The federalist papers, no. 19: The same subject continued

door FTG op 11/01/2010

in Varia

Ook in nummer 19 bespreekt Publius de nadelen van een confederatie aan de hand van historische voorbeelden. Dit keer zijn Duitsland en Zwitserland aan de beurt. Het heilige Roomse rijk was een rommeltje. De Duitse prinsen, die loyaliteit verschuldigd waren aan de keizer, namen het niet zo nauw met hun plichten. Vandaar dat er voortdurend sprake was van onderlinge oorlogen tussen de prinsen onder elkaar, of allianties van prinsen tegen de keizer en zijn bondgenoten. De macht die de keizer had, ontleende hij eigenlijk niet aan de constitutie van het rijk, maar was gebaseerd op zijn persoonlijke macht die gebaseerd was op zijn persoonlijke bezittingen.

De voornaamste verklaring voor dit alles is volgens Publius te vinden in het gegeven dat de wetten van het Duitse Rijk alleen de souvereine Duitse prinsen bond, maar niet hun onderdanen. Precies het euvel waaraan de Amerikaanse confederatie lijdde: confederale wetten bonden wel de afzonderlijke staten, maar niet de burgers van die staten. Dit Duitse Roomse keizerrijk viel in 1806, maar dat kon Publius toen nog niet weten.

Bij de bespreking van Zwitserland komt Publius gevaarlijk dicht bij belediging van het Zwitsers eedgenootschap. Ook Zwitserland bestond in die tijd uit een zeer losse confederatie, die geteisterd werd door conflicten van velerlei aard. Dus, concludeert hij, een confederatie leidt tot een zwakke staat, vol interne twisten. In nummer 20 gaat hij vrolijk door op ditzelfde thema. Daarover volgende week.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: