Transparantie over benoemingsbeleid Hoge Raad?

door GB op 03/02/2012

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Transparantie over benoemingsbeleid Hoge Raad?

In een volgepropt Nieuwspoort-zaaltje gingen de Kamerleden Çörüz (CDA), Recourt (PvdA) en Helder (PVV) deze week in debat met elkaar, met de zaal, en met een hoogleraar rechtssociologie, een NRC-journalist en iemand van de vakbond voor rechters. Inzet was de ‘politisering van de rechterlijke macht’ en dus ging het meteen over de twee recente akkefietjes bij benoemingen van leden van de Hoge Raad: de onverwachte stemming over Buruma en de uitschakeling van Aben. Het zaaltje hing zo vol met afkeer over met name dat laatste, dat het eerste nog wat erger werd gemaakt. Zo werd het de PVV in het bijzonder aangerekend een hoofdelijke stemming te hebben aangevraagd over Buruma. Dat is dan weer niet waar. Een stemming over personen moet schriftelijk en is dus altijd individueel. En er stemden toen trouwens meer kamerleden niet op de vlotte prof uit Nijmegen. Er werd ook – nota bene – op Diederik Aben gestemd.

Vanaf het begin af aan was duidelijk dat de kamerleden verder niets wilden zeggen over wat er nu precies met Aben gebeurd was, al ‘weersprak’ Recourt wel wat er in het NRC had gestaan. Dat leidde tot enige ergernis over de kamerleden. Er was iets (waarom verdedigt de President van de Hoge Raad zich anders?), het zou niet zijn wat er in de NRC had gestaan, maar verder mochten we er niets meer over weten. De journalist gooide er toen nog maar een onthulling tegenaan, namelijk dat Corstens intern bij de Hoge Raad fanatiek jacht maakt op ‘het lek’ en raadsheren zich als kleine jongens behandeld voelen. Merkwaardigerwijs keerde het sentiment zich toen opeens tegen de journalist. Een aanwezige raadsheer haalde fel uit (‘daar moet je mee uitkijken!’) en weersprak de berichten op basis van het feit dat hij het niet meegemaakt had.

Recourt bleek overigens al nagedacht te hebben over een alternatief discussiepunt, namelijk de vraag wat de selectiecriteria van de Tweede Kamer in het algemeen zouden kunnen zijn. Hij zag wel wat in een ‘afspiegeling’ om de Hoge Raad bij de tijd te houden. Hij leek dat ook in politieke zin te bedoelen, maar kreeg weinig gelegenheid dit toe te lichten. In plaats daarvan wilde men van Helder horen dat de PVV de Hoge Raad linksig vindt. Dat wilde ze best wel beweren, en ze kon verwijzen naar het periodeiek onderzoek dat VrijNederland doet naar de politieke achtergrond van rechters. De rechtssocioloog probeerde toen het debat bij te buigen naar de vraag wat de invloed van iemands politieke achtergrond eigenlijk is of mag zijn, maar Çörüz zag een kans voor open doel. Het maakte hem ‘allemaal niets uit of een rechter links of rechts was’, als het maar een goede rechter was. Dat standpunt is opmerkelijk voor een CDA’er. Juist het CDA-Kamerlid Van der Burg was een aanzwengelaar van het debat over het D66-gehalte in de rechterlijke macht en een warm pleitbezorger van het idee van de afspiegeling. Het debat over de criteria bloedde heleaas snel daarna dood, maar de aanwezig kamerleden waren nog wel voornemens om ‘de koppen bij elkaar te steken’ om criteria te formuleren. Hopelijk worden die openbaar, en anders rekenen we op het NRC.

De rest van de tijd werd gevuld met voorspelbaar touwtrekken over taakstraffen, minimumstraffen, ontsnapte TBS’ers en nog zo wat leed. Frits Bolkestein kon het in ieder geval niet meer boeien en vertrok. Uiteindelijk werd het echter op een andere manier interessant. Van Zutphen, van de rechtersvakbond, wond zich dermate op dat hij op een gegeven moment de politieke straatvechter was waar Recourt, oud-rechter maar nu politicus, spontaan weer magistratelijk van werd. Van Zutphen ging ook wel erg ver, omdat hij op een gegeven moment stond te beweren dat rechters beter weten wat het volk aan veiligheidsbehoefte heeft dan de politiek. Bovendien moest er voor de juiste verhouding in de Trias Politica meer naar de rechters gekeken worden. ‘Jullie mogen iets verzinnen, maar kom daarna naar ons’.

Misschien voltrok zich hetzelfde als in de recente uitbarsting tussen leraren en politici. Het zijn professionals die hun ergernis vertalen in de vraag in ieder geval met rust te worden gelaten, maar bij wie de bom barst als ze op hun nek worden gezeten door een kabinet dat juist roept zoveel ruimte te willen maken voor de ‘handen aan de hamer’.

Dit debat werd georganiseerd door het Montesquieu-instituut. In het kader van een reeks. Welke reeks precies kan worden uitgevonden op hun site

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: