Souters seat IV

door GB op 16/05/2009

in Buitenland

Obama is redelijk succesvol in zijn streven om in alle rust een genomineerde uit te zoeken voor Souters zetel. Tenminste, een medeweker van het Witte Huis liet weten dat de lijstjes die tot nu toe circuleerden onvolledig waren, ‘smiling at the notion that secrecy surrounding the Supreme Court pick has held’. En dat terwijl er nu wel senatoren betrokken worden bij het proces. Aldus uitgedaagd, boekte The Boston Globe resultaat: Carlos Moreno (rechter bij het hooggerechtshof van Californië) staat ook achterop het bierviltje.

Ondertussen heeft Obama’s opmerking over de vereiste ‘empathy’ zich vertakt tot een brede discussie over de rol van de rechter. Op The Volokh Conspiracy schrijft Orin Kerr dat het in feite gaat om een tegenstelling over de vraag wat de rechter moet doen in ‘hard cases’. Sommigen verwachten van de rechter dat hij dan moet afwegen welke juridische argumentatie – hoewel niet evident doorslaggevend – toch zwaarder moet wegen. Hard cases moeten worden beslecht door de knapste juristen. Anderen oordelen dat het in ‘hard cases’ aankomt op de persoon van de rechter. De rechter is dan aangewezen op zijn diepste waarden, omdat beide kanten van de zaak zinvol juridisch kunnen worden onderbouwd. Hard cases moeten dus worden overgelaten aan de meest rechtschapenen.

Obama’s opmerking is in deze tegenstelling te plaatsen. ‘Obama sees empathy as critical because he thinks that judges in close cases have a free choice as to which side should win. A substantial number of the close cases that reach the Supreme Court involve some sort of power dynamic — employer versus employee, plaintiff versus big company — and Obama wants the judge who will pick the side of the powerless.’

De tegenstelling kan ook worden vertaald naar Hart en Dworkin. Waarbij Hart degene is die accepteert dat de rechter zich in hard cases op een gegeven moment verlaat op zijn persoonlijk overtuiging en waar Dworkins rechter als een Hercules op zoek blijft naar het ‘right answer’. ‘Orin’s post seems to be viewing Obama’s jurisprudence as legal positivism in the tradition of Hart.’ Achter de Hart-Dworkin ‘tegenstelling’ duikt echter weer een nieuw probleem op: wanneer is een hard case eigenlijk een hard case? Zo blijkt een belangrijk deel van de problematiek toch vooral verschoven te zijn.

Misschien is het wel aardig om eens te beproeven of deze benadering ook in Nederland zinvol zou zijn. Corstens: Scholten of Meijers. Iemand?

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: