Spir-it van en voor de rechtspraak

door IvorenToga op 16/07/2013

in Rechtspraak

Post image for Spir-it van en voor de rechtspraak

De tijd van een eigen oliemannetje per gerecht die de automatisering onderhield is definitief voorbij. Lange tijd kon elk gerecht allerhande applicaties ontwikkelen zoals de lokale autoriteiten en rechters dat ambieerden. Sinds enkele jaren bestaat Spir-it, het Informatie- en Technologiebedrijf van en voor de Rechtspraak, ontstaan door de beslissing van de presidentenvergadering de uitvoering van hun wettelijke taak op het terrein van de informatietechnologie te centraliseren bij Spir-it. Spir-it is de opvolger van Ictro. Ictro werd gedeeld door het Openbaar Ministerie en de Zittende Magistratuur. Toen het OM zijn eigen weg ging en zich loskoppelde van Ictro, is Spir-it alleen voor de ZM ontstaan. Bij dit bedrijf werken meer dan 400 medewerkers, met een jaarbegroting van ongeveer 80 miljoen Euro en beheerder van 12000 werkplekken in de rechterlijke organisatie. Nota bene. Ik schrijf over een begroting die tweemaal een doorsnee gerecht omvat. Naast diensten voor (de medewerkers van) de rechtspraak) ontwikkelt Spir-it digitale diensten voor advocatuur en burger, waardoor de burger digitaal kan (gaan) procederen en de advocatuur gebruik kan maken van een Digitaal loket. Voor de doorsnee rechter en medewerker lijkt Spir-it ver van huis, maar er hoeft maar een password vergeten te zijn, een computer vast te lopen of via een landelijk nummer komt men uit bij een van de vele medewerkers van Spir-it die op verre afstand het probleem oplost. Spir-it roept vragen op, vragen die ik probeer beantwoord te krijgen via een rondleiding. Uitvoerig word ik rondgeleid, spreek medewerkers van verschillende lagen en kan ik mijn onwetendheid etaleren en mijn vragen stellen.

Wie hoofdzakelijk met het proces van rechtspreken bezig is, denkt slechts in termen van Word om conceptvonnissen en –arresten te maken. Nota bene. Griffiers en griffiemedewerkers kennen een veel grotere digitale omgeving dan rechters. Uit rechterlijke optiek lijken de eerder genoemde gelden en formatie bij Spir-it overtrokken, voor dat geld kun je immers veel rechters aanstellen. Temeer omdat mijn herhaalde stelling is dat willekeurig welke bedrijfsvoering gericht moet zijn op het werk van de rechter en wat deze nodig heeft. Wie de lange rij aan meer of minder innovatieve projecten van Spir-it beziet, kan zich afvragen of deze graad van informatietechnologie noodzakelijk is. Deze focus is echter te smal. De IT-vraag van de Rechtspraak is breder en verstrekkender dan wat de individuele rechter nodig heeft en dat wat met individuele ICT-ers per gerecht kan worden gerealiseerd.

Het belangrijkste bestaansrecht voor een IT-bedrijf met deze omvang is de landelijke eenheid van werken voor die organisatorische onderdelen die dat behoeven. Belangrijke redenen en noodzaak zijn gelegen in de complexiteit van de ontwikkeling en het beheer van IT-producten waardoor niet langer per gerecht naar een oplossing kon worden gezocht (primaire processystemen, datawarehouse, kantoorautomatisering; digitale dossiers). De maatschappelijke omgeving vergde eenduidige digitale toegang tot en communicatie met de Rechtspraak (emailadressen, website rechtspraak.nl, DIVOS, en nu KEI). In een samenleving die in steeds hoger tempo digitaliseert en versnelt kunnen de gerechten niet vele verschillende automatiseringssystemen in de lucht houden. Het centraal organiseren en ontwikkelen van de nodige informatietechnologie houdt gelijke tred met het uniformeren van het mailadres dat voor iedereen binnen de rechtspraak eindigt op rechtspraak.nl, met het uniformeren van hetzelfde briefpapier, opmaak van vonnissen en zo verder. Dit financieel en organisatorisch verklaarbare streven naar eenvormigheid verklaart waarom elke rechter met dezelfde computer, bureaublad en andere technische mogelijkheden geacht wordt te werken. Datzelfde streven verklaart waarom rechters niet langer of slechts uiterst moeizaam in het automatiseringssysteem aan bouwstenen kunnen sleutelen waarmee het bewezen verklaarde feit wordt gekwalificeerd. Bouwstenen die niet tot stand komen dan nadat lokale en landelijke bouwstenencommissies zich over de gewenste wijzigingen hebben gebogen. In een individueel vonnis en arrest kwalificaties versleutelen wordt niet geapprecieerd door het automatiseringssysteem. De eerste voorbeelden van eenvormigheid zijn te billijken, het laatste voorbeeld ligt gevoelig omdat de bedrijfsvoering daarmee op het domein van de rechter lijkt te komen. Voor het laatste is niet Spir-it verantwoordelijk, want uniformering van bouwstenen e.d. berust op bestuurlijke keuzen, waarbij ik me haast om op te merken dat er vermoedelijk wel ICT-technische oplossingen te vinden zijn om lokale aanpassingen mogelijk te maken..

Het tweede bestaansrecht voor Spir-it ligt in de modernisering van de rechterlijke organisatie; daarmee functioneert Spir-it voor de rechtspraak. De landelijke leiding van de rechtspraak heeft met Spir-it een organisatie in het leven geroepen die niet zozeer innovaties nastreeft maar met projecten nieuwe informatietechnologie benut om groepen gebruikers te bedienen in hun wensen. In die formulering schuilt een intrigerende vergelijking met Apple. Steve Jobs ontwierp technologie waarvan hij meende dat de consument deze na kennismaking niet meer zou willen missen. De ontwikkeling van producten stuurt de vraag of de behoefte. Zo ontwikkelt Spir-it krachtige tablets ter vervanging van de desktops op de werkkamers. Deze tablets kunnen worden meegenomen naar huis teneinde bijvoorbeeld Het Nieuwe Werken vorm te geven (niet langer tijd- en plaatsafhankelijk werken) zodat de werknemer zowel thuis, onderweg als op het werk, waaronder de zittingzaal, desnoods in nieuwe kantoortuinen, toegang heeft tot zijn werkbestanden. Heeft de rechter behoefte aan deze wijze van werken of creëert de landelijke leiding hier een behoefte, teneinde voor te sorteren op Het Nieuwe Werken en daarmee veel kantoorruimte te besparen? In ieder geval lijken de diensten van Spir-it een instrument om de landelijke doelen te bereiken en tegemoet te komen aan de belangen om met schaarse gelden efficiënter om te gaan. Denkend aan de artikelen 23 lid 1 sub a wet RO en 91 lid 2 wet RO is bij die doelstelling en belangenafweging onduidelijk of de presidentenvergadering of de Raad voor de rechtspraak eigenaar van Spir-it is en of er sprake is van delegatie door of van een mandaat van de presidentenvergadering.

Onvoldoende geëxploreerd, doordacht en laat staan geëxpliciteerd zijn de implicaties die technologie kan hebben op het rechterlijk domein. In mijn ogen is het rechterlijk beroep op autonomie dikwijls onterecht, maar dat zou door bestuurders vaker mogen worden benadrukt. En wanneer het wel terecht is – want ook daar wordt soms te makkelijk over heen gestapt (denk aan de bouwstenen) – zou met Spir-it gekeken moeten worden hoe de technologische infrastructuur daar op kan worden afgestemd. Dat is ook organisatorisch van belang nu de rechter uiteindelijk bepaalt wat in de uitspraak komt. Een beslissing die administratief niet verwerkt kan worden kost veel tijd, levert geen geld op en leidt in het slechtste geval tot executieproblemen. Wanneer bestuurders onvoldoende aandacht besteden aan dit punt, snijden ze dus vooral zichzelf in de vingers.

Het lijkt alsof Spir-it er is voor de individuele rechter. Ten dele is dat ook zo, daarover zo dadelijk meer, maar een substantieel deel van het bestaansrecht wordt ontleend aan de opdrachtgever die de rechterlijke en gerechtelijke organisatie in een bepaalde richting wil sturen. Zo is het project KEI (Kwaliteit en Innovatief) de komende jaren van cruciaal belang om de rechtspraak het papierloze tijdperk binnen te loodsen. Daarvoor moeten wettelijke en organisatorische barrières worden geslecht. Met deze wijzigingen kan hopelijk meer dan honderd miljoen Euro worden bezuinigd. Die afslanking van de gerechtelijke organisatie kan slagen als er meer standaardmatig wordt gewerkt. Automatisering, digitalisering en standaardisering hangen samen met die standaarden en komen bovenal samen bij Spir-it, dat in de hoedanigheid van uitvoeringsorganisatie meer werkt voor de leiding van de rechtspraak dan voor de rechters, die op het eerste gezicht ontzien worden, maar via eenvormiger gedigitaliseerde werkprocessen wel degelijk te maken krijgen met KEI en de nieuwe tijd.

Waar is de individuele rechter en medewerker voor wie elke bedrijfsvoering op het eerste gezicht beoogt te werken? Spir-it is immers ook van de rechtspraak. Spir-it heeft een soort commandokamer met vele beeldschermen waar om 7.00 uur direct een signaal verschijnt waar in gerechtelijk Nederland een automatiseringsprobleem is ontstaan, waarna men voor 9.00 uur het euvel probeert te verhelpen. Wie nog meer wil weten over de inzet moet op bezoek bij de afdeling van Spir-it waar vele medewerkers telefoontjes van rechters en medewerkers beantwoorden. Tijdens mijn bezoek waren er 171 telefoontjes ontvangen en was op een scherm zichtbaar dat 81 procent van deze klachten in 20 seconden was opgelost. Een topscore zou ik zeggen, maar tot mijn verbazing, eigenlijk verbijstering, bleek dit niet het juiste streven. De opdrachtgever verlangt betere ‘doorlooptijden’, wat kan de individuele rechter en medewerker nog meer verlangen? Stimuleert een dergelijke inzet echter niet ook een vorm van consumentisme? Deze vraag brengt mijn gastheren en gastvrouw tot de optie dat de gerechten weer eenvoudige klachten zelf afwikkelen, zoals het resetten van een vergeten wachtwoord. Maar de gedachte was nu juist dat Spir-it alle klachtbehandelingen zelf zou beheren. Als die eenvoudige klachten, voor de doorsnee rechter en medewerker het meest basaal, niet meer bij Spir-it binnenkomen, dan resteert een high-tech organisatie die de mooiste informatietechnologische vergezichten voor de rechtspraak ontwikkelt. Een ander belang is dat Spir-it juist ook door contact te hebben over banale problemen het contact met de werkvloer houdt. In ieder geval zou het goed zijn als Spir-it en de gerechtsbesturen uitdragen dat Spir-it niet mag worden gezien als de NS door de gemiddelde treinreiziger. Ook al is het treinnet in Nederland overvol en bijzonder ingewikkeld en rijden 95% of meer van de treinen op tijd en scoort de NS op wereldniveau goed, bij elke storing krijgt de NS er van langs. Het is prijsschieten en veel mensen doen er aan mee. Dat moet met Spir-it niet gebeuren, het is een bedrijf om trots op te zijn. En er mag ook wel eens gezegd worden dat de leiding van het bedrijf de spirit bij Spir-it heeft teruggebracht en dat zonder Spir-it grote innovatieve projecten als KEI geen kans van slagen hebben. Ik hoop dat de nieuwe leiding van Spir-it vanaf 1 oktober voortgaat in dezelfde geest als waarin Ron Kolkman het bedrijf de afgelopen jaren heeft gevormd.

Ik kom bij mijn laatste twee overdenkingen. De eerste is dat ik onder de indruk ben van de omvang van het bedrijf Spir-it, de montere sfeer, de grote inzet voor een fraaie en handzame informatietechnische landschapsarchitectuur, maar het transitieproces om 2500 rechters naar een andere informatiewerkelijkheid te geleiden en tot hoofdrolspelers te maken in een digitale procesvoering, vergt een generatie. Er wordt gedacht aan enkele jaren, maar tien jaar lijkt meer in de rede te liggen, niet alleen gelet op alle moeizaam beheersbare en soms gesneefde plannen om een digitaal dossier in te voeren, maar ook om de samenwerking met de werkprocessen van het openbaar ministerie en mogelijk later met de balie te zoeken en tot slot om de wettelijke en organisatorische barrières te slechten om efficiëntere gerechtelijke procedures te beproeven en in te voeren. Zowel departement, Raad voor de rechtspraak, KEI, het LOVS voelen zich spelbepalers, maar gelet op de geschetste complexiteit zal een meer eenduidige bewaking van het proces onmisbaar zijn.
De tweede overdenking is deze. ICT is voor de toekomst onmisbaar voor het verder vormgeven van een effectieve, efficiënte, snelle, gebruiksvriendelijke en een goedkopere organisatie van de rechtspraak. Die doelen kunnen vrijwel niet gerealiseerd worden zonder standaardisatie en dwingende automatiseringsvoorschriften. Zonder enige twijfel zal de bureaucratisering van de rechterlijke organisatie verder geïntensiveerd worden. In lijn met het het recent uitgebrachte advies van de Raad voor het openbaar bestuur, getiteld Van wie is deze hond? Politieke sturing op dienstverlening en ICT (p. 79) is het wijs om niet de balans uit het oog te verliezen bij het afwegen van het rechterlijk perspectief (wat is nodig voor een goede ambtsuitoefening) tegenover het belang van een sterkere ICT in de rechtspraak.

Rinus Otte
Hoogleraar rechtspleging RUG en senior raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Deze post is de onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 10 reacties… read them below or add one }

1 a.zecha 26/07/2013 om 15:51

Het artikel over Het Nieuwe Werken alludeert m.i. op “De Nieuwe Democratie” ter vervanging van een democratie die rust op drie gescheiden en van elkaar onafhankelijke staatsmachten (de trias politica die Montesquieu heeft beschreven) en die elkaar controleren en corrigeren om burgers in een democratische rechtsstaat rechtszekerheid, rechtsveiligheid en rechtsbescherming te bieden tegen inbreuken op hun grondrechten.

Het Nederlandse democratische systeem lijdt m.i. van aanvang af aan een ernstig democratisch gebrek dat zich vooral manifesteert in dubbelzinnigheid. Op onze markten zijn voor zich sprekende voorbeelden te vinden: “Bij ons is uw gulden een daalder waard”; “ëén betalen en twee halen”. En wat te zeggen van: “Oude wijn uit nieuwe zakken schenken”?
En onze democratische rechtsstaat in het hart treffend: “Wel een nationale grondwet bezitten maar een Constitioneel(Hoog)Gerechtshof afwijzen”?
De Raad van State is m.i. een politiek surrogaat indien geplaatst naast een volwaardig politiek onafhankelijk rechtscollege als een Constitioneel(Hoog)Gerechtshof. Vele westerse en ook verscheidene niet-westerse democratische rechtsstaten bezitten naast hun nationale grondwet een Constition eel(Hoog)Gerechtshof.

Na 1940 is m.i. ons nationaal democratisch systeem ten gronde veranderd en de lessen die Montesquieu trok uit de democratie in de US werd bij ons gestaag ondermijnd. Niet in de laatste plaats door het veelvuldige gebruik van de wetgevingsfiguur bekend onder noemer van Algemeen Maatregel van Bestuur die buiten een parlementaire behandeling om wordt ingevoerd en door het ontbreken van een Constitioneel(Hoog)Gerechtshof niet door politiek onafhankelijke rechters aan onze nationale grondwet getoetst kan worden.

Het EHRM kan Nederlandse burgers en ingezetenen nog enige bescherming bieden in zaken hun grondrechten betreffende. Overigens tot ongenoegen van partijvertegenwoordigers in de Staten Generaal en regering, die daarvoor zelfs onze grondwet wil wijzigen om te voorkomen dat onze rechters de jurisprudentie van het EHRM benutten..

Ook andere basisvoorwaarden voor een kwalitatief goede democratie (waar burgers centraal staan!) van Montesquieu worden in de na-oorlogse politieke werkelijkheid ter zijde geschoven. De wetgevende en uitvoerende staatsmachten schoven geluidloos ineen tot één enkele overheersende staatsmacht van politieke partijen waardoor de parlementaire controle van de regering weinig om het lijf kreeg. Gelijk een slager die zijn eigen vleesproducten van zijn eigen keurmerk voorziet. Om deze reden kunnen veel resultaten en adviezen van een parlementaire enquête en andere commissies met de stilzwijgende instemming van de Staten Generaal geluidloos onderin in de laden van de uitvoerende politieke staatsmacht verdwijnen. Dergelijke schijnvoorstellingen van vertegenwoordigers van politieke partijen dragen m.i. eveneens bij aan het chronisch slecht democratisch functioneren van onze rechtsstaat. Een associatie met draaideur criminelen ligt mijnerzijds voor de hand.

Terugkerend tot Montesquieu en in het licht van bovenstaande schets klinken de eerste zeven woorden van de openingslezing tijdens de opening van de Zomerconferentie 2011 van het Montesquieu Instituut in mijn perceptie hypocriet.
a.zecha

2 Rinus Otte 26/07/2013 om 19:08

Ik lees graag elk commentaar dat geleverd wordt, maar ik begrijp domweg niet hoe dit commentaar bij het stuk past. Foutje van commentator Zecha misschien, bedoeld voor een andere blog?

3 a.zecha 27/07/2013 om 01:44

Begin cit.: “Deze tablets kunnen worden meegenomen naar huis teneinde bijvoorbeeld Het Nieuwe Werken vorm te geven ….. etc.;”einde cit.

Mijn commentaar ving aan met: begin cit,: “Het artikel over Het Nieuwe Werken alludeert m.i. op “De Nieuwe Democratie” ter vervanging van een democratie ….. etc.” ; einde cit.

Dat het commentaar verder over de m.i. “te vervangen democratie” ging is juist opgemerkt.
a.zecha

4 Rinus Otte 27/07/2013 om 10:35

Misschien zou het aardig zijn om eens een blog te schrijven over de bloeiende handel in reacties op de mini artikeltjes die bloggers vaak schrijven. Ons blog Ivoren toga is bedoeld om debat op te roepen, zoals de Nederlandse Jurisprudentie soms annotaties van een annotator meekrijgt, die het arrest analyseert, in een breder kader plaatst en dan een enkele persoonlijke kanttekening of vraag meegeeft. Uw commentaren lees ik altijd met plezier, maar ze raken vaak niet de kern van het becommentarieerde blog, vormen hooguit een aanloop om een eigen verhaal met, dat moet ik toegeven, een consequent dezelfde structuur op te zetten. Dat is niet kwalijk, maar het heeft soms toch wat weg van klassieke predikanten die uit het hoofd associëren van een schemerige landweg in de vroege morgen uitkomen bij de perversiteiten van de monetaire uitverkoop van de vrije democratie (voor het gemak bundel ik nu ook maar even enkele volstrekt losstaande impressies). Kortom, ik roep u op om uw plezierige reactiebehoefte iets meer te paren aan de ingewikkelde fenomenen van informatietechnologie in de rechtspraak, waar veel op af te dingen valt, die althans veel vragen oproepen. Ik heb geprobeerd voor veel rechters onbekende en sluikse ontwikkelingen te duiden en heb behoefte aan meer inhoudelijke tegenspraak op niveau. Dat is het debat dat wij met dit blog nastreven.
Meneer of mevrouw Zecha, u kunt beter!

5 Marlies van Eck 27/07/2013 om 13:37

Uiteindelijk gaat dus ook een rechter meemaken wat voor allerlei andere ambtenaren (beleidsmedewerkers waarschijnlijk uitgesloten!) al geldt: er zijn productienormen, er moeten jaarplannen gemaakt worden en er moet worden gewerkt met de geautomatiseerde systemen. De constatering dat automatisering altijd leidt tot standaardisatie is een zeer juiste. Automatisering van taken heeft allerlei gevolgen voor het primair proces. Juristen realiseren zich in mijn ogen soms te weinig dat er verschillen ontstaan zodra een taak met behulp van computers uitgevoerd wordt. Ach, denken ze, of die boom omgezaagd wordt met de hand of automatische zaag, dat maakt niet uit. Maar de boswachter weet dat dat heel veel uitmaakt, de productie kan omhoog, er kunnen bomen geraakt worden die niet om moeste, men is afhankelijk van elektriciteit en er moeten andere veiligheidsmaatregelen getroffen.
Een essentieel gevolg van automatisering is bijvoorbeeld dat door de dwingende standaarden de gebruiker wel moet handelen volgens de regels van de organisatie, de digitale disciplinering, zoals Zouridis dit noemt. Een andere gevolg is: het lerend vermogen van een organisatie neemt af. In een autocratie zoals Jorna dat heeft genoemd, wordt niet snel een bestaande standaard aangepast. Het gaat er niet zozeer om of je nu wel of niet iets ziet in nieuwe technologieën, maar dat je je realiseert dat dit gevolgen heeft voor het primaire proces.

6 Rinus Otte 27/07/2013 om 14:37

Kijk, dit is een goed inhoudelijk commentaar, waarmee ik het grotendeels eens ben. Het gevolg van elke standaardisatie kan de ijzeren kooi van Weber opleveren die gevolgen oplevert voor het eigen autonome handelen van de professional en daarmee indirect voor het zelfbeeld van de individuele beroepsbeoefenaar. Maar eindigen met die constatering vind ik te makkelijk. Bij minder geld, bij meer rechtsvragen, bij een grotere roep om organisatorische en juridische eenheid is standaardisatie een kennelijk onontkoombaar fenomeen dat elke bestuurder nastreeft. Veel rechtsvragen komen bij voldoende rechterlijke ervaring neer op kaakjes en koekjes en mogen best met meer lopende bandwerk tegemoet getreden worden. Maar een deel van de rechtsvragen verdient daarentegen meer aandacht en ruimte. Mijn zoektocht naar een overlevende eigenheid, waarmee de zoeker uit de genoemde ijzeren kooi kan ontsnappen, is veel boeiender. We kunnen niet terug naar vroeger, anders komen we in een soort klaagcultuur terecht van overleefde hippies die hun wrok om het niet gedeelde wereldleed niet kunnen verkroppen en zurige stukjes schrijven. Ik weet niet of mijn eigen zoektocht tot een kleine enclave binnen de groeiende bureaucratie van de rechtspraak leidt, maar in het debat over automatisering en rechtspraak lijkt mij de meest spannende vraag hoe die standaardisatie op onderdelen kan samengaan met maatwerk, ook op het vlak van automatisering.
Mevrouw van Eck, dank voor uw reactie, we zwoegen voort!

7 Marlies van Eck 27/07/2013 om 17:20

Dank u! Veel succes ook! Rechters die zich direct op hun rechterlijke onafhankelijkheid beroepen bij een standaard tekstblok, zoeken de ruimte misschien wel in de verkeerde dingen. Maar in het openbaar bestuur is ook bekend dat als er een onderscheid is tussen gladde en niet-gladde gevallen (die gevallen die extra denkwerk vergen) dit onderscheid onder druk van productienormen al gauw heel anders kan uitvallen. Essentieel is dat bij de automatisering ervaren rechters worden betrokken: de uitvoering moet niet pas bij de testfase ‘aangehaakt’ worden. Over 2 jaar hoop ik meer te kunnen vertellen over de gevolgen van geautomatiseerd beschikken in twee sectoren die al jaren geautomatiseerd werken: de belastingsector en de sociale zekerheid, voor de rechtsbescherming van de burger. Dan kan ik u vast meer vertellen als m’n proefschrift af is. Eerst zou ik zeggen: weg met de fax! Over hippies gesproken…

8 Rinus Otte 27/07/2013 om 21:56

De eerste zorg deel ik. Het is een bekend gegeven dat ”besparingen” als gevolg van standaardisatie (al dan niet onder invloed van automatisering) niet per definitie in het voordeel uitpakken van de zwaardere zaken maar worden benut als besparing.
Op het andere punt zijn mijn zorgen juist groter. Dit soort projecten zijn mede bedoeld om het primaire proces te sturen, wat op zich nog wel navoelbaar is, maar welke parameters daarvoor worden benut is niet afgestemd met rechters maar bedacht in de cockpit van de ”bouwers”. Bij dat bouwen worden ook niet altijd de beste senior rechters betrokken, maar weg gepromoveerde rechters, rechters die te weinig zicht hebben op de essentiële vraag hoe automatisering aan rechtspraak dienstig kan zijn in plaats van andersom, en zo verder. Dit soort projecten zijn ingewikkeld, bestuurlijk gestuurd, niet altijd gerelateerd aan wat de rechtspraak nodig heeft, en regelmatig gesneefd (zoals GPS). Desondanks staat mijn vraag recht overeind hoe ondanks deze realiteiten en zorgen toch voordelen ontleend kunnen worden aan informatietechnologische processen. Over tien dagen verschijnt op ons blog Ivoren toga een drieluik dat de inhoud van het strafproces linkt aan de ontwikkeling van de automatisering. Mogelijk kunnen strafsectoren voordeel hebben aan inzichten uit andere rechtsgebieden, zoals uw eigen blogs zichtbaar maken. We kijken te weinig over de grens van andere rechtsgebieden en blijven daardoor te vaak wielen met vierkante wielen uitvinden. Uiteindelijk kunnen grappen over hippies niet verhelen dat elke veranderingsgezinde beschouwer van werkprocessen in de kern een dromer is die meent een nieuwe wereld te bouwen, met regelmatig funeste gevolgen waarvoor dan weer niemand verantwoordelijk is. Dus misschien ben ook ik wel een vermomde hippie die pas na het pensioen achter de vergeefsheid van vele bestuurlijke experimenten komt.

9 Marlies van Eck 28/07/2013 om 11:06
10 a.zecha 29/07/2013 om 15:28

Het aardige van het blog http://www.publiekrtechtenpolitiek.nl/ is m.i. dat schrijvers in de Ivoren Toga zich buiten hun relatief beperkt (maar op zich reeds zeer complex) strafrechtsgebied begeven. Door publicatie op dit blog kunnen (weggedachte en/of niet-beschreven) bepalende partijpolitieke invloeden zichtbaar worden en is op het blog http://www.publiekrechtenpolitiek.nl/ een bredere input mogelijk dan kennelijk op het blog van de Ivoren Toga is gewenst.
a.zecha

P.S. de titulatuur “mevrouw” of “meneer” heeft in het kader van onze Europese Grondrechten m.i. geen toegevoegde waarde.
a.zecha

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: