Aansprakelijkheid toezichthouders en handel met voorwetenschap

door PWdH op 13/01/2012

in Rechtspraak

Post image for Aansprakelijkheid toezichthouders en handel met voorwetenschap

Zijn DNB en AFM aansprakelijk voor de schade van twee bestuurders van een bank, die door de bank zijn ontslagen na aanwijzingen van de toezichthouders, als die aanwijzingen door de bestuursrechter worden teruggedraaid wegens een motiveringsgebrek? Waarom niet. Maar is dat ook zo wanneer aanleiding voor die aanwijzingen een strafrechtelijk onderzoek was naar handel met voorwetenschap en de bestuurders nadien ook daadwerkelijk in drie instanties schuldig bevonden door de strafrechter aan overtreding van het destijds geldende artikel 46 Wte 1995?

De bestuurders zien in het terugdraaien door het CBb van de aanwijzingen van DNB en AFM in elk geval een gelegenheid door hun ontslag misgelopen salaris, bonussen en immateriele schade te verhalen en beginnen een procedure bij de burgerlijke rechter tegen de toezichthouders. De leer van de oneigenlijke formele rechtskracht brengt immers mee dat met het oordeel van het CBb vaststaat dat DNB en AFM toerekenbaar onrechtmatig hebben gehandeld door het geven van de (teruggedraaide) aanwijzingen.

De rechtbank wil er niet aan en neemt aan dat zich met dit geval een uitzondering op deze leer voordoet. Het hof gaat hierin niet mee, maar laat het door de toezichthouders gevoerde causaliteitsverweer wel slagen. Zij het gedeeltelijk: DNB en AFM zijn, aldus het hof, aansprakelijk, maar alleen voor schade geleden tot aan de datum waarop de strafrechter de bestuurders in eerste instantie heeft veroordeeld. Daarna waren de bestuurders hoe dan ook ontslagen, omdat een bank zich zulke bestuurders niet kan permitteren en/of DNB en AFM op basis van het vonnis van de strafrechter onaantastbare aanwijzingen hadden kunnen geven. Binnen dat tijdvak zijn DNB en AFM slechts aansprakelijk zijn voor 40% van de schade wegens eigen schuld van de bestuurders, omdat zij in belangrijke mate zelf hebben bijgedragen aan de schade.

De Hoge Raad laat zich niet uit over de vraag of in deze zaak een uitzondering op de leer van de oneigenlijke formele rechtskracht moet worden aanvaard, zoals de rechtbank deed. Hij volgt een andere weg om geen aansprakelijkheid aan te nemen. Of beter gezegd: die tot nihil te reduceren. Hij gaat eerst in op de klacht dat het hof te speculatief is geweest door op het causaliteitsverweer van DNB en AFM te oordelen dat de bestuurders na de strafrechtelijke veroordeling hoe dan ook zouden zijn ontslagen. Volgens de bestuurders is het hof daarmee te speculatief. Dit is volgens de Hoge Raad niet het geval (r.o.4.1.3):

Indien zich na een schadeveroorzakende gebeurtenis waarvoor iemand aansprakelijk is jegens de benadeelde (hier: de onrechtmatige aanwijzingsbesluiten van 14 april 2003 waarvoor DNB en AFM aansprakelijk zijn jegens [eiser 1] en [eiser 2]) een latere gebeurtenis voordoet die dezelfde schade zou hebben veroorzaakt als die schade niet reeds was ontstaan, doet dat niet af aan de reeds gevestigde verplichting tot schadevergoeding van de voor de eerste gebeurtenis aansprakelijke persoon, behalve in gevallen waarin het gaat om voortdurende schade en de latere gebeurtenis voor risico van de benadeelde komt (vlg. HR 7 december 2001, LJN AB2795, NJ 2002/576).
Het hof heeft kennelijk, en niet onbegrijpelijk, geoordeeld dat de strafvonnissen aangemerkt moeten worden als een dergelijke latere gebeurtenis die voor risico van [eiser 1] onderscheidenlijk [eiser 2] komt, en dat die strafvonnissen voor hen tot ontslag en derhalve vanaf dat moment tot dezelfde, voortdurende, schade zouden hebben geleid.

Hierna stapt de Hoge Raad over het incidenteel cassatieberoep van DNB en AFM ter zake van de eigen schuld. Zij klagen dat het hof 100% eigen schuld van de bestuurders had moeten aannemen en wel omdat het hof ook oordeelde dat noch van een strafrechtelijk onderzoek noch van aanwijzingen sprake zou zijn geweest als eisers hun handel met voorwetenschap achterwege hadden gelaten. Deze klacht slaagt en de Hoge Raad doet de zaak zelf af: ‘de aan de beide toezichthouders DNB en AFM toe te rekenen omstandigheden die tot de schade hebben bijgedragen [zijn] te verwaarlozen ten opzichte van die welke aan [eiser 1] en [eiser 2] zijn toe te rekenen, zodat die schade geheel voor rekening van deze laatsten dient te blijven’ (r.o. 5.2).

Zo bereikt de Hoge Raad materieel dezelfde uitkomst als de rechtbank. Een andere uitkomst was ook niet goed denkbaar geweest. Advocaat-Generaal Spier vat de zaak kernachtig samen (3.2.1):

De vorderingen komen er, ontdaan van de schaarse franje, op neer dat twee gewezen bestuurders, die zich in de uitoefening van hun functie te buiten zijn gegaan aan een economisch misdrijf en die ter zake – naar op basis van de strafarresten van Uw Raad inmiddels als vaststaand kan worden aangenomen – materieel gesproken terecht zijn ontslagen vergoeding bij de samenleving komen vragen voor hun pretense schade als gevolg van – kort gezegd – procedurele onvolkomenheden van AFM en DNB. Dat is uiteraard hun goed recht, maar het ligt weinig voor de hand om dergelijke vorderingen te honoreren.

Resteert de vraag hoe het ook al weer zat met de leer Demogue-Besier. Dit leerstuk dat hardnekkig door het aansprakelijkheidsrecht spookt wil dat alleen aansprakelijkheid wordt aangenomen wanneer er een causaal verband in de zin van condicio sine qua non bestaat tussen onrechtmatigheid (normschending) en de schade. Anders gezegd: geen aansprakelijkheid wanneer de schade ook op rechtmatige wijze had kunnen worden veroorzaakt. De Afdeling Bestuursrechtspraak schijnt ermee te werken in het besluitenaansprakelijkheidsrecht.

De Hoge Raad lijkt iets dergelijks te doen door in de als eerste geciteerde overweging aan te nemen dat zich hier een latere gebeurtenis (de strafvonnissen) voordoet, die dezelfde schade zou hebben veroorzaakt als die schade niet reeds was ontstaan (inkomstenderving als gevolg van ontslag), die bij wijze van uitzondering wél afdoet aan de reeds gevestigde verplichting tot schadevergoeding van de voor de eerste gebeurtenis aansprakelijke persoon (de toezichthouders), omdat het gaat om voortdurende schade en de latere gebeurtenis voor risico van de benadeelde komt. Denk ik.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: