Social Media en de gerechten

door Ingezonden op 09/01/2012

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Social Media en de gerechten

De openbaarheid van zittingen kan worden uitgebreid. Er gaat al heel veel goed, maar het kan nog beter. De positieve ontwikkeling is gestroomlijnd door de Persrichtlijn 2008 van de Raad voor de Rechtspraak, in samenwerking met de gerechten, vastgesteld. De media zijn bij de zittingen toegelaten, tenzij er bezwaren bestaan. In de evaluatie van de Richtlijn wordt beschreven dat de effecten positief zijn. Zij hebben eraan bijgedragen dat tegenwoordig de uitspraken voor 81% van de journalisten begrijpelijk zijn. Niet alle zittingen zijn openbaar. In de Evaluatie wordt daar ook niet voor gepleit. Een duidelijkere voorlichting vanuit de rechterlijke macht over de reden waarom bepaalde zaken niet openbaar zijn en over het verloop van dergelijke zaken, is wel wenselijk.

Volgens de Evaluatie van de Persrichtlijn 2008 krijgt de rechtspraak te maken met de horizontale structuur van de samenleving. En verder:

Hoewel het spreken van recht nog steeds alleen in de rechtszaal plaatsvindt, bemoeien grote groepen burgers zich met de zaak, vaak nog voordat het proces goed en wel is begonnen. Vooral burgerjournalisten en bezoekers van social media sites hebben weinig oog voor rechtspraaklogica, vooral tijdens de periode die voorafgaat aan rechtszittingen. De spanning tussen rechtspraaklogica en medialogica komt treffend naar voren in (het aantasten van) zowel de onschuldpresumptie als het recht op bescherming van de privacy van verdachten.

De aantasting van waarborgen vindt kennelijk vooral buiten de zitting plaats. Het brandende thema is volgens het rapport: hoe gaat de rechtspraak om met Twitter en burgerjournalisten? De overheid is zich bewust van het fenomeen ‘burgerjournalist’. In de spotjes van Postbus 51 worden burgers opgeroepen filmpjes te maken van misdrijven. Hoe is het met de rechters? Tegen de mogelijkheid om op deze manier van rechtszaken verslag te doen zijn gemakkelijk bezwaren te bedenken. Aan de andere kant zou er ook eens kunnen worden geëxperimenteerd met burgerjournalisten en Twitter, bij voorbeeld in te selecteren bestuursrechtelijke zaken. Het bestuur treedt sowieso al in het openbaar op en voorts komt het voor dat de tegenpartij de openbaarheid zoekt. Dat kan zaken betreffen over vergunningen voor evenementen op openbare pleinen, de sloop van een molen, sommige subsidieweigeringen in de culturele sector, etc. In het algemeen kan het gaan om zaken die al onderdeel uitmaken van het openbare debat en waarbij beide partijen al in de openbaarheid zijn getreden. De partij die in beroep gaat, kan die hebben opgezocht. Waarom zou de openbaarheid tijdens de rechtszitting worden beperkt als partijen dat niet willen? Misschien blijkt er een goede reden te bestaan, misschien ook niet.

Uit de commentaren blijkt dat van de uitzendingen van de zaak Wilders geleerd kon worden. Van de uitzendingen van opnames van burgerjournalisten van geselecteerde bestuursrechtelijke zaken, met inachtneming van de Persrichtlijn 2008, via een televisieprogramma of via de site van de Raad voor de Rechtspraak, of hoe dan ook, zou ook kunnen worden geleerd. Professionele commentatoren kunnen de zaak begeleiden.

Naast alle al bekende voordelen van uitzendingen van rechtszaken, kan ook nog worden gewezen op de volgende. Uitzendingen met behulp van de sociale media hebben het voordeel dat burgers registraties van andere zaken zouden kunnen zien, ter voorbereiding van hun eigen zaken. Voor juridische studenten zouden deze mogelijkheden heel nuttig zijn. Verreweg de meeste studenten kennen de bestuursrechtspraak niet van de televisie en niet uit eigen ervaring. Door de beelden van de rechtspraak kunnen de regels van het recht aansprekender worden. Vanuit het perspectief van de legitimatie zijn uitzendingen nuttig.

De serie van de EO, de Rechtbank, is door 900.000 mensen bekeken. De kennis over de gang van zaken en het vertrouwen in rechters steeg bij de kijkers, zij het niet veel. Na het uitzenden van de procedure over de zaak ‘ Wilders’ is het vertrouwen in de rechtspraak gestegen. In de evaluatie van de uitzending van de zaak ‘ Wilders’ uit de Commissie Van Rooy hoofdzakelijk waardering voor de wijze waarop de rechtbank Amsterdam de zaak heeft aangepakt. Zeker, zij signaleren ook fouten. De generale repetitie was hier tegelijkertijd de première, en verbeteringen werden lopende de voorstelling doorgevoerd. De volgende keer kan het beter verlopen. Omgaan met openbaarheid in de (sociale) media, is niet eenvoudig. Met name het omgaan met de bescherming van de privacy van de niet professionele partijen in het proces vergt specifieke aandacht.

Rechters moeten worden begeleid en worden geïnformeerd. Het rapport Van Rooy en de Evaluatie van de Persrichtlijn bieden goede mogelijkheden voor een verdere ontwikkeling.

Inge van der Vlies

Foto: Tim Russell

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: