The federalist papers no. 23:The Necessity of a Government as Energetic as the One Proposed to the Preservation of the Union

door GB op 15/02/2010

in Varia

Gisteren zat Cees Maas bij Buitenhof. Hij is als voormalig thesaurier-generaal van Financiën een van de architecten van de Euro. Hoe het toch zo gruwelijk mis kon gaan, was de vraag. Omdat er nog onvoldoende krachtige politieke samenwerking is, antwoordde Maas. Hij is een van de Europese Federalisten die zachtjes aan weer uit de schuilkelder komen. Het Verdrag van Lissabon wordt voorzichtig weer ‘Grondwet’ genoemd. En het argument ligt weer op tafel: de belangen zijn zo groot, en zo verweven dat één machtige organistie de touwtjes in handen moet kunnen nemen om in Griekenland orde op zaken te stellen. De waarde van de Euro mag niet afhankelijk zijn of de Griekse overheid voldoende ordepolitie heeft om de begroting op orde te brengen. Er zou concreet ingegrepen moeten worden.

Dat is precies het nieuwe onderwerp van de Federlist Papers. Na 22 papers te hebben gevarieerd op het argument dat de Articles of Confederation volstrekt onvoldoende waren, gaat het vanuf nu 14 papers lang over de vragen: welke onderwerpen horen op federaal niveau, hoeveel macht moet de nationale regering hebben en welke personen moeten die macht uitoefenen. Daarmee komen de Federalists in feller vaarwater. Betogen dat het ‘anders en beter’ moet, doet het altijd goed. Betogen dat staten soevereiniteit moeten afstaan – daar komt het namelijk op neer – is veel gevaarlijker.

In paper 23 is de basale redenering: als we het dan eens zijn over de doelen die een nationale regering moet bereiken, dan moeten we ook bevoegdheden leveren. Dan moet die natioanele regering kunnen doen wat die is toevertrouwd. Het accent ligt dus niet op de vraag welke macht de Staten willen afstaan, de vraag is hoeveel de Unie nodig heeft om effectief te zijn. Hamilton probeert de discussie dus zo technisch mogelijk te houden. Hij past het toe op de meest vanzelfsprekende doelstelling van de Unie:  ‘the common defense of the members’. Daar horen deze bevoegdheden bij: ‘to raise armies; to build and equip fleets; to prescribe rules for the government of both; to direct their operations; to provide for their support.’ Dat betekent dat de Unie de legioenen licht, en dat de Unie de belastingen heft om ze te betalen. Hoeveel legioenen nodig zijn, mag daarbij niet worden vastgelegd. Niemand kan immers voorspellen welke bedreigingen de unie nog het hoofd moet bieden.

Dat klinkt nog allemaal redelijk vanzelfsprekend. Maar de lezers van deze paper hadden nog niet zo lang geleden de Britse Kroon de deur uit gewerkt, en waren zeer huiverig voor een ‘overheid’ in het algemeen en een abstracte logge nationale overheid met soldaten in het bijzonder. Hamilton besteedt dan ook veel tijd aan de redenering dat je als je een overheid wilt, je die overheid ook macht moet geven.

A government, the constitution of which renders it unfit to be trusted with all the powers which a free people OUGHT TO DELEGATE TO ANY GOVERNMENT, would be an unsafe and improper depositary of the NATIONAL INTERESTS.

Hoewel het Hamilton allemaal zeer vanzelfsprekend leek, duurt de discussie tot op vandaag voort. Aan de Republikeinse basis woedt een Tea-party-movement die de herinnering aan de strijd tegen een machtige onderdrukkende overheid levend houdt.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: