Staatsrecht stemwijzer: Ambtelijke werkgroep no. 18

door GB op 01/04/2010

in Haagse vierkante kilometer

De verkiezingsprogramma’s zijn nog niets vergeleken met wat er nu door de ambtelijke werkgroepen wordt voorgereden om straks het coalitieakkoord mee te gaan vullen. Voor de volledigheid in deze serie ook een staatsrechtelijke samenvatting van rapport no. 18. Misschien laten nog vergaderende programmacommissies of amenderende congressen zich er wel door inspireren. Want hoewel de commissie beseft dat bezuinigingen niet per se het beste motief zijn om je staatsinrichting te verbouwen, kan ‘de noodzaak om te bezuinigen nu behulpzaam zijn om de daad bij het woord te voegen.’ Met ‘het woord’ worden alle rapporten bedoeld die er tot nu toe geschreven zijn. 

Het rapport is onder te verdelen in ‘Klein Bier’ en ‘Het Echte Werk’. Onder het eerste valt bijvoorbeeld de maatregel om alsnog de ‘dualiseringscorrectie’ bij gemeenten door te voeren en om het gemeentefonds en provinciefonds een beetje af te knijpen. Verder kan er van alles geuniformiseerd en gestandaardiseerd worden, zoals de inning van gemeentelijke belastingen, de uitvoering van een aantal sociale wetten enz. Dat is op zich allemaal Klein Bier, maar ik denk dat als je het bij elkaar optelt dat je een forse beperking van de lokale autonomie hebt. Onder dit kopje valt verder de ‘apparaatkorting’ (sorry, het blijven ambtenaren). Het idee daarachter is dat ambtenaren vanzelf efficienter gaan werken als je er een paar wegbezuinigt. 

Voor Het Echte Werk maakt de werkgroep de geesten rijp door te wijzen op de 13.000 ambtsdragers die Nederland tegenwoordig bevolken. ‘Ongeveer 9.500 raadsleden, ruim 1.500 wethouders, 440 burgemeesters, 746 waterschapsbestuurders, 26 dijkgraven, 564 statenleden, 69 gedeputeerden, 12 Commissarissen der Koningin, 225 Kamerleden, 16 ministers en 11 staatssecretarissen. In totaal betreft het ongeveer 13.000 bestuurders. Allen hebben logischerwijs de drang zichtbaar en slagvaardig te zijn. Omdat zij elkaar daarbij behoorlijk in de weg kunnen zitten, lukt dat niet altijd.’

Om daar wat aan te doen oppert de werkgroep twee mogelijkheden: rigoreus en iets minder rigoreus. In de eerste variant verdwijnen provincies, waterschappen, evt. Tweede Kamerleden, mogelijk de Eerste Kamer, en 400 van de 430 gemeenten. Dat ruimt op, want dan hebben we nog maar van 1650 ambtsdragers de zakken te vullen. Dat levert meteen 1,8 miljard euro structureel op. In de iets minder rigoreuze variant bezuinigen we voor 1,45 miljard aan ambtsdragers door het aantal gemeenten terug te brengen tot 100-150, provincies tot 5-8 en (jawel) ook door afscheid te nemen van die arme waterschappen die nu al maanden als de grootste stiekeme potverteerders van ons geliefde vaderland worden weggezet.  

Het heeft er eigenlijk alle schijn van dat de eerste optie bedacht is om de tweede mogelijk te maken. Ik heb niet veel verstand van deze processen, maar de werkgroep doet weinig om de meest rigoreuze operatie nog een beetje te verkopen. Sterker nog, ze stellen dat we van dan het Rijk dan een beetje moeten zien als het ‘nieuwe middenbestuur’ tussen de gemeenten en Europa. Niet echt een aanbeveling. De tweede optie, daarentegen, ‘houdt het Huis van Thorbecke in principe in stand’. Dat wordt makkelijk kiezen, zou ik zeggen.

Het zou niet eerlijk zijn als in deze toch al tendentieuze samenvatting zou worden verzwegen dat de werkgroep zich wel degelijk afvroeg hoe dat dan met de democratie moet. De werkgroep ziet daar niet veel bezwaren in. Schaalgrootte is lang niet de enige manier om ‘nabijheid van bestuurders’ te organiseren en iedere gemeente is vrij om een soort lichte vorm van wijk-, dorp- of stadsbestuur te bedenken. Ze moeten die tenslotte dan zelf betalen, en dat zal voldoende druk opleveren om alleen die dingen te organiseren waar de kiezer ook bereid is voor te betalen.

Tenslotte biedt het rapport ook nog een aardig inzicht in waar efficient denkende ambtenaren zonder taboes maar wel breed heroverwegend zoal opkomen als het om ons vakgebied gaat. Twee citaten: 

De Grondwet kan worden gekenschetst als een “rigid constitution” omdat de wijzigingsprocedure met zware waarborgen is omgeven. Deze waarborgen dienen ter bescherming van fundamentele waarden als de grondrechten en de parlementaire democratie. De werkgroep is van mening dat de grondwetsherzieningprocedure, met inachtneming en behoud van de vereiste waarborgen, kan worden vereenvoudigd door de tweede lezing te laten plaatsvinden door de verenigde vergadering die hierover besluit bij een meerderheid van twee derden.

En deze:

In de Algemene wet bestuursrecht wordt een voorziening getroffen die het eenvoudiger maakt om in geval van misbruik van procedures (bijvoorbeeld WOB-procedures met geen ander doel dan het incasseren van dwangsommen), verzoeken buiten behandeling te laten. Het relativiteitsvereiste wordt opgenomen in de Awb. De bijlage bij de Awb wordt uitgebreid. Daarnaast wordt voor geschillen tussen bestuursorganen toegang tot de bestuursrechter uitgesloten. Voor dergelijke geschillen dient een meer bestuurlijke vorm van rechtsbescherming, zoals het Kroonberoep te worden ingevoerd.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: