The federalist papers no. 22: The Same Subject Continued: Other Defects of the Present Confederation

door GB op 01/02/2010

in Varia

De titels van de papers waren tot nu toe al redelijk inhoudsloos, maar de titel van deze week spant de kroon. Hij wil dan ook niet meer zeggen dan dat we verder gaan waar we vorige week gebleven waren. Omdat de papers uiteindelijk bedoeld zijn om de lezers te overtuigen is het wellicht aardig om te bekijken op welke sentimenten Hamilton probeert in te spelen.

4. Het vierde defect van de confederatie is dat het niet mogelijk is om een serieus handelscontract te sluiten. Een beetje slimme handelspartner beseft dat de Amerikaanse reus op lemen voeten staat en trekt daar profijt van. Hamilton doet met dit argument een beroep op het welbegrepen eigenbelang, maar mengt er tegelijk een dosis anti-Brits sentiment bij. Hij citeert namelijk een discussie in de Britse Commons waar ze zich openlijk vrolijk maakten over de instabiliteit van de Verenigde Staten en daar schaamteloos profijt van trokken.

5. Bij het vijfde defect schakelt Hamilton over op vleierij. Staten proberen elkaar op handelsgebied nu een loer te draaien, ‘contrary to the true spirit of the Union.’ Straks wordt het nog zo erg als in Duitsland waar het vrachtverkeer over de rivieren praktisch lamgelegd is door alle tolhuisjes en invoerbelastingen. Maar zo dom als de Duitsers zullen de lezers toch niet zijn? ‘The genius of the people of this country’ zal inzien dat Duitse toestanden moeten worden voorkomen.

6. De volgende smaak is een onvervalst dreigement. De huidige confederatie heeft zijn defensie afhankelijk gemaakt van koehandel tussen de staten over de aantallen te leveren soldaten. Staten dichtbij de grens aan een dreigend buurland lichtten uiteraard meer soldaten dan staten verder weg van het conflict. Dat is even logisch als bedreigend voor het vermogen van de Unie om zich te kunnen verdedigen.

7. Daarna moet het rechtvaardigheidsgevoel de nieuwe constitutie kracht bij zetten. In de confederatie doet het futiele Rhode Island op gelijke voet mee met het machtige Connecticut. ‘Every idea of proportion and every rule of fair representation,’ schrijft Hamilton daarover, ‘conspire to condemn [such] a principle.’ En het is helemaal nietmeer te verkroppen als kleine staten ook nog eens beleid kunnen vetoën. Dan ontstaat scheefgroei tussen de feitelijke machtsverhoudingen en de verhoudingen op papier. In de nieuwe Unie, daarentegen, zal – conform de ‘republican spirit’ – de meerderheid fatsoenlijk aan zijn trekken kunnen komen.

De huidige (destijds door Hamilton voorgestelde) Amerikaanse Senaat gaat nog altijd uit van de gelijkheid tussen lidstaten. Californië heeft evenveel senatoren als Rhode Island. Het moeizame geploeter van Obama in de Senaat over zijn zorgplannen heeft de discussie daarover weer aangewakkerd. Daarbij zetten de tegenstanders van de huidige Senaat precies dit popular-vote-argument in, naast de strijd tegen de filibuster die de zaken alleen maar erger maakt. Hamilton kan rechtstreeks gebruikt worden in deze discussie (en in die van ons over grondwetsherzieningen) als hij schrijft:

‘When the concurrence of a large number is required […] to the doing of any national act, we are apt to rest satisfied that all is safe, because nothing improper will be likely TO BE DONE, but we forget how much good may be prevented, and how much ill may be produced, by the power of hindering the doing what may be necessary, and of keeping affairs in the same unfavorable posture in which they may happen to stand at particular periods.’

8. Voor het volgende defect van de confederatie wordt een beroep gedaan op logisch denken van de lezer. Er ontbreekt namelijk een fatsoenlijke rechterlijke functie in de samenwerking tussen de staten. Dat is fataal, want ‘laws are a dead letter without courts to expound and define their true meaning and operation.’ De staten beschikken wel over rechterlijke instanties, maar dat leidt tot onwerkbare verdeeldheid over de betekenis van wetgeving en van verdragen. En daarom is er een Supreme Court nodig, betoogt Hamilton, met alle argumenten die het Hof van Justitie van de EG ook gebruikt om lidstaten aan hun verplichtingen te houden.

Na al de eerder genoemde smaken schuwt Hamilton er tenslotte niet voor om ook het wat meer smerige retorische werk in te zetten. ‘It must be by this time evident to all men of reflection, who can divest themselves of the prepossessions of preconceived opinions, that it is a system so radically vicious and unsound, as to admit not of amendment but by an entire change in its leading features and characters.’

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: