha

7 freedomandpower 25/05/2013 om 15:23

Zou een kiesdrempel niet beter werken Platonisten?

8 spa staff recruitment London 18/06/2015 om 21:05

“The client expects you to show up on time and apply flawless makeup in a timely manner. He told her to follow her passion and get the license. While attending school, she obtained valuable experience as she worked in radio and for the school newspaper.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: