Staatsrechtelijke hervormingen

door GB op 20/05/2011

in Buitenland

Hongarije heeft een keurig geschreven Grondwet, die alleen met een versterkte meerderheid gewijzigd kan worden. Het Verenigd Koninkrijk heeft geen geschreven grondwet, en kan bij gewone Act of Parliament alles doen, behalve van een man een vrouw maken.

In Hongarije is het een partij gelukt (met behulp van het kiesstelsel) om te beschikken over de vereiste meerderheid en prompt is er allerhande partijpolitiek in de Grondwet gefietst. Plus een aantal institutionele veranderingen. In het Verenigd Koninkrijk zit Nick Clegg ook formeel aan de knoppen, maar in een land waar de grondwet extreem makkelijk te wijzigen moet zijn, schiet het nog niet hard op met de staatsrechtelijke hervormingen. Wat maakt die Britse constitutie nu zo rigide?

Daar zijn natuurlijk vele redenen voor. Maar een daarvan zijn ongetwijfeld de politieke waterboardings in commissieverband. Het Westminster-model voorziet niet alleen in studentikoze debatten waarbij twee deelnemers elkaar proberen af te drogen, ondersteund door gejoel, maar ook in commissievergaderingen waarin de verantwoordelijke minister door specialisten ondervraagd wordt over van alles en nog wat, waar meteen antwoord op moet komen. Het is The revenche of the backbench.

Wie in London over constitutionele hervormingen begint en serieuze plannen indient, kan zich melden bij het Constitution Committee van het House of Lords. Daar zit een serie specialisten met rare stropdassen klaar om beschaafd en eloquent rake klappen uit te delen. Een paar uur lang, waarbij ze het telkens van elkaar overnemen. En als de politicus in kwestie een keertje wegdraait onder een vraag, is er altijd nog de voorzitter die dat blootlegt.

Nick Clegg moest deze week voor deze commissie verschijnen. Die wilde het met Clegg eens hebben over de gehaastheid waarmee hij nu al zijn plannen zat door te duwen. Moest daar niet goed over nagedacht worden? En waarom werd er niet wat beter gekeken naar de rapporten uit de tijd dat de Lords zelf nog jong waren en nog iets wilden veranderen? Sowieso was het beter om niet van staatsrechtelijke hervormingen te spreken, maar van staatsrechtelijke veranderingen. Het eerste suggereert verbetering, en dat moet nog maar blijken.

Langzaam stripten de Lords Nick Clegg van jonge frisse hervormer tot een schooljongen die zijn blokkendoos verwart met de Constitutie van het Verenigd Koninkrijk. Het hoogtepunt was wel de venijnige vraag of Clegg, als hij dan toch zo van ‘novelties’ hield, niet wat voelde voor het idee om het moeilijker te maken om de constitutie te veranderen, bijvoorbeeld door versterkte meerderheden te vereisen?

Nee, antwoordde Clegg, dat leek hem geen goed idee. En hij dacht misschien aan de woorden van John Locke:

People are not so easily got out of their old forms as some are apt to suggest. They are hardly to be prevailed with to amend the acknowledged faults in the frame they have been accustomed to. And if there be any original defects, or adventitious ones introduced by time, or corruption: it is not an easy thing to get them changed, even when all the world sees there is an opportunity for it. This slowness and aversion in the people to quit their old constitutions, has in the many revolutions which have been seen in this kingdom, in this and former ages, still kept us to, or, after some interval of fruitless attempts, still brought us back again to, our old legislative of king, lords, and commons: and whatever provocations have made the crown be taken from some of our princes heads, they never carried the people so far as to place it in another line.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: