Staatsrecht in verkiezingstijd: is onze privacy in goede handen?

door JHG op 02/03/2017

in Grondrechten, Haagse vierkante kilometer

Post image for Staatsrecht in verkiezingstijd: is onze privacy in goede handen?

Vrijwel alle politieke partijen lijken onze privacy belangrijk te vinden: ze maken er een speerpunt van in hun verkiezingsprogramma’s. Ze zijn het erover eens dat bedrijven (vooral banken!) beter gecontroleerd moeten worden om misbruik en ‘uitbuiting’ van gegevens te voorkomen. Veel minder eenstemmigheid is er als het gaat om gegevensverzameling door de overheid. Denk aan klassieke telefoontaps, maar ook aan het hacken van internet of e-mailaccounts, of het verkrijgen van toegang tot versleutelde appjes. Daar zien we een complicerende factor. Gegevensbescherming en communicatievrijheid staan namelijk op gespannen voet met een andere waarde waaraan veel partijen een warm hart toedragen: veiligheid en bestrijding van criminaliteit.

De Tweede Kamer stemde in februari 2017 in met een wetsvoorstel dat het voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten gemakkelijker maakt om gegevens te verzamelen, te verwerken en te bewaren. Dat de Raad van State, privacywaakhonden en wetenschappers waarschuwen tegen de vergaande inbreuk die met het voorstel wordt gemaakt op de bescherming van persoonsgegevens nemen ze kennelijk op de koop toe.

Vooral de meer rechtse partijen, maar ook een aantal middenpartijen stemden voor: VVD, PVV, SGP, ChristenUnie, CDA, 50Plus en de nodige eenpitters. De meer linkse partijen stemden tegen, met uitzondering van de PvdA. Die kon vermoedelijk vanwege coalitiebelangen niet anders dan met de VVD meestemmen. Alleen als de PvdA-senatoren zich minder geremd voelen door de coalitieverhoudingen én de nodige senatoren van andere partijen het voorstel niet met hun rechtsstatelijk geweten kunnen verenigen, is er nog een kans dat het voorstel het niet haalt in de Eerste Kamer. Daarmee lijkt een belangrijke kwestie van gegevensbescherming voorlopig beslecht.

Maar na de verkiezingen zullen nieuwe vragen opkomen over gegevensbescherming, want er ligt momenteel bij de Tweede Kamer een voorstel tot wijziging van de relevante Grondwetsbepaling. Dit voorstel is voortgekomen uit het rapport van de Staatscommissie Grondwet uit 2010. Deze Staatscommissie stelde voor om de Grondwetsbepaling over vertrouwelijkheid van communicatie, artikel 13, bij de tijd te brengen.

Dat bleek geen eenvoudige opdracht. Het kabinet moest beslissen over de vraag in hoeverre bijvoorbeeld gegevens over telefoongesprekken worden beschermd, en op welke manier er uitzonderingen op die bescherming kunnen worden gemaakt. Alle bovengenoemde spanningen tussen veiligheid en gegevensbescherming komen daarmee in één enkel grondwetswijzigingsvoorstel tot uitdrukking. Het heeft dan ook lang geduurd voordat het voorstel er eindelijk was. Bovendien heeft het parlement de behandeling ervan het afgelopen jaar steeds weer uitgesteld. Inmiddels is de kwestie zelfs over de verkiezingen heen getild. Dat maakt het extra spannend om te zien wat partijen ervan vinden, want stemmen doet er op dit punt echt toe.

Bij wijze van ‘stemhulp’ is het daarom interessant om te zien wat partijen daar in hun verkiezingsprogramma’s over schrijven.

Aan de ene kant van het spectrum bevinden zich SP, PvdD, GroenLinks, D66, DENK en de Piratenpartij. De Piratenpartij is kampioen gegevensbescherming. Haar verkiezingsprogramma vormt een rijke mix van een (vaak nogal technische) beschrijving van risico’s en van denkbare tegenmaatregelen. De andere partijen houden het algemener. De SP verzet zich vooral tegen het ‘binnenhalen van zoveel mogelijk gegevens van zoveel mogelijk mensen’. GroenLinks, DENK en de PvdD benadrukken in algemene termen het belang van privacy. De laatste partij streeft daarbij naar een aanscherping van de Europese bescherming tegen aftappen.

Ook D66 benadrukt het grote belang van ‘onbespied en onbewaakt kunnen leven’, en pleit daarom voor goed toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. De ChristenUnie wijst op een ander grondrecht, de onschuldpresumptie: ‘Ben je namelijk nog wel onschuldig tot het tegendeel is bewezen, als je vaker geconfronteerd wordt met aanhoudingen en controles omdat je in een bepaald risicoprofiel valt?’ Ook hier vormt extra controle op de overheid de oplossing. Als deze partijen hun zin krijgen, heeft de Autoriteit Persoonsgegevens heel wat extra bevoegdheden te verwachten.

Aan de andere kant staan de voorvechters van beperking van gegevensbescherming met het oog op de veiligheid. Daarbij hanteert vooral de VVD het uitgangspunt dat ‘brave burgers’ niets te vrezen hebben als gegevens worden afgetapt door de overheid: ‘Wat je thuis, op je werk of op je computer doet, gaat de overheid niets aan. Ook als bedrijven gegevens van je hebben, zoals informatie van boordcomputers en navigatiesystemen, dan blijft dat jouw informatie. Om potentiële terroristen te stoppen of aanslagen te voorkomen, moet het mogelijk zijn om te weten wie in welk vliegtuig stapt. Maar wat goedwillende mensen thuis doen en laten, of hoe het met je kinderen gaat, is informatie die gewoon van jezelf is.’ Een stukje verderop stelt de VVD ook nog dit: ‘Als iemand een terroristische daad of een andere ernstige misdaad heeft gepleegd – of als er zeer sterke aanwijzingen zijn dat hij dat gaat doen – verspeelt hij zijn recht op privacy.’

Een derde groep partijen komt er niet helemaal uit. Ze willen enerzijds de veiligheid beschermen, maar anderzijds zien ze de risico’s daarvan voor de privacy. Het meest kernachtig drukt het programma van de SGP het spanningsveld uit: ‘Veiligheid is van groot belang, en als het noodzakelijk is voor de bescherming van mensenlevens moet de privacy daar voor wijken – uiteraard alleen binnen de grenzen van de (Grond)wet’.

Dat laatste is een mooi uitgangspunt, ware het niet dat niet zo duidelijk is wat de Grondwet dan precies vergt, en of en hoe die gewijzigd gaat worden. Juist daarover moet de komende tijd nog debat worden gevoerd. Helaas geven maar weinig partijen over dit onderwerp iets prijs in hun programma’s. De enige partijen die er iets over zeggen, zijn expliciete voorstanders: SP en GroenLinks. Voor het overige is het nog maar afwachten of onze gegevensbescherming en het communicatiegeheim bij de politieke partijen in goede handen zijn.

Deze column vormt ook onderdeel van het Dossier Verkiezingen in roerige tijden van de Universiteit Utrecht. In dit dossier belichten onderzoekers van de Universiteit Utrecht verkiezingsonderwerpen vanuit verschillende perspectieven, om wat helderheid te bieden aan de kiezende burger.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: