The Federalist No. 12 The Utility of the Union In Respect to Revenue

door JMB op 22/10/2009

in Varia

De Unie heeft een gunstige uitwerking op de economische groei van de Staten en daarmee, zo betoogt Hamilton in paper 12, ook op de verkrijging van inkomsten voor de schatkist. Een niet onbelangrijk thema, gezien de financiële strubbelingen waarmee de Unie in de eerste jaren na haar oprichting te kampen had. Voor Hamilton was het overduidelijk dat het voortbestaan van de Unie afhing van structurele verbeteringen met betrekking tot de financiële situatie. Niet voor niets stelt hij dat ‘nation cannot long exist without revenues.’

Hij constateert dat alle staatslieden – de verlichte althans – erkennen dat een bloeiende handel van zeer groot belang is voor de instroom van geld in de schatkist. Zij beïnvloedt immers de mate waarin de inwoners van een land in staat zijn belastingen te betalen door een positieve bijdrage te leveren aan twee aspecten die daarvoor essentieel zijn: in de eerste plaats de hoeveelheid en ten tweede ook de snelheid waarmee geld in een samenleving circuleert.

De beste methode om de schatkist te vullen is volgens Hamilton een stelsel van indirecte belastingen. Via importheffingen en accijnzen, mits ingevoerd met het nodige maatwerk om niet de bevolking in het harnas te jagen, kunnen de benodigde inkomsten worden verkregen om de financiële situatie van de Unie gezond te houden. Het verleden had uitgewezen dat het alternatief, een stelsel van directe belastingen, onvoldoende geld zou binnen brengen. Het belasten van land dan wel bezit was dan ook volgens Hamilton ontoereikend, niet efficiënt en bovendien impopulair. Hoewel tal van andere suggesties waren gedaan om dit te veranderen, was de daadwerkelijke oplossing nog niet gevonden.

Hamilton wijst vervolgens op Groot-Brittannië, een land dat vanwege zijn grote rijkdom en goed georganiseerde overheid in staat moest worden geacht via directe belastingen haar inkomsten te verkrijgen, maar in de praktijk het grootste gedeelte van haar nationale inkomsten echter verkreeg door een stelsel van indirecte belastingen – door heffingen en accijnzen op geïmporteerde goederen. Niet alleen zou de Unie een dergelijk systeem moeten hanteren voor de verkrijging van inkomsten, zij was ook de beste vorm om dit te verwezenlijken. De Unie kon gebruik maken van de geografische voordelen die de natuur haar bood. Zij had met de Atlantische kust namelijk maar één kant te bewaken ter voorkoming van smokkel. De bewaking kon zeer effectief en met weinig middelen worden uitgevoerd. De Amerikanen moesten niet het voordeel te niet doen dat de natuur hen gegeven had. Frankrijk, waar duizenden douaniers werden ingezet om smokkel tegen te gaan, wordt door Hamilton als schrikbeeld naar voren gebracht. De Franse situatie toonde volgens hem aan hoe moeilijk het was smokkel te bestrijden in een land met een dergelijke geografische ligging. In het geval de Unie uiteen zou vallen, konden de daaruit voortvloeiende staten of confederaties eenzelfde scenario tegemoet zien, aangezien op het Amerikaanse vasteland dan een vergelijkbare situatie zou worden gecreëerd. Hamilton geeft aan dat het Franse systeem bovendien ondenkbaar zou zijn in een vrij land.

Hamilton concludeert: ‘It is therefore evident, that one national government would be able, at much less expense, to extend the duties on imports, beyond comparison, further than would be practicable to the State separately, or to any partial confederacies.’

Een staat zonder inkomsten is gedoemd te verdwijnen, aldus Hamilton. Het zou niet zo gek zijn als de Verenigde Staten zich opnieuw over deze kwestie buigen, gezien de torenhoge schuld. Op dit moment is het vertrouwen nog aanwezig dat het allemaal goed komt. De afgelopen weken hebben echter niet alleen laten zien hoe essentieel vertrouwen is, maar ook hoe snel het verdwenen kan zijn. Rokende puinhopen achterlatend.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: