Symposium jonge NJV

door GB op 07/12/2010

in Grondrechten, Haagse vierkante kilometer

Deze week belegt de Jonge-NJV een uitverkocht Seminar  over Constitutionele Toetsing. Ter voorbereiding op de discussie of als troost voor de thuisblijvers zijn er pre-essays beschikbaar, waaronder een mooi onversneden pleidooi tegen het wetsvoorstel Halsema, van de hand van Joost Sillen. Zijn Core Case Against Judicial Review:

De problemen waarvoor het een oplossing biedt, zijn klein. Ongrondwettige wetten zijn een zeldzaamheid en evenmin wordt de wet vaak wegens strijd met het EVRM buiten toepassing gelaten. Ook zal het voorstel-Halsema niet doen, wat de initiatiefneemster ervan verwacht. Toekenning van de toetsingsbevoegdheid aan de rechter pacificeert de pluriforme samenleving niet en verschaft geen forum waar de Grondwet op een open manier kan worden geconfronteerd met nieuwe waarden. Wat het voorstel-Halsema doet, is politieke besluitvorming verplaatsen van de wetgever naar de rechter. Het verplaatst de eindbeslissing over de keuze tussen verschillende belangen naar een ambt dat voor het maken van zulke keuzes veel minder geschikt is.

Met ‘problemen’ bedoelt Sillen een gebrek aan naleving dat voortvloeit uit een handhavingstekort, zoals dat bijvoorbeeld het geval is ten aanzien van fietsverlichting. Inmiddels wordt men beleefd doch indringend aangesproken op onverlichte deelname aan het verkeer en fietst zelfs Joost met licht rond. Grondwetswijzigingen vereisen een dergelijk probleem, en op dat punt schiet de motivering van Halsema tekort. Want hoeveel ongrondwettigheid heeft de wetgever eigenlijk begaan, de afgelopen tijd? Aan harde schendingen niets, en aan beweerdelijke schendingen alleen een gezochte redenering dat de eed aan de koning door een republikein niet zou zijn af te leggen. Een beetje weinig om je Grondwet voor te verbouwen, aldus Sillen. De wetgever laat zich immers ook iets gelegen liggen aan een niet door de rechter gehandhaafde Grondwet. Geen enkel delict wordt met de doodstraf bedreigd, ondanks dat rechter niet kan toetsen aan het grondwettelijke verbod daarop in artikel 114.

Maar dat grondwettelijke verbod van artikel 114 kwam pas in 1983 in de Grondwet, terwijl de laatste terechtstelling al in 1861 had plaatsgevonden. Ik vraag me dan ook af in hoeverre deze ‘wat is eigenlijk het probleem?’-benadering bruikbaar is voor de vraag wat in de Grondwet thuishoort. Wanneer is afwezigheid van een waarborg een probleem? Er heeft nog geen minister voor de Hoge Raad terecht gestaan voor ambtsmisdrijven. Reden voor afschaffing van artikel 119?

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 RvdW 08/12/2010 om 00:50

In zijn preadvies voor de Staatsrechtconferentie van vorige week stelde ook Roel Schutgens dat het voorstel-Halsema geen werkelijk probleem oplost. Kennelijk is hier sprake van een Nijmeegse School?

Op mij komt het argument nogal bevreemdend over. Immers: regels worden bij voorkeur niet opgesteld om reeds bestaande gebreken te repareren, maar om toekomstige problemen te voorkomen. Dat geldt in het bijzonder voor wat betreft bescherming tegen aantasting van grond- en mensenrechten. Het Nijmeegse argument gaat daaraan voorbij en komt er in de kern op neer dat beter gewacht kan worden tot het te laat is.

Opmerkelijk is dat op p. 10 van zijn pre-essay, waar Sillen betwijfelt of de Nederlandse rechter wel in staat zal blijken om voldoende terughoudendheid te betrachten bij grondwettelijke toetsing, hij de terughoudendheid die tot nu toe door die rechter bij toetsing van wetgeving aan het EVRM in acht is genomen, niet als afdoende bewijs accepteert: “Verstandiger lijkt het mij daarom ook hier de volkswijsheid in acht te nemen dat resultaten uit het verleden geen garanties voor de toekomst bieden”.

Waarom bieden de resultaten van de rechter geen garantie voor de toekomst, maar die van de wetgever wel?

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: