Stichting Machangulo: staatsrechtelijk hitteschild, of wand van bordkarton?

door GB op 22/11/2009

in Haagse vierkante kilometer

De kroonprins heeft de benen genomen uit het vakantievillaproject in Mozambique. De kamer probeert inmiddels zowel het feit dat de prins eraan begonnen is, als het feit dat hij ermee gestopt is in de schoenen van Balkenende te schuiven. Deze week is er nog een kamerdebat waarin kan worden nagekaart. En bovendien: tot het huis af is, blijft de kroonprins betrokken. Het loont dus nog de moeite om te bezien hoe dat nu staatsrechtelijk zit, met de stichting die als een soort hitteschild moet werken.

De belangen die de kroonprins en zijn familie hebben bij de realisatie van het bouwproject zijn in een onafhankelijk opererende stichting ondergebracht, waarmee het politiek ‘op afstand’ is gezet. Maar wat een formidabel hitteschild had moeten zijn, blijkt steeds meer een wandje van bordkarton. De in autonomie opererende stichting roept namelijk meer vragen op dan het oplossingen levert. Kamerleden blijven vragen stellen over de bewerkelijkheid en gevoeligheid van het hele bouwproject. Er zijn vraagtekens bij de onafhankelijkheid van de stichting Machangulo, gezien de vriendschappelijke banden tussen de voorzitter van de stichting – Fentener van Vlissingen – en het kroonprinselijke paar. En ook staatsrechtelijk is de stichtingsconstructie een boemerang. Want kun je de politieke ministeriële verantwoordelijkheid die de minister-president staatsrechtelijk draagt voor het doen en laten van de Koningin, en in haar slagschaduw gedeeltelijk voor de aanstaande Koning, wel op deze manier ‘op afstand’ zetten? De staatsrechtelijke spelregels zijn op dit punt betrekkelijk duidelijk.

In het algemeen is een minister politiek aanspreekbaar op eigen handelen en op het handelen van degenen voor wij hij verantwoordelijk is. Ambtenaren of diensten bijvoorbeeld, en zaken die een minister in zijn macht heeft om te veranderen omdat hij of zij een bevoegdheid heeft. Geredeneerd volgens deze lijn kun je dus verantwoordelijkheid van je afwerpen als minister door ze buiten je beïnvloedingsmacht gaan te plaatsen. Als bijvoorbeeld de bevoegdheid tot toezicht op de mededinging in Nederland bij de Nederlandse mededingingsautoriteit (Nma) wordt gelegd, betekent dat de Minister van Economische Zaken – die voordien dat toezicht hield – niet meer politiek verantwoordelijk kan worden gehouden voor mededingingstoezicht op individuele ondernemingen. We kennen daar tegenwoordig veel voorbeelden van.

Bij de politieke ministeriele verantwoordelijkheid voor de Koningin, en daarvan afgeleid de verantwoordelijkheid voor de kroonprins, ligt dat echter helemaal anders. In deze relatie gaat het niet om beïnvloedingsmacht of bevoegdheden, want die heeft de minister-president ten opzichte van de Koningin en kroonprins niet. De grondwettelijke ‘Koning’ is immers onschendbaar. De wijze waarop de minister-president politiek verantwoordelijk kan worden gehouden voor die constitutionele ‘Koning’ is volgens het Nederlandse staatsrecht een soort risicoverantwoordelijkheid: de minister-president is verantwoordelijk voor al het doen of nalaten van die Koning voor zover dat nog iets te maken heeft met het openbaar belang. Dat geldt ook als de minister-president geen bevoegdheden heeft om in te grijpen, zoals hier het geval. Een stichting opzetten die de aandelen houdt, en het kroonprinselijke paar slechts certificaten geeft, zet de verantwoordelijkheid van de minister-president maar zeer gedeeltelijk op afstand. Of die het nu wil of niet, middellijk of onmiddellijk investeert de aanstaande Koning hier in een bouwproject waaruit een vakantiehuis voort gaat komen dat door die Koning later gebruikt gaat worden. Het is door zijn handelen – dat van de kroonprins – dat het project en de eigen woning mogelijk gemaakt worden. Dat hij nu niet meer mee mag beslissen over de vraag welke kleur stenen er op de oprit komt, doet er niet aan af dat er wel degelijk een rechtstreekse relatie bestaat tussen de investering en het resultaat. Die investering in een politiek kwetsbare omgeving betrekt het Nederlandse belang. Zeker ook omdat de kroonprins en prinses te eniger tijd hebben aangegeven het project aantrekkelijk te vinden omdat het een kans geeft het schiereiland te verheffen.

Nu zou je nog kunnen volhouden dat de minister-president niet op dezelfde voet verantwoordelijk is te houden voor het handelen van de kroonprins als voor de Koning. Daarover lopen de opvattingen uiteen. De regels zijn hier niet helemaal zonneklaar. Dat heb je vaak met staatsrechtelijke regels: die zijn in Nederland zo gesteld dat er wat ruimte is voor de politieke praktijk en verandering van omstandigheden. Verstandig. Maar in dit geval kan er weinig twijfel bestaan over de verantwoordelijkheid die de premier draagt voor de kroonprins. Ten eerste is er linksom of rechtsom koninklijke betrokkenheid bij het project. Dat wordt nog versterkt doordat de kroonprins en de prinses de laatste jaren Nederland – met verve, dat moet gezegd – vertegenwoordigen op het internationale toneel. En ten tweede is de troonopvolging van de kroonprins – zo het zich laat aanzien – niet een gebeurtenis die in een verre toekomst bestorven ligt, maar waarschijnlijk op betrekkelijk korte termijn aanstaande is. Als Koning zal hij de woning in Machangulo als een van zijn vakantiewoningen gaan gebruiken. De mantel der liefde van de Stichting Machangulo kan dat niet aan het oog onttrekken.

Wim Voermans en Geerten Boogaard

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: