Supreme Court stoft het Tweede Amendement af

door JWvR op 02/07/2010

in Buitenland, Rechtspraak

In de Verenigde Staten hebben voorvechters van het recht op wapenbezit deze week voor het Amerikaanse Supreme Court een grote en historische overwinning geboekt. Op zijn laatste zittingsdag bepaalde het Hof afgelopen maandag namelijk dat het veelbesproken Tweede Amendement, dat ‘the right of the people to keep and bear Arms’ beschermt, ook door statelijke en lokale overheden in acht moet worden genomen. De zaak waarin het dat deed, McDonald v City of Chicago, volgt op het twee jaar eerder gewezen arrest Heller. In deze laatste zaak wekte het Hof het Tweede Amendement tot leven. Anders dan de meeste andere vrijheden die in 1791 in de ‘Bill of Rights’ werden opgenomen, leidde dit Amendement, tot ergernis van de machtige wapenlobby, tot dat moment een sluimerend bestaan. Bovendien was onduidelijk wat het grondrecht nou precies omvatte.

Voluit luidt het Tweede Amendement: ‘A well regulated Militia, being necessary to the security of a free State, the right of the people to keep and bear Arms, shall not be infringed.’ Twistpunt vormde tot Heller de vraag hoe deze vrij onmogelijke zin gelezen moest worden. Koppelt het Tweede Amendement het recht om wapens te bezitten expliciet aan het lidmaatschap van ‘militia’ of kan dit recht ook daarvan worden losgeknipt? Bij monde van Justice Scalia oordeelde een kleine conservatieve meerderheid van vijf rechters op basis van een historische benadering dat het laatste het geval was. Daarmee was echter nog niet het bereik van de bepaling vastgesteld. Het ging in Heller om een wet die afkomstig was uit Washington D.C. – een federale enclave. Aangezien het Tweede Amendement een federaal grondrecht vormt, was de vraag of de bepaling kon worden ingeroepen zodoende snel beantwoord. Wat evenwel bleef liggen was de vraag of het Tweede Amendement ook van toepassing kon worden verklaard op de staten en andere lagere overheden. Hier komt McDonald om de hoek kijken.

Centraal in McDonald staat de vraag of het Tweede Amendement onder de mantel van het Veertiende Amendement valt. Dit laatste Amendement werd in 1868, kort na de Amerikaanse Burgeroorlog, aangenomen en was vooral bedoeld om de zojuist geëmancipeerde slaven, die in groten getale aan de zijde van het Unieleger hadden meegevochten, te beschermen tegen oude reflexen in de verslagen Zuidelijke staten. Om dit te bewerkstelligen, bepaalde het Veertiende Amendement dat het staten niet langer was toegestaan wetten aan te nemen die inbreuk maakten op de ‘privileges or immunities’ van Amerikaanse burgers, waar voortaan ook zwarte inwoners van de VS toe gerekend werden. Deze frase, zo dacht men, dekte ook het gros van de grondrechten die waren neergelegd in de ‘Bill of Rights’, met als resultaat dat statelijke regelgeving zich in de toekomst ook diende conformeren aan de waarborgen van de federale grondwet.

Het liep echter anders. In de spraakmakende Slaughter-House Cases reduceerde het Supreme Court de ‘privileges or immunities clause’ al vrij snel na de aanname van het Veertiende Amendement tot een dode letter. Volgens het Hof werd met ‘privileges or immunities’ enkel op een aantal obscure rechten gedoeld die kleefden aan het bestaan van een federale overheid, maar heel nadrukkelijk niet op de preconstitutionele, ‘unalienable Rights’ waar de ‘Declaration of Independence’ van rept. Specifiek had deze interpretatie van het Hof tot gevolg dat Jim Crow-wetten in het Zuiden vrij baan kregen. In algemene zin betekende de uitleg dat de ‘Bill of Rights’ voorlopig een vrij tandeloos bestaan bleef leiden.

Dat de ‘Bill of Rights’ uiteindelijk toch het pantser van de staten heeft weten door te prikken, komt doordat het Hof vanaf het begin van de 20e eeuw de federale grondrechten één voor één is gaan incorporeren via de – ook in het Veertiende Amendement te vinden – ‘due process clause’. Op grond van deze aanpak, die Justice Thomas in zijn ‘concurring opinion’ bij McDonald niet geheel ten onrechte als ‘legal fiction’ bestempelt (het is immers lichtelijk bizar dat een prima facie procedurele bepaling ook voor materiële doeleinden kan worden gebruikt) wordt een waarde toepasselijk in de staten als kan worden vastgesteld dat zij voldoende fundamenteel is. Bijvoorbeeld als een recht ‘deeply rooted in this Nation’s history and tradition’ is.

De meeste grondrechten die in de ‘Bill of Rights’ de revue passeren hebben op deze manier al een dergelijke fundamentele status verworven. En zelfs vrijheden die niet eens in de Grondwet genoemd worden – denk aan het controversiële recht op privacy, dat onder andere het recht op abortus garandeert – hebben in de loop der tijd van het Hof constitutionele bescherming gekregen. Dankzij McDonald weten we nu dat het recht op wapens ook tot deze fundamentele categorie behoort. Volgens Justice Alito, die de meerderheidsopinie bij McDonald schreef, heeft dit te maken met het feit dat het Tweede Amendement is terug te voeren op het recht op zelfverdediging, dat ‘from ancient times to the present day’ door de meeste rechtssystemen erkend wordt.

De beslissing om ook het Tweede Amendement te incorporeren is lange tijd doelbewust door het Hof voor zich uit geschoven. Dat is overigens wel verklaarbaar. Tussen traditioneel ‘progressieve’ grondrechten als de vrijheid van meningsuiting en het verbod van ‘cruel and unusual punishments’ is het ‘conservatieve’ recht om wapens te bezitten toch altijd een beetje een vreemde eend in de bijt gebleven. De gevolgen van de uitspraak voor de wapenwetgeving in de VS even daargelaten, geeft dit aspect de McDonald-zaak dan ook een pikant randje. Het is, zoals op SCOTUSblog is opgemerkt, niet zonder ironie dat het in McDonald conservatieve rechters zijn die ‘the tragic legacy of race and its impact on American Constitutional history’ ter hand nemen, terwijl meer liberale rechters ‘largely skip over that history’. Even opmerkelijk is het dat de laatste groep rechters in McDonald op de bres springt voor ‘states’ rights’, terwijl de eerste groep zich voorstander toont van incorporatie. Wat dat betreft vertoont McDonald een verrassende gelijkenis met een andere grondrechtenuitspraak, waarin de rechterflank van het Supreme Court recent victorie kraaide: Citizens United. In deze uitspraak werd een beroep op de vrijheid van meningsuiting gehonoreerd ten aanzien van donaties van grote bedrijven aan ‘campaign financing’. Waar grondrechten vroeger, met in de jaren ’60 en ’70, vrijwel uitsluitend een zaak van progressief Amerika leken, blijken conservatieven er tegenwoordig dus ook prima raad mee te weten.

Tot slot nog even kort aandacht voor de impact die de McDonald-uitspraak zal hebben op wapenwetgeving in staten en steden. McDonald vormt, evenals Heller, vooral een principiële beslissing. Het Hof waagde zich er niet aan om specifieke standaarden te geven waaronder de geldigheid van zulke wetgeving aan het Tweede Amendement kan worden getoetst. Wel maakte het duidelijk dat er genoeg situaties te bedenken zijn – bijvoorbeeld wapenbezit op scholen; het bezit van M16’s – ten aanzien waarvan regulatie wel geoorloofd is. Anderzijds lijkt wetgeving die ‘handguns’ feitelijk in de ban doet geen stand meer te kunnen houden. De specifieke voorwaarden waaronder regulatie mogelijk is zal in eerste instantie echter door lagere rechters moeten worden uitgemaakt. Deze rechters mogen van de NRA, de belangrijkste wapenclub in de VS, alvast hun borst nat maken. De NRA, zo valt op hun website te lezen, zal er namelijk alles aan doen ‘to ensure this constitutional victory is not transformed into a practical defeat by activist judges, defiant city councils, or cynical politicians who seek to pervert, reverse, or nullify the Supreme Court’s McDonald decision through Byzantine labyrinths of restrictions.’

Stevige en, voor de gemiddelde Nederlander, waarschijnlijk tamelijk onfrisse taal. Deze taal doet echter niet af aan het feit dat McDonald vanuit een zuiver constitutioneel oogpunt een mooie uitspraak is, die recht doet aan de Amerikaanse Grondwet. Een uitspraak bovendien die een fraai inkijkje geeft in het Amerikaanse interpretatiedebat, dat handelt over de vraag of de constitutie als ‘living organism’ moet worden gezien of dat ‘original intent’ leidend moet zijn. De afscheid nemende Justice Stevens – McDonald vormde zijn laatste opinie – waarschuwde als woordvoerder van de eerste stroming in zijn ‘dissent’ dat ‘the reasons that motivated the Framers to protect the ability of militiamen to keep muskets available for military use when our Nation was in its infancy (…) have only a limited bearing on the question that confronts the homeowner in a crime-infested metropolis today.’ Dat kan zo zijn, maar daarmee impliceer je wel dat sommige delen van de Grondwet van geen enkele normatieve waarde meer zijn. En de vraag welke dat zijn is zacht uitgedrukt nogal arbitrair van aard.

Vorige post:

Volgende post: