The Federalist Papers, no. I: General introduction

door FTG op 23/04/2009

in Varia

In 1787 werd op de constitutional convention door afgevaardigden van toen nog 13 staten de Amerikaanse grondwet opgesteld. Die grondwet moest daarna nog geratificeerd worden door die staten. Nu is de constitutie één van de symbolen van nationale identiteit voor Amerikanen, toen was de inhoud van de grondwet echter het voorwerp van heftige tegenstand. Velen zagen de op sommige punten verregaande bevoegdheden die de federale staat zou krijgen, als een afbreuk van de verworven vrijheid die op de Britten gewonnen was. De federalist papers hadden als bedoeling de Amerikaanse burgers te overtuigen van de juistheid van de nieuwe grondwet. De federalist papers werden in 1787 en 1788 in New Yorkse kranten gepubliceerd door drie schrijvers, James Madison, Alexander Hamilton en John Jay, maar onder één pseudoniem: Publius.

Onder de Articles of Confederation, een soort grondwet die voorafging aan die van 1787, hadden de staten een grote zelfstandigheid. Binnen de staten bestond er ook een grote mate van democratisering. Dit leidde in sommige gevallen tot zeer populistische wetgeving, zoals het afschaffen van dwangmiddelen om persoonlijke schulden te verhalen of het bevriezen van de plicht om schulden te betalen. Veel staten lieten ook de geldpers draaien om goedkoop aan geld te komen.

Voor dit type populisme waren de opstellers van de nieuwe grondwet zeer bevreesd. Hamilton schrijft dan ook in Federalist papers, no. I: History will teach us that the former [the specious mask of zeal for the rights of the people] has been found a much more certain road to the introduction of despotism than the latter [the forbidden appearance of zeal for the firmness and efficiency of government], and that of those men who have overturned the liberties of republics, the greatest number have begun their career by paying an obsequious court to the people; commencing demagogues, and ending tyrants.

In populisme ligt de kiem voor despotisme, dat is één van de uitgangspunten van Hamilton. Hij dacht daarbij misschien aan de laatste jaren van de Romeinse republiek, waar Caesar de meeste van zijn benoemingen te danken had aan wetgeving naar voren gebracht door volkstribunen in de volksvergaderingen. Hij eindigde daarna als dictator perpetuo. Latere voorbeelden zijn er ook genoeg te bedenken: Robespierre, Lenin, Hitler en Mao, om er maar een paar te noemen.

Tegenstanders van de grondwet, de anti-federalisten, waren bang dat onder de voorgestelde constitutie het volk niet op juiste wijze gerepresenteerd zou worden. Hun ideaal was dat de vertegenwoordigende lichamen een afspiegeling zouden vormen van de bevolking, zodat de echte problemen van de gemiddelde Amerikaan op de voorgrond zouden staan. Zij vreesden dat de voorgestelde constitutie door de vele filters die het bevatte (denk aan de kiesmannen die de president kiezen) zou leiden tot een aristocratische vertegenwoordiging, die zich minder gelegen zou laten liggen aan de alledaagse problemen van de bevolking. Die vrees was ook terecht, want dat was precies de bedoeling van de opstellers van de constitutie: het terugdringen van het op dat moment heersende populisme binnen de meeste individuele staten en het bewerkstelligen van een vertegenwoordiging die niet beheerst zou worden door de passies van het volk (de waan van de dag, zou men tegenwoordig zeggen), maar die zich zou laten leiden door koel beraad. Dus inderdaad ook een vertegenwoordiging, gevuld met talentvolle en geletterde mannen. De gewone Amerikaan, die zich slechts zal laten leiden door zijn eigen beperkte belangen en zijn beperkte en ongeïnformeerde visie daarop, had in die vertegenwoordiging (of in de uitvoerende en rechterlijke macht) niets te zoeken.

De Amerikanen zien hun land als de grootste democratie op aarde. Dat is mischien ook wel zo, in die zin dat een veel groter aantal ambtsdragers gekozen wordt door het volk dan in veel andere landen het geval is. Zij zien hun grondwet als de bron van hun democratie. Het is dan ook tot op zekere hoogte ironisch dat hun grondwet is opgesteld met mede de bedoeling de directe invloed van het volk op het bestuur en wetgeving te verkleinen.

Vorige post:

Volgende post: