Staatsrecht Senator Stemwijzer: D66

door Redactie op 22/02/2011

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Staatsrecht Senator Stemwijzer: D66

D66 heeft al sinds 2004 een staatsrechtelijk zwaargewicht in het strijdperk: professor Hans Engels. Universitair hoofddocent staatsrecht te Groningen en bekleder van de Thorbecke-leerstoel in Leiden. Als senator lokte hij – vaak samen met anderen – een waslijst aan toezeggingen uit. Recentelijk nog was hij de indiener van een (aangenomen) motie waarin de regering werd opgeroepen bij de uitwerking van het gedoogakkoord het geldende internationale recht te respecteren en af te blijven van de fundamentele rechten zoals verzekerd door het Unierecht en het EVRM. En ook als Engels’ schriftelijke vragen misschien soms van politieke voorkeuren blijk gaven – men zie de vragenreeks betreffende de ook op dit blog besproken perikelen rondom de benoeming van een waarnemend burgemeester in Amsterdam – viel er voor de staatsrechtliefhebber genoeg te genieten.

Engels zag er vanaf om zich voor het lijsttrekkerschap te kandideren en werd toen door de kandidaatstellingscommissie van D66 meteen op plaats 6 gezet. Maar de leden van D66 spraken en plaatsten senator Engels, na zijn oproep om parate staatsrechtelijke kennis in de fractie te houden, op plaats twee. Engels heeft de lat voor een nieuwe termijn in de Senaat alvast hoog gelegd: de rechtsstaat redden.

De Eerste Kamer is in principe wetgevingskamer en ‘chambre de réflexion’, maar vervult die taken en rollen uiteindelijk als politiek orgaan. Hoewel er formeel geen politieke binding is tussen kabinet en Eerste Kamer, domineren het regeerakkoord en de regeringsfracties de besluitvorming. Dat zet (te) veel druk op de waarborgen van de parlementaire democratie, onze grondrechten en de rechtsstaat.

Ondanks dat Engels daar op dit blog harde punten mee verdient, blijft het de vraag wat hij er destijds van had gevonden als de CDA-senatoren tegen de wijziging van de Grondwet die de invoering van de gekozen burgemeester mogelijk moest maken hadden gestemd.

Over de gekozen burgemeester kan de staatsrechtelijke runner-up op de lijst van D66, Thom de Graaf op plaats 5, meepraten. Zijn staatsrechtelijke sporen verdiende hij als onderzoeker in Nijmegen en als minister voor Bestuurlijke Vernieuwing (oh ja, en voor Koninkrijksrelaties) in het derde kabinet van Balkenende. Hij keert terug in het gezelschap dat in 2005 zowel aan de bestuurlijke vernieuwing als aan zijn bijbehorende ministerschap een einde maakte. Het reeds genoemde voorstel om de aanstelling van de burgervader te deconstitutionaliseren werd wel door CDA’ers maar niet door  PvdA’ers gesteund tijdens het heerlijk avondje van Van Thijn (die later spijt kreeg). Met gevoel voor ironie liet De Graaf zich vervolgens in Nijmegen als burgemeester benoemen, nadat Guusje Ter Horst daar juist was vertrokken in de richting van het ministerie van Binnenlandse Zaken. In de Nijmeegse raad lijken ze inmiddels wel een beetje klaar met de Haagse ambities van hun burgemeesters, althans Thom kreeg ruzie met een deel van de raad toen zijn Haagse plannen bekend werden.

De grondwetsherziening waar De Graaf zo dapper voor gestreden heeft, leed overigens ook aan constitutioneel-procedurele bezwaren. Het ging namelijk om een grondwetsherziening die onder Kok II in eerste lezing was afgerond en tijdens de 80-dagen-durende oorlog van Balkenende I was blijven liggen. De Tweede Kamer waarin de coalitie voor Balkenende II gesmeed werd, was dus niet de kamer die met het oog op de grondwetsherziening was gekozen, zoals artikel 137 Grondwet dat lijkt te eisen. Auteurs als Jurgens (zelf senator) en Van den Braak meldden zich al tijdens de formatie met dit argument. In dit geval presteerde de Raad van State het om in een spoedadvies te beweren dat de strikte tekst van de Grondwet sinds 1995 onbedoeld ruimte bood een stapel tweedelezingsvoorstellen op te zouten om bij een eventuele gunstige kamersamenstelling verder te behandelen, en anders eindeloos door te schuiven. Merkwaardigerwijze formuleerde de Raad van State vervolgens wel bezwaren tegen dat doorschuiven vanuit de doelstelling en de ratio van de betreffende bepaling uit de Grondwet, maar dat moest allemaal ‘nog maar eens tegen het licht gehouden worden.’ Minister De Graaf rook zijn kans, smoorde het debat in de Tweede Kamer op dit punt en nam het vervolgens tegen senator Jurgens op. Jurgens draaide uiteindelijk bij met een wat moeizame redenering, maar toen lag Van Thijn al dwars.

D66 zet met Engels en De Graaf op 2 en 5 een hoge standaard. D66’ers in de provinciale staten hoeven zeker niet buiten hun partij te kijken om staatsrechtelijk gewicht naar de Senaat af te vaardigen.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: