Soevereniteit? Welke soevereiniteit?

door GB op 22/09/2011

in Europa, Haagse vierkante kilometer

De laatste tijd is het begrip ‘soevereiniteit’ toetssteen geworden in het Nederlandse debat over de Europese integratie. Erg verhelderend werkt het niet. Omdat ‘soevereiniteit overdragen’ in de mainstream min of meer overeenkomt met verraad aan het Nederlandse belang, doet Rutte veel moeite om uit te leggen dat dit juist niet het geval is – terwijl hij tegelijk wel duidelijk wil maken dat de Grieken niet langer ongestraft mogen feesten met Nederlands belastinggeld. Daarvoor is weliswaar meer Europees toezicht vereist, doch dat moeten we dan niet begrijpen als de overdracht van soevereiniteit. Het is iets als ‘het invullen van bevoegdheden die reeds bestaan’. Lees: die soevereiniteit is dus al over gedragen. Cohen was gisteren iets eerlijker door toe te geven dat er wat hem betreft wel ‘bevoegdheden’ overgedragen worden, maar dat ging de echte aanhangers van de Europese droom, D66, weer niet ver genoeg. Overdracht van bevoegdheden was toch eigenlijk ook overdracht van soevereiniteit.

Je zou verwachten dat het staatsrechtsrechtelijke handboeken duidelijke en bruikbare definities van het begrip soevereiniteit geven. Dat is niet het geval. Eerder het omgekeerde. Het begrip ‘soevereiniteit’ wordt in de Nederlandse literatuur vrij snel weggeschreven, of behandeld als historisch verschijnsel. De grote Van der Pot heeft het vooral over soevereiniteit in de historische bespreking van constitutionele theoretici. Het Compendium heeft het in een paar regels over ‘het uitoefenen van gezag en het geweldsmonopolie’ en wijst de Grondwetgever aan als het hoogste juridische gezag. Kortmann trekt er weliswaar een heel hoofdstuk voor uit, maar dat beslaat slechts pagina 69 tot pagina 71. Inhoudelijk staat er ook niet veel. Soevereiniteit is iets dat geassocieerd wordt met een hoogste, niet herleidbare, ondeelbare, ongebonden en onbeperkte macht of bevoegdheid. Uiteindelijk veel te weinig precies voor het constitutionele recht, aldus Kortmann. Aan ‘materieel getinte “soevereineitsverhalen”‘ besteedt hij een afkeurende noot. Ze duiken af en toe op, schrijft hij over de opmerkingen van Besselink die in 1993 onderdelen van begrotingspolitiek en van monetair beleid beschreef als ‘typische soevereiniteitsattributen’, maar juridisch bieden ze geen houvast.  Zelfs de webstek van Bert van den Braak, Parlement.com, heeft alleen wat over een Soeverein Vorst.

Het nationale staatsrecht gebruikt soevereiniteit dus niet. Het heeft daarvoor een te absolutistische smaak. De Grondwet gaat juist over machtsverdeling, machtsevenwicht, en checks & balances. Dus niet over wie de Grote Baas is.

Een post van Van Rossem, hier eerder verschenen, geeft een historische verklaring voor het dogmatische ongemak met het begrip soevereiniteit. Nederland heeft nooit een gezamenlijke keuze gemaakt over waar de soevereiniteit hier te lande ligt. In plaats daarvan wordt iedereen zijn eigen idee gegund, zolang er maar gewoon handel gedreven kan worden. Met die analyse wordt in ieder geval verklaard waarom het staatsrecht in Duitsland en Frankrijk wel een stevig staatsrechtelijk discours hebben over ‘soevereiniteit’.

Ondertussen heeft D66 zich maar tot de Raad van State gewend om ook hier een staatsrechtelijk debat over soevereiniteit van de grond te krijgen.

{ 12 reacties… read them below or add one }

1 PB 22/09/2011 om 15:32

Aardig dat je hierover schrijft… ik vond de discussie ook wel boeiend.

Ik vind het wel aardig dat je schrijft dat het hier om machtsevenwicht en machtenscheiding gaat. Dan heb je toch eigenlijk de kern: macht. Wie bepaalt wat. Nederland vormt een natie, een politieke gemeenschap, waarbij er een bepaalde staatsmacht moet worden uitgeoefend door verschillende instituties, ongeacht waar die macht vandaan komt. Soevereniteitsoverdracht is overdracht van macht naar andere organen dan die van de nationale politieke gemeenschap en haar instituties.

Als het gaat om de sancties voor het schenden van de normen van de SGP, kan er moeilijk sprake zijn van soevereiniteitsoverdracht. Wij kunnen de Duitsers immers nu niet straffen voor die schendingen. Een nieuwe Europese institutie die deze bevoegdheid wel heeft, krijgt dan eigenlijk een nieuwe bevoegdheid. Er is in die zin wel sprake van attributie (itt. wat VdStaaij zei). De macht deze bevoegdheid te creeren ligt natuurlijk bij de Herren der Vertrage. In die zin is er geen sprake van macht, maar van bevoegdheid.

2 Thierry 22/09/2011 om 17:12

Beste meneer B,

Bedankt dat U dit zo hebt uitgelegt! Dit was weer heel handig voor me school werkstuk.

3 Martin Holterman 22/09/2011 om 17:29

Soevereniteitsoverdracht is overdracht van macht naar andere organen dan die van de nationale politieke gemeenschap en haar instituties.

Dat lijkt me incorrect. Het is pas een soevereiniteitsoverdracht als die machtsoverdracht ook niet meer (realistisch) terug te draaien is. Anders zouden de Provinciewet en de Gemeentewet ook een soevereiniteitsoverdracht naar Provincie en Gemeente inhouden. De vraag van soevereiniteit is Kompetenz-Kompetenz, wat mij betreft.

4 PB 22/09/2011 om 18:50

@ Martin, Dat lijkt mij een correcte aanvulling.

5 WJLH 23/09/2011 om 10:01

@ Martin: Soevereiniteit is niet Kompetenz-Kompetenz, want soevereiniteit is geen bevoegdheid (Kompetenz), maar macht, dwz ongeclausuleerde ‘bevoegdheid’. Een bevoegdheid is slechts geregelde machtsuitoefening, terwijl soevereiniteit ongeregelde machtsuitoefening is. Wat tot de uitoefening van soevereiniteit of soevereine macht behoort is niet in regels vast te leggen en is uit de aard der zaak contingent.

6 MD 23/09/2011 om 10:12

Volgens mij is de consequentie van wat WJLH hierboven terecht opmerkt dat soevereiniteit strikt genomen niet gedeeld kan worden en ook niet overgedragen kan worden. De EU (of een Europees volk o.i.d.) kan wel op enig moment de soevereiniteit aan zich trekken, onder het verlies daarvan door de lidstaten. Iedere constructie die zich baseert op de instemming van de individuele lidstaten houdt immers in dat die instemming kennelijk nodig is en dat de laatste beslismacht kennelijk bij hun blijft liggen.

7 WVDB 23/09/2011 om 11:37

is het niet een oudbollig en hol begrip? vooral als je enige vorm van federalisme probeert te verzoenen met soevereiniteit, stuit je toch al gauw op grenzen van het begrip?

ik las recent de bemerking dat het gewoon een cirkelredenering is : “the level of government is sovereign, because it wields original power, because it has state qualities, because it is sovereign” (Preuß, aangehaald in C Möllers in ratio juris 2011)

geef mij maar een gezonde brok realisme, de ‘staat’ is een geheel van machtsverhoudingen, enige oorspronkelijke vorm van die macht is toch een fictie?

8 PB 23/09/2011 om 13:17

ik kan me daar wel in vinden ja… overigens meen ik wel dat er te veel macht geconcentreerd is binnen de 2de kamer….

Dit onderdeel van de discussie vond ik in het licht van het bovenstaande wel boeiend. VdS is er m.i. dichter bij..

De heer Cohen (PvdA):
Ik denk dat je die soevereiniteit niet alleen kunt gebruiken omdat je dit kunt afdwingen, maar dat het feit dat je dit kunt afdwingen, een nieuwe bevoegdheid is. Dit wordt op een gegeven moment echter misschien een woordenspel. Daar heb ik ook niet veel zin in. Ik ben overtuigd van de noodzaak — en ik ben daar ook toe bereid — om op dit punt extra bevoegdheid over te dragen.

De heer Van der Staaij (SGP):
De heer Cohen gaf al aan dat dit een beetje een woordenspel wordt, maar het gevoelige punt is natuurlijk wel dat er fracties zijn, waaronder de SGP-fractie, die helemaal niets moeten hebben van overdracht van bevoegdheden van Nederland naar Europa. Dat is hier toch echter niet aan de orde? Het gaat toch om het stoppen van de mogelijkheid om er soeverein een potje van te maken?

De heer Cohen (PvdA):
Zeker, het is de bedoeling dat je er geen potje meer van mag maken, maar daar heb je iemand anders voor nodig die daarvoor zorgt. Als je tegen burgers bijvoorbeeld zegt dat zij niet mogen inbreken, vind ik het wel handig dat je een politieagent in het leven roept; het is niet handig als er dan geen politieagent is. Die politieagent heeft en krijgt dan wel bevoegdheden.

De heer Van der Staaij (SGP):
Exact, maar de heer Cohen is ook jurist; we hebben het dan toch gewoon over attributie, het toekennen van nieuwe bevoegdheden? Dat is toch iets anders dan het ineens kwijtraken van bevoegdheden die je nu nationaal hebt?

De heer Cohen (PvdA):
Als op een gegeven moment een ander orgaan die bevoegdheden krijgt, lijkt het mij dat het eerste orgaan die bevoegdheden niet meer heeft.

De heer Van der Staaij (SGP):
Het lijkt mij een slagje ingewikkelder. De Gemeentewet kent een artikel 12-status voor gemeenten die er een potje van maken. Als je dat in de wet regelt, zeg je niet dat allerlei gemeenten bevoegdheden verliezen en overdragen aan het Rijk. Dat is helemaal niet zo; gemeenten hebben gewoon hun eigen takenpakket, maar als je er een rommeltje van maakt, moet je niet gek opkijken als op een ander niveau maatregelen worden genomen en bevoegdheden worden toegekend om daar een eind aan te maken.

De heer Cohen (PvdA):
Juist, dan worden bevoegdheden toegekend.

De heer Van der Staaij (SGP):
Toegekend, maar dus niet overgedragen.

De heer Cohen (PvdA):
Nu gaan we verder met het woordenspel.

9 Martin Holterman 23/09/2011 om 17:18

@WLJH: Dat lijkt me geen houdbare manier van praten. Soevereiniteit in die zin ligt immers enkel en alleen bij het volk.

http://webh01.ua.ac.be/storme/verlating.html

Zolang we het hebben over soevereiniteit als eigenschap van staten cq actoren, kan ze nooit zo ongedefiniëerd en onbegrensd zijn. Het feit dat in de Nederlandse Grondwet toevallig niets staat over de wetten die de wetgever wel of niet mag maken doet daar niet aan af. (Al was het maar omdat er altijd nog de grondrechten zijn.)

Soevereiniteit anders dan die van het volk kan dus niets anders zijn dan een bundel van competenties, die naar believen over verschillende horizontaal en verticaal gerangschikte actoren kunnen worden verdeeld. In die zin is soevereiniteit altijd gedeeld. Mocht de behoefte bestaan om over soevereiniteit te praten als iets ondeelbaars, dan is het dus de ultieme competentie: de competentie om de competentie van anderen definiëren.

10 MD 26/09/2011 om 11:05

@ WVDB: Volgens mij is jouw realistische definitie in essentie een sociologische of politicologische waar de jurist niet veel mee kan aanvangen. Het gaat ons immers toch meer om bevoegdheden en normen dan om de vraag wie de reële macht heeft?

Soevereiniteit en federalisme zijn inderdaad moeilijk te combineren. Sterker nog: sinds de Amerikaanse ‘uitvinding’ van de bondsstaat is er discussie over wat die precies is. Maar ook als je de term oubollig vindt zul je toch moeten erkennen dat er zeer veel staten zijn die zich voor hun legitimatie beroepen op de soevereiniteit van het eigen volk. Je kunt ‘We, the People’ niet zomaar wegrelativeren. En veel van die staten beweren bovendien een bondsstaat of andersoortige federatie te zijn. Daar zul je als jurist toch iets mee moeten. Of staten beter is een andere legitimatiegrondslag zouden kunnen kiezen is voor mij een andere, strikt genomen niet-juridische, vraag.

Overigens lijkt het me inderdaad zo dat niet staten soeverein zijn, maar dat dat meestal het volk is. Behalve in Nederland, daar weten we het niet.

11 CR 26/09/2011 om 13:40

Interessante discussie. Er blijken diverse betekenissen van “soevereiniteit” aan de orde te zijn; betekenissen die elk hun betekenis, ik bedoel: hun nut hebben, maar die je niet door elkaar moet laten lopen.
1. Soevereiniteit als optelsom van alle macht of alle bevoegdheden die een staat heeft. Het is de vraag of dit een correct gebruik van de term is. Niet alleen omdat het al gauw een inhoudsloos begrip is: als een staat bevoegdheden overdraagt, noemen we de overblijvende bevoegdheden nog steeds soevereiniteit. Een worst waar je een plakje vanaf snijdt, is nog steeds worst. Maar ook omdat deze betekenis afleidt van een betekenis die dichter ligt bij wat “soevereiniteit” gevoelsmatig inhoudt:
2. Het holistische begrip sovereiniteit, dat gelijk is aan, of wordt verward met, onafhankelijkheid. Het begrip kan een sterk gevoelsmatige lading hebben, waarbij iets al snel wordt gezien als een onaanvaardbare schending van de soevereiniteit. Anderen stellen daar dan weer tegenover dat we feitelijk allang afhankelijk zijn geworden van wat zich afspeelt in het buitenland (interdependentie), zodat het beter is om ook de overheidsmacht steeds meer internationaal te organiseren.
3. Een andere betekenis: soevereiniteit is het hoogste gezag, het gezag dat geen macht boven zich hoeft te dulden. Dit is vooral een klassiek volkenrechtelijk begrip: de staat is het voornaamste rechtssubject in het volkenrecht. Toch heeft ook het volkenrecht erkend dat staten zich kunnen binden (anders was er geen volkenrecht). Vandaar: de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië.
4. De bron, rechtvaardiging of legitimatie van de staatsmacht. Dit is een wezenlijk andere betekenis. Theoretisch gaat men ervan uit dat er maar twee bronnen zijn: volkssoevereiniteit en godssoevereiniteit. Wel is er een verbinding met het klassiek-negentiende eeuwse idee van de natiestaat, waarbij volk en staatsmacht idealiter gelijk aan elkaar zijn, oftewel: elk volk vorme een eigen staat. Vandaar het zelfbeschikkingsrecht der volkeren.

Bij de Griekse casus speelt nog iets anders: men kent in het volkenrecht twee soorten staatsmacht: jurisdiction to prescribe (de bevoegdheid regels te stellen) en jurisdiction to enforce (de bevoegdheid om regels te handhaven). Het zal duidelijk zijn dat het installeren van een EU-orgaan dat begrotingsregels handhaaft, valt onder de jurisdiction to enforce: de Europese materiële regels worden aangevuld met handhavingsbevoegdheden. Dat is niet zozeer het overdragen van bevoegdheden (nationale organen zijn en blijven bevoegd de regels te handhaven), als wel het creëren van nieuwe bevoegdheden.

En dat brengt dan meteen weer op een andere term: jurisdictie of rechtsmacht, zoals gebruikt in artikel 1 EVRM. Een staat heeft zeggenschap over zijn grondgebied, zijn onderdanen, enz. Dit ligt sterk aan tegen soevereiniteit volgens betekenis 3.

12 a.zecha 23/10/2011 om 15:40

Mijns inziens is in het onderhavige artikel en de reacties een enkele facet onderbelicht gebleven.
Vastgesteld kan worden dat het tot de geplogenheden van politici hoort om uitspraken zodanig te formuleren dat er “a way out” bestaat (en liefst meerdere) indien zij vanwege deze uitspraken “in moeilijkheden” komen of dreigen te komen.
In het politieke gremium bestaat er deswege een respect voor diegene onder hen die deze “woordkunst” zeer goed beheerst en gebruikt.
Een “gladde tekkel” in het parlement zijn was een naamgeving die niet geheel vrij was van een “jalouzie de métier” (zie ook de “nacht van Schmelzer”).
(Dus) ook wetgevers “doen het” omdat het nut heeft voor politici die staatsbestuurders zijn of het ambieren.
“Onafhankelijke” wetenschappelijke rapporten kunnen door de Staat der Nederlanden worden ingezet indien deze ruimte laat om “politiek” te bedrijven.
a.zecha

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: