Staatsrecht in crisistijd: ING-noodwet II

door GB op 28/06/2012

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Staatsrecht in crisistijd: ING-noodwet II

Tijdens de verhoren van de Commissie de Wit repte Gerritsen over een noodwet waarmee ING overnight genationaliseerd zou kunnen worden. Dat riep vragen op naar de procedure die ze daar bij Financiën voor uitgebroed hadden. Sommige suggereerden zelfs een wetgevingsprocedure zonder de Staten-Generaal. Veel van die vragen kunnen worden beantwoord, nu het wetsvoorstel, het advies van de Raad van State en het Nader Rapport in de Staatscourant zijn gepubliceerd.

Wat was de list die ze verzonnen hadden?

Er lag een wetsvoorstel waarmee in de Wet financieel toezicht waarmee de bevoegdheid zou gaan bevatten om aandelen te onteigenen en de handel erin stil te liggen. Die bevoegdheid zou komen te liggen bij de Minister van Financiën, uit te oefenen ‘in overeenstemming’ met de minister-president. Hoewel het een algemene bevoegdheid betrof, zou destijds wel duidelijk zijn geweest om welke bank het ging en dus zou onmiddellijk moeten kunnen worden gehandeld. Met het oog zou de wet zijn gaan terugwerken tot het moment waarop hij is ingediend. Die truc wordt vaker toegepast, met name in het fiscale recht. Op het moment dat duidelijk wordt wat er wellicht gaat gebeuren heeft het geen zin meer om te proberen het te ontlopen. Laatst werden de grenzen hiervan opgerekt door Donner doordat hij het ook toepaste bij het repareren van de grondslag van de legesheffing voor ID-kaarten.

Maar terugwerkende kracht betekent dat rechtsgevolgen worden verbonden aan feiten die in het verleden liggen. Je moet straks alsnog gaan betalen voor de ID-kaart die je nuaanvraagt. Maar zolang de wet nog niet in het Staatsblad staat moet er niets. Dat maakt de toelichting op het terugwerkende kracht artikel interessant. Daar staat namelijk:

Tevens is bepaald dat de wet terugwerkt tot en met het moment waarop het wetsvoorstel voor deze wet bij de Tweede Kamer van de Staten-Generaal is ingediend. Hiervoor is gekozen, omdat rekening moet worden gehouden met eventuele aankondigingseffecten, zodra het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer wordt ingediend. Deze effecten zouden onder omstandigheden aanleiding kunnen zijn voor een vervroegde toepassing van de in dit wetsvoorstel opgenomen bevoegdheden. De verwachting is evenwel dat dit niet nodig zal zijn.

De gedachte was dus dat een nog niet bestaande bevoegdheid alvast zou worden uitgeoefend. Dat nog met het legaliteitsbeginsel verzoenen zou toch wel een hoop staatsnoodrecht gevergd hebben.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 a.zecha 30/06/2012 om 00:08

Decretoire wetten (de AMvB’s) en de afbraak van de democratische scheiding der drie staatsmachten blijken de machtshonger van onze politieke bestuurders (rupsjes-nooit-genoeg) kennelijk te stimuleren.
a.zecha

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: