Sociale woningbouw & voorhangprocedures

door GB op 24/10/2011

in Haagse vierkante kilometer, Rechtspraak

Post image for Sociale woningbouw & voorhangprocedures

Er is nieuws vanaf de Nebenbühne der Politik und Klagemauer der Burger: voorzieningenrechter Paris heeft Donners nieuwe maatregel, waarmee ook sociale huurders meer moeten betalen om in hartje Amsterdam te kunnen wonen, niet van tafel geveegd. De Woonbond had de Staat in kort geding gedaagd om dat te bewerkstelligen. Een van de eisen betrof een verbod om de betreffende AMvB te laten slaan en/of te publiceren. Dat was een interessante eis. Vroeger is het wel gebeurd dat de rechter zo’n verbod gaf, maar dat was ook in de tijd dat het geven van een bevel om een AMvB tot stand te brengen voor mogelijk werd gehouden. Helaas was Donner sneller dan de voorzieningenrechter, want tijdens het pleidooi stond de AMvB al in het Staatsblad en had die eis geen zin meer.

Resteerde de eis om de regeling buiten werking te stellen. Daar moest de voorzieningenrechter wel op in gaan, maar hij doet dat niet dan na de in dit soort zaken gebruikelijke Belijdenis van Staatsrechtelijke Zuiverheid.

Bij de beoordeling daarvan [of de AMvB in strijd is met de abbb, GB] dient, mede in verband met de scheiding der machten, bijzondere terughoudendheid te worden betracht. Dit klemt te meer in een kort gedingprocedure. Voor ingrijpen bij wijze van voorlopige voorziening is dan ook slechts plaats indien de bestreden maatregel onmiskenbaar onverbindend is.

Inhoudelijk kraakt Paris een aantal interessante noten. Donner had eerder in de Tweede Kamer betoogd dat hij geen AMvB kon maken waarin de WOZ-waarde per woning werd meegewogen. De grondslag in de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte was daarvoor, volgens hem, niet toereikend. Maar dan wijzigt Donner de ontwerp-AMvB en doet hij het toch, zij het dat hij de WOZ-waarde deelt door de oppervlakte van de woning. De Woonbond herinnert de Staat uiteraard aan dit eerder door Donner ingenomen standpunt, maar dat baat niet. De rechter oordeelt dat een koppeling met de WOZ niet evident ontoelaatbaar was. De minister zat er dus naast: ‘De betreffende reacties van de Minister – geuit naar aanleiding van een eerder ontwerpbesluit – kunnen dan ook niet zonder meer voor juist worden gehouden.’ Dat kan Donner dan ook meteen antwoorden op de kamervragen uit de Eerste Kamer.

De rechter toetst overigens zelf of de wettelijke grondslag voldoende is voor dit nieuwe beleid. Dat is volgens Paris het geval, waarvoor hij terugverwijst naar een opmerking uit de wetsgeschiedenis van de voorloper van de huidige wet. Aanvullend zet hij ook de political question doctrine in. De koerswijziging betreft een ‘politieke keuze die in deze procedure niet beoordeeld kan worden.’ Deze zeldzaam zuivere inzet van de political question doctrine smaakt natuurlijk naar meer toelichting, maar Paris laat zijn overweging meteen oplossen in de vraag of de regering met deze AMvB de wet overtreedt. Dat laatste is dus niet het geval. Toch resteert de vraag of dat dan geen beoordeling van een politieke keuze was.

Een laatste staatsrechtelijk interessante kwestie betreft de stelling dat Donner de voorhangprocedure voor deze AMvB niet goed heeft afgewerkt, toen hij de ontwerp-AMvB wel aanpaste maar niet opnieuw ‘voorhing’ bij het parlement. Of dat inderdaad een fout was, wil Paris niet beoordelen. Want:

Zelfs indien er veronderstellenderwijs van wordt uitgegaan dat er fouten zijn gemaakt in de voorhangprocedure, dan komt eiseressen daarop namelijk geen beroep toe. Dat is voorbehouden aan de Tweede en/of Eerste Kamer. Desgewenst zullen zij, dan wel één van hen, daardoor ontstane problemen moeten oplossen. Een dergelijke fout kan in ieder geval niet per definitie leiden tot onrechtmatige regelgeving.

Dit doet erg denken aan wat de Hoge Raad deed in De Bourbon Naundorff en wat Kortmann wilde dat de Hoge Raad zou hebben gedaan in het arrest Mink K., namelijk: geen rechterlijke bemoeienis met de handhaving van dit soort interne politiek-staatsrechtelijke voorschriften. Alleen pakt het hier omgekeerd uit, omdat niet de Staat maar een burger een beroep doet op deze voorschriften.

Dat de Eerste en Tweede Kamer het probleem zouden kunnen ‘oplossen’ lijkt mij echter niet juist. Donner kan (door de Tweede Kamer) worden weggestuurd met een motie van wantrouwen, of zijn vervolging voor een ambtsmisdrijf kan worden bevolen, maar daarmee is de onrechtmatig tot stand gekomen AMvB nog niet ingetrokken. Misschien is dat het moment dat Paris wel zou willen ingrijpen, omdat hij raadselachtig schrijft dat ‘dergelijke fouten niet per definitie leiden tot onrechtmatige regelgeving.’ Niet per definitie, dus soms wel?

Foto R. Wijnants

{ 2 reacties… read them below or add one }

1 Richard Westerbeek 24/10/2011 om 14:50

De Kamer is toch vooral een politiek orgaan. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat een politiek orgaan minder snel geneigd is een minister naar huis te sturen wegens (mogelijk) politiek gewenste, maar juridisch minder correcte zaken. Op het moment dat de rechter zich dan “verschuilt” achter de politiek, krijgt de politiek toch wel erg veel macht.

2 Martin Holterman 24/10/2011 om 18:23

Re: interne politiek-staatsrechtelijke voorschriften, in de VS is net de rechtszaak van 10 congresleden tegen President Obama over de oorlog in Libië niet ontvankelijk verklaard. (link)

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: