Supersnelrecht is een kwestie van organiseren

door IvorenToga op 29/01/2013

in Rechtspraak

Post image for Supersnelrecht is een kwestie van organiseren

Er is over supersnelrecht, waarbij verdachten binnen enkele dagen voor de strafrechter worden gebracht, veel te doen. De rellen in de recente nieuwjaarsnacht zouden te licht bestraft zijn en een enkele politierechter zou hebben gezegd dat hij geen verschil maakte tussen het schoppen van een rel in de nieuwjaarsnacht of in een gewone nacht. De politie is boos en het openbaar ministerie is in hoger beroep. Maar is er aan de hand, wie is verantwoordelijk en hoe moet dit thema behandeld worden? Vragen naar het wat, wie en hoe zijn in de rechtspraktijk niet eenvoudig omdat het debat doortrokken wordt van feitelijke en normatieve vragen. Een voorbeeld.
Als ik schrijf over supersnelrecht of over super snelrecht, dan lijkt het eerste feitelijk en het tweede normatief, maar beide kwalificaties zijn onzin. Supersnelrecht is gewoon snel rechtspreken en of super nog sneller dan snel is, levert louter ironische semantiek op. Of snelrecht super is hangt immers van verschillende parameters af, meestal van normatieve vragen over de betekenis en relevante uitleg van het Europese Verdrag van de Rechten voor de Mens. Om een bepaalde rechtspraktijk te beoordelen schiet dat EHRM met algemene bepalingen niet echt te hulp.

Als ik het onderwerp tot de kern probeer terug te brengen kom ik op het volgende uit.
Er zijn situaties met veel strafwaardige overlast, zoals dat op bepaalde plaatsen in het land zichtbaar wordt in de nieuwjaarsnacht. Om die overlast te vermijden kunnen preventie en ander wijkbeleid helpen. Maar het is ook verdedigbaar dat overheid, politie, openbaar ministerie besluiten om de veroorzakers van strafbare overlast bij de jaarwisseling strafrechtelijk aan te pakken en deze lieden snel voor de strafrechter te brengen. Die snelheid kan dienstig zijn aan de generale en speciale preventie, zodat de burgerij en de verdachte snel doordrongen zijn van de kracht van justitie en de berechting dus helpt om een volgende keer een rustiger nieuwjaarsnacht te krijgen. Een snelle rechtspraak kan daarom van klassieke betekenis zijn voor de normdemonstratie. De mate van snelheid verschilt echter van tijd, plaats en misdrijf.
Bij een moordzaak zullen de nabestaanden ook graag snel willen weten wie de moordenaar is en wat er met hem gaat gebeuren. Bij vandalisme, bij relletjes in voetbalstadions en in de nieuwjaarsnacht is – in tegenstelling tot een moordzaak – vaak een grotere snelheid mogelijk omdat de zaken soms relatief eenvoudiger zijn. Vaak, maar niet altijd, is bij een vechtpartij met meerdere personen de vaststelling van de dader nog niet zo eenvoudig, wat weer minder het geval is bij een klap tussen twee personen waarvan meerdere mensen getuige waren en een eenduidige getuigenverklaring afleggen. Snelle rechtspraak is dus van belang en ook makkelijker haalbaar bij eenvoudig te bewijzen overlast.

Dan zijn we er nog niet omdat er voor een berechting processtukken nodig zijn en de verdachte een advocaat moet kunnen raadplegen en deze zijn verzoeken om getuigen etc. moet kunnen doen. In sommige strafzaken zal daarom de behandeling van de zaak niet kunnen plaatsvinden, maar in de meeste wel. Of die berechting plaatsvindt binnen drie dagen of binnen tien dagen is mij om het even, in het laatste geval is er – vergeleken met de Nederlandse strafrechtspraak – nog steeds sprake van snelrecht, zelfs van supersnelrecht.

Tijdens die snelrechtzittingen is een rechter nodig die voeling heeft met de maatschappelijke onrust die overlast, schade en letsel tijdens een nieuwjaarsnacht aanricht. Waarom? De standaardzin in elk vonnis en arrest luidt dat de straf is bepaald op grond van de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Ik wijs op dronken rijden, dat wordt een beroepschauffeur zwaarder aangerekend omdat hij op grond van zijn beroep beter op de hoogte is van de grote gevaren van drankgebruik in het verkeer. Zo kan ik me voorstellen dat een beveiliger die iemand tijdens de nieuwjaarsnacht een dreun verkoopt meer aansprakelijkheid en daarmee straf wordt toegerekend dan een andere verdachte, waarbij de persoonlijke situatie van de verdachte natuurlijk wel weer matigend kan uitpakken.

Er is niet veel mis met het streven van politie en openbaar ministerie om verdachten van wangedrag in de nieuwjaarsnacht snel voor de strafrechter te brengen. Integendeel. De grootste verantwoordelijkheid voor het wel of niet slagen ligt bij de strafrechter en de organisatie van het strafproces. In een vroeg stadium dient de leiding van de strafsector te bepalen welke rechter wel of niet geschikt is om op een prudente, slagvaardige en zorgvuldige wijze recht te spreken; een politierechter die zich bewust is van de maatschappelijke omgeving waarin hij of zij rechtspreekt. Met die politierechters, met de leiding van het lokale openbaar ministerie maar bijvoorbeeld ook met de balie in de personen van dan dienstdoende piketadvocaten dient vroegtijdig overlegd te worden over de organisatie van dit soort zittingen. De aangezochte politierechter moet in dit vroege stadium innovatief meedenken over hoe hij met de leiding een en ander zo kan organiseren dat uitval van zaken wordt voorkomen. Bovendien dient de politierechter zich af te vragen of hij geschikt is voor dit type zittingen en hij dient van zijn twijfels openlijk met zijn leidinggevende van gedachten te wisselen, deze is immers meestal zelf rechter.

De verantwoordelijkheid voor het slagen van een snelle rechtspraak ligt daarom bij de wijze waarop de politie de zaak aanlevert, het openbaar ministerie de zaak voortzet en ten laste legt, maar bovenal bij de rechtspraak. Bij het slecht organiseren van deze zittingen of bij het aanzoeken van een rechter die weinig op heeft met maatschappelijke en organisatorische belangen, verschuift volgend jaar weer een deel van de publieke berechting naar de buitengerechtelijke afdoening door het openbaar ministerie in de vorm van ZSM of andere snellere en makkelijker varianten. De strafrechter heeft het voor een deel in eigen hand of sprake blijft van een publieke en gezaghebbende berechting of niet. Het is een kwestie van organiseren en niet zozeer van hoogdravende principes waar we er in Nederland al te veel van hebben!

Rinus Otte
Hoogleraar rechtspleging RUG en senior raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Deze post is de onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: