Tijdschrift voor Constitutioneel Recht

door GB op 06/02/2010

in Recensies

Post image for Tijdschrift voor Constitutioneel Recht

Er bestaat tegenwoordig een Tijdschrift voor Constitutioneel Recht (TvCR), en daar moet hier natuurlijk reclame voor worden gemaakt. Het tijdschrift is de opvolger van de zogenaamde rode ‘publikaties van de staatsrechtkring’. TvCR breekt in zijn uitstraling radicaal met de serie, omdat het dit soort roestige terminologie naar de binnenkant van de kaft verbannen heeft. Daar staat nog in kleine lettertjes te lezen: ‘het TvCR maakt onderdeel uit van de activiteiten van de Staatsrechtkring, de vereniging voor staatsrechtbeoefenaars.’ Zelfde beoefenaars, kortom, maar een nieuwe, hippe vorm.

Welk staatsrecht werd er zoal beoefend, in het eerste nummer? In de eerste plaats verscheen het artikel van Aernout Nieuwenhuis over de vrijheid van meningsuiting van een parlementariër. Dat artikel verscheen ook op dit blog. Verder nemen Bovend’Eert en Broeksteeg de parlementaire zelfreflectie nog onder de loep en verbouwde Corstens een rede over de cassatierechtspraak tot een artikel. De rest van het tijdschrift is gevuld met blikken over de grens, bespreking van wetgeving en een serie boekrecensies.

Recensies leggen meestal bloot om wat voor tijdschrift het gaat. Is het een tijdschrift voor wakkere staatsrechtbeoefenaren, gepokt en gemazeld in het betere straatvechten of worden er alleen heel subtiele nootjes gekraakt? Vandaar op dit blog een recensie over de recensies.

Opvallend is dat als er in een boek iets aanbevolen wordt, de recensenten deze aanbevelingen nog maar eens warm onder de aandacht brengen. Prof. Schilder hoopt dat de ideeen van Tappeiner over privacy in de EU worden overgenomen. En Nehmelman onderstreept de aanbevelingen van Dragstra over partijfinanciering nog maar eens. Kritiekpunten zijn spaarzaam, en blijven altijd subtiel. Van den Driessche, bijvoorbeeld, bespreekt het proefschrift van Visser over de ministeriele verantwoordelijkheid. Daarbij stuit ze uiteraard op de methodologische vraag naar wat precies ongeschreven staatsrecht genoemd kan worden. Visser staat daar in zijn proefschrift niet lang bij stil. Maar Van den Driessche blijft mild, en betreurt slechts het ontbreken van een wat meeromvattende toelichting.

Het gaat er dus vooral eensgezind en beschaafd aan toe, onder staatsrechtbeoefenaars. Bovendien zijn ze leergierig. Want de roep om meer keert regelmatig terug. Hoewel Nehmelman verzucht dat Dragstra soms iets te uitvoerig is, betreurt hij het toch dat niet ook het Amerikaanse stelsel van partijfinanciering is bestudeerd. En ook prof. Gerards had graag gezien dat prof. Hins in zijn oratie Smaad door de Staat aandacht had besteed aan Amerika. Ze wijst daarbij in het bijzonder op de uitspraak PGC Utah v. Summum.

Toch valt de schade wel mee. Dragstra heeft op dit blog twee uitgebreide posts gewijd aan het Amerikaanse stelsel van partijfinanciering. En de uitspraak die Gerards graag besproken had gezien, dateert van na de oratie van Wouter Hins.

(Abonnee worden? Kijk hier.)

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: