Staatshervorming in België: editie 6

door WVDB op 11/08/2014

in België, Buitenland

Na de langste regeringscrisis uit de Belgische geschiedenis en onderhandelingen die in 2007 reeds 194 dagen en in 2010-2011 nog eens 545 dagen aansleepten, werd op 11 oktober 2011 het zogenaamde Vlinderakkoord gesloten. Dit institutioneel akkoord vormde de grondslag voor de zesde staatshervorming. Van de respectievelijk dertien en tien politieke partijen die in de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat vertegenwoordigd zijn, hebben er acht het Vlinderakkoord ondertekend. Met een ruime tweederdemeerderheid van 106 uit de 150 Kamerleden en 52 uit de 70 senatoren heeft de Constituante nadien 42 grondwetsartikelen herzien en 5 nieuwe grondwetsartikelen ingevoegd. Met de steun van 48 Kamerleden en 22 senatoren in de Nederlandse taalgroep en 58 Kamerleden en 30 senatoren in de Franse taalgroep heeft de bijzondere wetgever daarenboven 15 bijzondere meerderheidswetten aangenomen.

De zesde staatshervorming werd mogelijk gemaakt door de tijdelijke herziening van artikel 195 van de Grondwet dat de procedure vastlegt voor de herziening van de Grondwet. (zie hierover deze post)

Om politieke redenen is de verdere hervorming in drie fasen doorgevoerd.

In de eerste fase kwamen de heetste hangijzers aan bod die de afgelopen jaren voor “crisis in de Wetstraat” hebben gezorgd. De splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde en de hervorming van het gerechtelijk arrondissement verwijderden de lont uit dat kruitvat. Ook een aantal andere pijnpunten werden aangepakt, zoals de betwistingen over de rechten van de Franstaligen in de randgemeenten en de financiering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en enkele aspecten van de politieke vernieuwing. Voortaan is ook de oprichting van een Brusselse Hoofdstedelijke Gemeenschap mogelijk. Met het verbod op de dubbele kandidaatsstelling en het verlies van het parlementair mandaat bij verkiezing voor een ander mandaat werd de transparantie van het kiessysteem versterkt. De wetgeving over het stemrecht van buitenlanders werd vereenvoudigd.

In de tweede fase stonden vooral de hervorming van het tweekamerstelsel, de samenvallende verkiezingen en de constitutieve autonomie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap op de agenda. De Grondwet voorzag tevens in meer garanties voor de stabiliteit van het kiesrecht, het parlement werd versterkt en met de gezamenlijke decreten, ordonnanties en besluiten kwam er een alternatief voor de samenwerkingsakkoorden. Na de tweede fase werden bovendien de dotaties aan en vergoedingen van de leden van de koninklijke familie aangepast.
De belangrijkste doelstelling van het Vlinderakkoord was om een grotere autonomie voor de deelstaten te bewerkstelligen in een groter aantal beleidsdomeinen. Met het oog daarop werd in een derde fase de hoofdschotel geserveerd. De zesde staatshervorming verstevigde de greep van de gewesten op de ondergeschikte besturen en het participatiefonds en op het beleid inzake de woning- en de handelshuur, landbouw, dierenwelzijn, vestigingsvoorwaarden, prijzen, leefmilieu, energie, arbeidsmarkt, mobiliteit en onteigening. Ook de gemeenschappen verwierven bijkomende bevoegdheden in de meest uiteenlopende aangelegenheden, zoals jeugdsanctierecht, juridische eerstelijnsbijstand, filmkeuring, gezondheidszorg, ouderenzorg en gezinsbijslagen. Toerisme werd van een exclusieve gemeenschapsbevoegdheid een gedeelde bevoegdheid van de gemeenschappen en de gewesten. Daarnaast werden instrumentele bevoegdheden op het vlak van strafrechtelijk beleid, de authenticatie en het openbaar ambt naar de gewesten en de gemeenschappen overgeheveld.
De overdracht van zoveel materiële bevoegdheden ging noodzakelijkerwijze gepaard met de wijziging van de bijzondere financieringswet. De eigen middelen van de deelstaten stegen met ongeveer twintig miljard euro van vijfenveertig miljard euro naar vijfenzestig miljard euro. De dotaties aan de gewesten uit de inkomsten van de personenbelasting werden deels vervangen door een ruimere fiscale autonomie met de mogelijkheid voor de gewesten om opcentiemen te heffen op de personenbelasting en om belastingvermeerderingen en –verminderingen in te stellen die verbonden zijn aan hun materiële bevoegdheden. Met deze hervormingen wijzigde ook de rol van het Rekenhof die de financiering van de gemeenschappen en de gewesten controleert en de gewesten adviseert bij de uitoefening van de fiscale autonomie. Meteen verleende de grondwetgever ook een grondwettelijke basis voor de opeenvolgende uitbreidingen van de bevoegdheden van het Rekenhof en maakte hij het mogelijk voor de decreet- en ordonnantiegever om zelf opdrachten aan het Rekenhof toe te vertrouwen.
Als tegengewicht voor het verdiepen en verruimen van de autonomie voorzag de bijzondere wetgever in vele nieuwe samenwerkingsverplichtingen. Hij sleutelde aan de wet op het Overlegcomité en codificeerde de bevoegdheid van het Grondwettelijk Hof om wetten, decreten en ordonnanties te toetsen aan de federale loyauteit.
Bij de zesde staatshervorming valt op dat in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad belangrijke gemeenschapsbevoegdheden werden toegewezen aan het Brussel Hoofdstedelijk Gewest en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Naast de status van volwaardig gewest verwerft Brussel stilaan dus ook de status van een eigen gemeenschap. De organen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die ook de organen van de Brusselse agglomeratie zijn, hebben bovendien de veiligheidstaken overgenomen van de vroegere gouverneur.

Tot slot werd in de derde fase van de zesde staatshervorming in de Grondwet ook de mogelijkheid ingeschreven voor de gewesten om een volksraadpleging te houden en voor de Raad van State of andere federale administratieve rechtscolleges om zich uit te spreken over de burgerrechtelijke gevolgen van hun beslissingen. Daarnaast werden de regels op de partijfinanciering en de politieke deontologie aangepast.
Zonder enige overdrijving mag de zesde staatshervorming dus een grote staatshervorming worden genoemd.

Deze tekst herneemt de inleiding van de editors (Jan Velaers, Jürgen Vanpraet, Yannick Peeters en Werner Vandenbruwaene) bij het boek ‘De Zesde Staatshervorming: instellingen, bevoegdheden en middelen’, uitgegeven bij Intersentia.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: