Staatscommissie Grondwet

door GB op 21/02/2009

in Varia


De Staatscommissie Grondwet is al voor de start redelijk gehavend. De oppositie geloofde er niet in, de opdrachtverlening werd gedeeltelijk gekraakt door de Raad van State en later ook nog gestript door het kabinet. Uiteindelijk moet het nu hierover gaan.

Opvallend is dat de ‘harde’ onderwerpen tijdens de rit zijn afgevallen. De herzieningsprocedure van de Grondwet, bijvoorbeeld, en de mogelijke grondwettelijke verankering van politieke partijen. Dat waren toch onderwerpen waar concrete wijzigingsvoorstellen uit hadden kunnen voortkomen, en waar ook al tijden problemen spelen. Nu staat toch vooral ‘de betekenis van de Grondwet voor de burgers’ op nummer één. Maar wat is precies het probleem op dat punt? Ik weet het niet. Ontroerende initiatieven te over.

1 LD 21/02/2009 om 16:55

De herzieningsprocedure van de Grondwet was enige tijd onderdeel van de opdracht aan de staatscommissie, maar dan alleen voorzover er problemen konden ontstaan rond de ontbinding van de Tweede Kamer in verband met de val van een kabinet. Iets dergelijks is in 2006 gebeurd, en toen hebben twee slimmeriken van de UvA – in CDA-kringen bekend als de ‘constitutionele zalmneuzen’ – daar een vervelend artikeltje over geschreven. Zij stelden zich op het standpunt dat de ontbinding en de daarbij behorende verkiezingen de burger in staat moesten stellen zowel actief als passief kiesrecht uit te oefenen. Dat laatste was in 2006 echter niet meer mogelijk, want de wetten waar het over ging waren pas na de sluiting van de kandidaatstelling aangenomen en gepubliceerd.

In het landsbelang heeft een gezaghebbend juridisch tijdschrift het stuk nog geweigerd, maar helaas bleek een minder gelezen blaadje wel bereid het artikel te plaatsen. Een kritische Raad van State maakte in 2007 gehakt van een brief van de minister van Bestuurlijke Vernieuwing waarin de handelwijze van de regering verdedigd werd, maar op het laatste moment realiseerde de Raad zich dat hij een gouvernementele organisatie is: het optreden van de regering was weliswaar zeer onwenselijk, maar niet inconstitutioneel. Met name de Senaat was echter nog niet direct van de juistheid van die conclusie overtuigd. Uiteindelijk moest zelfs de minister van BZK toegeven dat de handelwijze van de regering niet fraai was en ‘op gespannen voet met de Grondwet stond’. Dat is Regerings voor “we fucked up big time”.

Eigenlijk is de oplossing voor het probleem hier simpel: geef grondwetsherzieningen meer prioriteit, dan kom je niet in tijdnood. Het is dan ook terecht dat de staatscommissie niet meer over dit aspect van de grondwetsherzieningsprocedure hoeft te adviseren. De procedure an sich is overigens nooit onderdeel van haar taak geweest, en dat is inderdaad te betreuren.

De grondwettelijke verankering van politieke partijen is afgevallen omdat de Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken dat onderwerp al voldoende uitgekristalliseerd vond. De regering zal hier zelf met wetsvoorstellen of beleidsstukken moeten komen. Hetzelfde geldt voor de grondwetsherzieningsprocedure. De onderwerpen zijn dus niet dood, maar niemand moet er vreemd van opkijken als de regering haar voorstellen pas presenteert na het rapport van de staatscommissie ontvangen te hebben. Dit vanwege de “natuurlijke samenhang van de onderwerpen”.

Toch is het raar dat de staatsrechtelijke positie van politieke partijen geen onderdeel van de taakopdracht meer uitmaakt. De staatscommissie Cals-Donner (dan hebben we het over de jaren ’70) was volgens mij de laatste commissie die zich over dat onderwerp uitliet. Het onderwerp “Grondrechten in het digitale tijdperk” is nog in 2000 behandeld door een commissie-Franken, en dat onderwerp staat weer wel op de agenda.

Wat trouwens te denken van het onderwerp “de invloed van de internationale rechtsorde op de nationale rechtsorde”? Dat is zo breed, dat de kritiek van de Raad van State onmiddellijk begrijpelijk wordt: voor welke problemen moeten eigenlijk oplossingen worden gevonden?

Vorige post:

Volgende post: