Staatsrecht in verkiezingstijd: weerbare democratie

door Ingezonden op 27/02/2017

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Staatsrecht in verkiezingstijd: weerbare democratie

De Nederlandse democratische rechtsstaat moet zich volgens sommige partijen ‘weerbaar’ opstellen om zijn grondwaarden actief te beschermen en antidemocratische groeperingen geen kans te geven om voet aan de (politieke) grond te krijgen in Nederland. Zo stelt het CDA in zijn verkiezingsprogramma: “We gaan onze democratie en rechtsstaat weerbaar maken tegen personen en organisaties die hen proberen te ondermijnen”. Antidemocratische organisaties en bewegingen moeten daarom volgens het CDA kunnen worden verboden. Ook de VVD is van mening dat “religieuze genootschappen die de democratie ondermijnen, als uiterste maatregel, … verboden [moeten] kunnen worden” .

Het uitgangspunt van de politieke partijen is het bekende gegeven dat de kracht van de westerse democratische rechtsstaat ook zijn zwakte kan zijn. Door gebruik te maken van fundamentele rechten en vrijheden die horen bij een democratische rechtsstaat, zoals de vrijheid van meningsuiting, de verenigingsvrijheid en de vrijheid van godsdienst, kunnen ook groepen en personen met ondemocratische ideeën naar de macht streven. De ultieme vrees is dat een politieke partij die een ondemocratisch, dictatoriaal regime nastreeft via democratische weg aan de mach kan komen en democratisch rechtsstatelijke principes de das om doet. Door die mogelijkheid wil een aantal partijen dus een streep zetten.

Het idee van een ‘weerbare democratie’ die zich verdedigt tegen ondemocratische actoren die via democratische weg de democratische rechtsstaat om zeep proberen te helpen, is zeker niet nieuw. Het meest bekende voorbeeld is Duitsland, waar het idee van weerbare democratie na de Tweede Wereldoorlog een duidelijke stempel heeft gedrukt op de rechtsorde. De Duitse Grondwet kent diverse weerbaarheidsinstrumenten, zoals een mogelijkheid tot partijverboden, een verbod op misbruik van fundamentele rechten en een eeuwigheidsclausule die aanpassing van een aantal cruciale constitutionele waarden verbiedt, zoals respect voor de menselijke waardigheid. Duitsland geldt daarmee als schoolvoorbeeld van een weerbare democratie.

Tot voor kort werd het idee van een weerbare democratie in de Nederlandse politiek met enig wantrouwen bekeken. Opeenvolgende regeringen hebben altijd volgehouden dat Nederland een open samenleving zou moeten zijn waarin een politieke organisatie of een politieke partij niet ‘op de enkele grond van haar gezindheid’ kan worden verboden. Die gereserveerdheid ten opzichte van weerbaar optreden is wel te begrijpen. Het beperken van rechten en vrijheden om de democratische rechtsstaat te beschermen is niet onomstreden. De voor een democratische rechtsstaat kenmerkende vrijheid en openheid worden in een weerbare democratie immers in meer of minder mate beperkt.

In een weerbare democratie worden om de democratische rechtsstaat te beschermen bijvoorbeeld bepaalde politieke partijen of bepaalde religieuze organisaties beperkt in de uitoefening van fundamentele politieke rechten en vrijheden. Is dat niet juist ondemocratisch? Ondermijnt de democratische rechtsstaat daarmee niet haar eigen principes? Tegenover de politieke partijen die voor weerbaarheidsmaatregelen pleiten, staan dan ook andere partijen die waarschuwen voor het potentieel onrechtstatelijke karakter van dergelijke maatregelen. GroenLinks, bijvoorbeeld, stelt: “De rechtsstaat bescherm je niet door de rechtsstaat in te perken. Rechtsbescherming van mensen is cruciaal voor behoud van onze rechtsstaat” .

Dat een uitermate weerbare democratie het risico loopt zelf ook niet meer democratisch te zijn, is te zien in het partijprogramma van de PVV. De Commissie Veraart, die in opdracht van de Nederlandse orde van advocaten (NOvA) de partijprogramma’s heeft doorgelicht op hun gevolgen voor de rechtsstaat, concludeerde eerder deze maand dat het programma van de PVV van alle verkiezingsprogramma’s de meeste plannen bevat die regelrecht in strijd zijn met de rechtsstaat . Onder het mom van bescherming van de waarden van de democratische rechtsstaat stelt de PVV vergaande maatregelen voor die de rechten van moslims beperken en die dusdanig ver gaan dat ze in strijd komen met rechtsstatelijke waarden zoals de – ook in onze eigen Nederlandse Grondwet vastgelegde – godsdienstvrijheid, de vrijheid van meningsuiting en het beginsel van gelijke behandeling.

Een nieuw verkozen parlement en kabinet zullen zich moeten positioneren op de ‘weerbaarheidsschaal’ die loopt van het beschermen van de democratische rechtsstaat tegen antidemocratische groeperingen aan de ene kant en het in stand houden van rechtsstatelijke waarden zoals vrijheid en gelijkheid aan de andere kant. Er moeten belangrijke keuzes worden gemaakt: politici beslissen in hoeverre onrechtsstatelijke maatregelen, zoals de beperking van fundamentele rechten en vrijheden van bepaalde groeperingen, zijn toegestaan. Gelet op de verschillende meningen van de partijen wordt het spannend: zal Nederland opschuiven op deze weerbaarheidsschaal of niet? De kiezer mag het zeggen.

Paulien de Morree

Dit artikel is onderdeel van het Dossier Verkiezingen in roerige tijden van de Universiteit Utrecht. In dit dossier belichten onderzoekers van de Universiteit Utrecht verkiezingsonderwerpen vanuit verschillende perspectieven, om wat helderheid te bieden aan de kiezende burger.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: