Staatsrecht Stemwijzer: ChristenUnie

door GB op 12/04/2010

in Haagse vierkante kilometer

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: met de ChristenUnie aan het roer hebben we tenminste nog waterschappen. Fors minder weliswaar, niet meer rechtstreeks verkozen (voortaan door de gemeenteraden) en niet meer met een eigen aanslagbiljet. Maar toch: ze blijven. Verder uiteraard veel aandacht voor Jeugd en Gezin maar ook een stevige staatsrecht-paragraaf. 

Een van de opvallende kenmerken daarin is een zekere Koninkrijks-correctheid. Waar bij de tot nu besproken partijen de hervorming van het Koninkrijk er een beetje bijhangt in een apart ´o ja-paragraafje´, bouwt de ChristenUnie consequent verder op de inspanningen van mevrouw Ortega. Grondwet en Statuut horen telkens bij elkaar, zoals ook Fries en Papiaments.  In de afkeer van registratie op basis van etnische kenmerken en in het verbod om binnen het Koninkrijk burgers naar een eigen ´landsdeel´ uit te zetten zullen veel Antillianen een medestander herkennen. Ten aanzien van de verbouwing van het Koninkrijk constateert de ChristenUnie dat de plannen op gespannen voet staan met Nederland als gedecentraliseerde eenheidsstaat en dus tijdelijk moeten zijn. Volwaardige gemeenten – eventueel met bijzondere afspraken – is een beter einddoel. Een Masterplan voor het Koninkrijk zal tegemoet komen aan het ´democratisch gat´ in de besluitvorming bij koninkrijksaangelegenheden. 

Met de Grondwet heeft de ChristenUnie ook veel plannen. Het Nederlands moet erin, een recht op leven en een handicap moet één van de expliciet genoemde verboden discriminatiegronden zijn. Verder moet er een preambule komen waar we allemaal warm van worden en moet hij een rechterlijke toetsingsmaatstaf gaan worden bij de toetsing van wetten. Dan denkt de ChristenUnie eigenlijk aan een Constitutioneel Hof, maar tot nu toe was dat geen excuus om tegen het wetsvoorstel Halsema te stemmen. De positie van de Grondwet moet ook in het wetgevinsproces versterkt worden. In gevallen waarin de Raad van State aangeeft dat een wetsvoorstel ´uitleg van de Grondwet´ vergt, kunnen dertig kamerleden veroorzaken dat het wetsvoorstel slechts met twee derde meerderheid kan worden aangenomen. Wat precies bedoeld wordt met ´uitleg van de Grondwet´ wordt uit het programma niet onmiddelijk duidelijk. Waarschijnlijk hetzelfde als wat FTG  met ´rechtsvorming´bedoelt: door middel van interpretatie duidelijkheid creeren waar het geldende recht tot dan toe niet duidelijk was. In ieder geval zou het dan een vernuftig systeem van toetsing aan de Grondwet opleveren. Een aan de Grondwet ontleend argument is niet meer afhankelijk de coalitiebelangen, maar anderzijds is de minderheid afhankelijk van de Raad van State voor zij dit instrument tussen de spaken kunnen steken. Bovendien stelt het de Raad van State in staat om zich te onttrekken aan de scherpe scheiding tussen ´strijd met de Grondwet´ (wat de Raad zelden durft op te schrijven) en ´niet in strijd met de Grondwet´. 

Interessant bij de ChristenUnie is wat ze zelf de ´gepaste plaats voor godsdienst en levensovertuiging in de publieke ruimte noemen´. Die zien ze in toenemende mate bedreigd door ´gelijkheidsdwang´, waarbij de ChristenUnie bijvoorbeeld denkt aan de ophef over de Koptische tramconducteur die een kruisje wilde dragen op zijn GVB-uniform. Grondrechten hebben geen onderlinge rangorde, betoogt de ChristenUnie, maar in één van de wat meer losjes geformuleerde intermezzi heet het toch: ´Nederland heeft zijn ontstaan als zelfstandige staat te danken aan de strijd om het belangrijkste vrijheidsrecht: de vrijheid van geweten en van godsdienst.´De ChristenUnie weet sinds ze in het coalitieakkoord iets liet opnemen over ambtenaren die liever geen homohuwelijken sloten hoezeer de woorden op een goudschaaltje moeten worden gewogen als dit soort onderwerpen concreet worden. Ik geef hun programmapunt op dit onderdeel dan ook maar letterlijk weer: 

In een vrije rechtsstaat bloeien de klassieke vrijheidsrechten. Deze rechten worden ook onderhouden in de samenleving. Verschillen in levensovertuiging of godsdienst leiden niet tot uitsluiting van de mogelijkheid om bepaalde beroepen uit te oefenen. Werkers in de zorg met bezwaren tegen abortus-provocatus en euthanasie mogen geen benadeling ondervinden bij de toelating tot opleidingen en uitvoering van het werk. Waar hoofddoekjes niet tot functionele bezwaren leiden, vormt dit evenmin een belemmering. Gemeenten en andere overheidsorganen houden bij publieke handelingen en manifestaties rekening met de levensbeschouwelijke en religieuze pluriformiteit van de bevolking en gewetensbezwaren van ambtenaren. Dit besef van diversiteit klinkt ook door bij de aanstelling van ambtenaren van de burgerlijke stand. 

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: