Tijdsdruk en routine zijn aanwinsten voor de rechtspraak

door IvorenToga op 04/09/2012

in Rechtspraak, Uitgelicht

Post image for Tijdsdruk en routine zijn aanwinsten voor de rechtspraak

Dat er in het strafrechtelijk raadkamerproces vele psychologische determinanten min of meer verscholen een rol spelen, zal geen rechter betwisten. Dat deze samenhangen met min of meer sterkere emoties, neurobiologische processen, groepsverbanden, onderlinge verhoudingen binnen een groepsproces, zal ook niemand verbazen. Waar mensen samenleven en samenwerken doen zich niet altijd inzichtelijke processen voor. Het recent uitgebrachte rapport Sociaalpsychologische determinanten van strafrechtelijke besluitvorming brengt veel van deze mogelijke processen in beeld en is reeds daarom waardevol. Twee onderzoekstechnische kanttekeningen liggen voor de hand, maar zijn niet altijd te vermijden (geweest). In de eerste plaats is dit kwalitatieve onderzoek niet gebaseerd op empirie van rechters, maar op door de onderzoekers omschreven laboratoriumsituaties, inbreng van studenten en fictieve dossiers. Er zijn wel interviews met rechters geweest, maar daadwerkelijk onderzoek van dossiers en het bijbehorende raadkamerproces hebben niet plaatsgevonden. Altijd lastig: insiders, zoals ik, die publiceren kunnen het verwijt krijgen van ‘slechts’ observerend participant te zijn geweest, degenen die aan de kant staan kunnen hun onderzoek gedevalueerd zien vanwege het droogzwemmen. In de tweede plaats doet het onderzoek vele open deuren nog een keer open. Dat kan geen kwaad, maar het gebrek aan inhoudelijk (zicht op) deelname aan het rechterlijk proces heeft te weinig problematisering van verschillende kwesties opgeleverd. Niet omdat daarmee het rijke rapport recht wordt gedaan, maar bij wijze van voorbeelden licht ik er twee punten uit.

De stelling dat tijdsdruk slecht is voor de besluitvorming, zal goed vallen bij veel professionals, van keurslager tot hoogleraar. Maar daarmee is het nog steeds een onbewezen en weinig gevalideerd gezichtspunt. Ik mis in het onderzoek de normatieve dimensie dat een hoog betaalde vakman met een hoger salaris dan dat van een hoogleraar niet zo creatief met zijn tijd kan omspringen dat hij geen tijdsdruk kent. Ging het de onderzoekers om tijdsdrukbeleving? Zo ja, zijn we daarmee niet op het hellende vlak van de MartSmeetsvragen naar de gevoelstemperatuur terechtgekomen? Of ging het de onderzoekers om daadwerkelijke tijdsdruk en zo ja, hoe hebben zij dat dan gemeten ten aanzien van de doorsnee tijd die een gemiddelde rechter aan een dergelijk concreet dossier heeft kunnen besteden? En als er dan uiteindelijk daadwerkelijk sprake is van concrete tijdsdruk, waarom is de psychologische factor niet meegewogen dat een hooggekwalificeerd vakman juist onder tijdsdruk geweldige prestaties neerzet? Terzijde. Een hooggekwalificeerde vakman heeft liefde voor zijn vak en werkt graag in zijn vrije tijd verder aan het hoge ambt en de rechtszaken die hem mateloos boeien. Tot slot mis ik in het rapport de organisatorische component die kortheidshalve hierin bestaat dat als de doorsnee strafsector niet 40 procent van de strafzaken aanhoudt, maar slechts tien procent, de werkdrukbeleving met 30 procent hoort af te nemen. Kortom, tijdsdruk is een ingewikkeld juridisch, organisatorisch en psychologisch fenomeen dat niet zomaar eenvoudig in een aanbeveling kan worden verzelfstandigd.

Als de tijdsdruk(beleving) ingewikkeld te verklaren en te begrijpen is, is het goed om een ander facet uit het rapport te belichten. Vaak wordt sleur als negatief neergezet en vormt mogelijke sleur een aanleiding om rechters te laten rouleren over de verschillende rechtsgebieden. In het rapport mis ik de notie dat sleur ook een andere – positievere – connotatie kan bezitten. Als sleur wordt geassocieerd met routine, dan wordt bij een grondiger beschouwing van wat ambachtelijk vakmanschap inhoudt, duidelijk dat routine de rechter overwicht verschaft in zijn dagelijks werk bij het bestuderen en bespreken van het strafdossier ter zitting, maar ook bij het elkaar snel verstaan in raadkamer. Men leze het indrukwekkende boek van de Angelsaksische arbeidssocioloog Richard Sennett, De ambachtsman (2009). Een chirurg, slager, rechter of piloot kan niet zonder routine. Wanneer dit tot sleur verwordt, is er niet iets mis met de organisatie of het vak of met de tijdsdruk, maar dient te rechter een goede vakantie te nemen, hetgeen doorwerkt per zittingsdag als de rechter luistert naar de wet die hem voorschrijft regelmatig te schorsen teneinde de nodige rust tussen de zaken op te doen.

Verder gaat het denk ik om de vraag hoe het verband tussen ondervonden tijdsdruk en kwaliteit zich ontwikkelt. Op welk punt in de tijdscurve wordt het resultaat suboptimaal? Hoe verhoudt zich dat tot de volgens de financieringsnormen toebedeelde tijd? Dat er een punt is waarop de beschikbare tijd zo gering is dat het besluitvormingsproces wordt gehinderd is niet meer dan het intrappen van een open deur. De vraag is wanneer dat moment bereikt wordt en of dat niet kan worden gemanaged door de (rechterlijke) professional zelf.

Verder vond ik bijzonder interessant dat de enkelvoudige rechter minder vaak in standaardfouten zou vervallen dan de meervoudige strafkamer. Is dat een argument om meer zaken enkelvoudig af te doen en zodoende meer tijd over te houden voor ingewikkelde zaken?

Uiteindelijk gaat het om het zo goed mogelijk verdelen van de beschikbare tijd en daarin zouden rechterlijke professionals een eigen verantwoordelijkheid moeten nemen en niet simpelweg moeten concluderen dat de beschikbare tijd ontoereikend is…wat de valkuil is die het onderzoek graaft voor de weinig kritische beschouwer.

Het zou aardig zijn als er grondig normatief getint onderzoek wordt verricht naar de misvatting dat tijdsdruk minder kwaliteit van werken oplevert. Lucia de B. heeft in hoger beroep 30 zittingsdagen gevergd. Extra tijd hoeft dus geen juiste rechtspraak op te leveren. Opdrachtgevers van onderzoeken dienen ook eens andere vragen te stellen, maar daar kunnen deze onderzoekers niets aan te doen. Ze hebben, vooral gesteund door veel buitenlands literatuuronderzoek, bevindingen gepresenteerd die koren op de molen zullen zijn van de ontevreden molenaars binnen en buiten de rechtspraak.

Rinus Otte
Hoogleraar rechtspleging RUG en vice-president Gerechtshof Arnhem

Deze post is de eerste van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 CR 04/09/2012 om 16:29

Hebben we meteen het argument voor de verhoging naar 130. Langzaam rijden is slecht voor de verkeersveiligheid, het komt neer op onderuitputting van het concentratievermogen van de bestuurder, hij raakt maar afgeleid. Nog beter als hij erbij kan bellen, mobieltje in de hand: dan kan hij de overblijvende hand en hersendelen optimaal benutten.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: