Tres, dos, un politica: brandbrief van de Ombudsman

door GB op 23/01/2012

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Tres, dos, un politica: brandbrief van de Ombudsman

De Trias Politica ‘van’ Montesquieu  is geen rustig bezit. Er bestaat bedreiging vanuit twee scholen: een school voor minder en een school voor meer. Hendrik Gommer is aanvoerder van de denkers die drie nog maar het begin vinden. De ambtenaren, de media, de adviesbureaus, de bedrijven, de burgers: allemaal ook een macht. Er is veel meel meer feitelijke ‘macht’ dan waar de Trias ruimte voor biedt. Liever een machtencirkel met alles en iedereen erin. Kost een beetje helderheid, maar dan heb je ook plaats genoeg.

Aan de andere kant staan de denkers die een andere vraag stellen: is er feitelijk wel sprake van een machtsevenwicht in de huidige drie machten? Aanvoerder van deze denkers is Alex Brenninkmeijer, die als wetenschapper in 1998 constateerde dat de politieke vervlechting tussen regering en parlement eigenlijk een duas politica oplevert. Die gedachte is nu wegens succes verminderd: op het NJBlog constateert Brenninkmeijer nu een unitas politica. De countervailing powers zoals rechterlijke macht, Raad van State, Rekenkamer enz. leggen steeds minder politiek gewicht in de schaal en worden steeds makkelijker gepasseerd. Dat zuigt het idee achter de machtenscheiding weg en luidt dus de komst van de Sterke Man in.

Ter adstructie van zijn stelling komt Brenninkmeijer met een lang citaat van Minister Donner dat hierin uitmondt: ‘de behartiging van nationale belangen is dan meer gediend met eenheid van besluitvorming en niet van scheiding, slagvaardigheid en ook in zekere mate een beperkte openheid; anders laat men zich immers op voorhand in de kaarten kijken.’ Donner heeft het daarbij niet over de formalisering van de Donner-dynastie, maar over de gevolgen van de internationalisering voor nationale constitutionele arrangementen. Voor Brenninkmeijer in ieder geval voldoende om de alarmklok te luiden.

Maar Brenninkmeijer is inmiddels ook de Nationale Ombudsman. Dat plaatst tenminste één opmerking in een ander daglicht, namelijk dat ‘een minister en een enkel partijlid uit het centrum van de macht [zich] verwaardigen zich om een “terug in je hok gesprek” met mij aan te gaan.’ De Ombudsman zelf wordt dus door de mangel gehaald. Op zichzelf is dat niet opmerkelijk. Je kunt je niet met van alles bemoeien en dan verwachten dat de loper voor je uitgerold wordt.

Wel opmerkelijk is dat ‘partijlid uit het centrum van de macht’. De verstorende werking van politieke verbanden kan de Trias serieus bedreigen. Wie zou zich voor zoiets lenen? Een politiek assistent? Een mastodont? Daarover willen we graag helderheid. Hier hebben we niet zo veel aan zo. Uit het hok ermee, Ombudsman!

Foto: fotomatty2009

{ 5 reacties… read them below or add one }

1 JAdB 24/01/2012 om 11:45

Goeie foto.

2 WJLH 24/01/2012 om 14:18

De uitspraak van Donner waar de Ombudsman – terecht – op aansloeg is uit zijn lezing op 25 augustus 2011 tijdens de Zomerconferentie ‘Bouwen aan vertrouwen. Krakende pijlers van onze democratische rechtsstaat’ van het Montesquieu Instituut. Helaas is deze toespraak niet op de website van het Montesquieu Instituut gepubliceerd, maar zij is daar wel te beluisteren als podcast. Een deel van die toespraak heb ik getranscribeerd:
‘De discussie over die vragen en die problematiek [hoe de eurozone bestuurd moet worden en wie de bewakers van de bewakers van de afspraken moeten zijn] wordt bemoeilijkt omdat we onwillekeurig teruggrijpen op inzichten en concepten van staatsinrichting zoals die eertijds bij de vorming van nationale staten zijn gehanteerd. Daardoor wordt iedere discussie al gauw gezogen in een discussie over de overdracht van bevoegdheden, de vorming van politiek en macht en van Europese staatsvorming en daarmee wordt het probleem ook vrijwel onoplosbaar. Het miskent dat de ideeën en uitgangspunten over verdeling van macht zoals die van Montesquieu geschreven werden in een gesloten systeem en voor een gesloten systeem, wat de staten van Europa op dat moment nog in sterke mate waren. Binnen een gesloten systeem is het logisch om, in het belang van de vrijheid van de burgers, overheidsmachten te onderscheiden en te scheiden, om macht te beperken met tegenmacht en om draagvlak voor verplichtingen te kweken door publiek debat. Maar in een open internationaal systeem waarin meerdere landen onderling afspraken maken en gemeenschappelijke belangen behartigen, vergt de bescherming van de vrijheid van burgers andere uitgangspunten: dan is de behartiging van nationale belangen meer gediend met eenheid van besluitvorming en niet van scheiding ervan, van slagvaardigheid en ook in zekere mate van een beperkte openheid omdat men anders zich op voorhand in de kaarten laat kijken. Dus dat bepaalt ook het debat daarover. Evenzo zijn de uitgangspunten van handhaving en bestraffing die we binnen de staat hanteren in het belang van de vrijheid van de burger in het internationale verkeer minder bruikbaar. Binnen het nationale rechtssysteem hebben we de handhaving en bestraffing omgeven met waarborgen, overleg en nadere besluitvorming teneinde de vrijheid van burgers jegens de staat te beschermen. Maar in het internationale verkeer leiden diezelfde waarborgen, overleg en nadere besluitvorming er doorgaans toe dat er níet wordt gehandhaafd, want in het internationale verkeer vergt handhaving van afspraken automatische terugkoppelingsmechanismen, sancties die onmiddellijk werken en beperkingen die onmiddellijk in werking worden gesteld. Waar die ontbreken, zal de naleving van afspraken áltijd een kwestie zijn van onderlinge krachtsverhoudingen tussen staten en de bereidheid zo nodig daartussen geweld te gebruiken. In de discussie over deze problematiek maakt men zich er doorgaans te eenvoudig van af door de oplossing te zoeken in institutionele arrangementen die aan de nationale staatsinrichting zijn ontleend. Dat miskent dat zelfs kleine staten nu al tegen de grenzen oplopen van regionale, culturele en politieke diversiteit. De Belgen zijn er [sic] nu al langer dan een jaar niet in staat gebleken om juist om die reden een nationale regering te vormen en in het licht van die praktijk – en voor alle duidelijkheid, België is zeker niet het enige land dat daarmee geconfronteerd wordt – is het erg kortzichtig om te verwachten dat dergelijke problemen zich op een schaal van Europa eenvoudig laat oplossen. Overigens maken tegenstanders van bovennationale oplossingen zich er niet minder eenvoudig van af met argumenten van overdracht van soevereiniteit en bevoegdheden, want de discussie waarin we nu verzeild zijn geraakt gaat niet over de overdracht van nationale bevoegdheden en macht, maar over het gezamenlijk terugwinnen van controle en invloed op ontwikkelingen waar we ieder afzonderlijk al lang de greep op verloren hebben. (…) Een hedendaagse Montesquieu zou zich naar mijn overtuiging dan ook minder richten op de bestudering van vraagstukken van bestuur en staat als wel op de vraagstukken en problemen van bestuur en regering van een internationale samenleving en die lossen we niet op door te doen alsof de internationale samenleving gezien kan worden als een nationale samenleving in het groot om vervolgens de gebruikelijke concepten en instituties daar op los te laten.’

3 HK 25/01/2012 om 10:39
4 a.zecha 27/01/2012 om 17:16

Honger naar meer macht (en geld) in een democratische setting verglijdt m.i. naar dictatuur van (alle) politieke partijen door middel van “framing” van oorspronkelijke democratische uitgangspunten (b.v. door ver- en gekleurde uitspraken van ministers en/of parlementariërs) met de hulp van media.
Alsmede door collaboratie van de in oorsprong democratische controlerende instituties bij al dan niet bewijsbare belangenverstrengelingen tussen hun bestuurders met politieke machthebbers en kapitaalkrachtige vrije-markt-deelnemers.
Op bijna alle terreinen van des burgers bestaan is de nationalistische (en dictatoriale) machtsuitoefening pijnlijk voelbaar.
De Nederlandse rechters worden enige tijd systematisch belaagd (o.m. door media-framing zoals in het verleden gebeurde met beroepsgroepen en nu gebeurt met bepaalde Nederlandse bevolkingsgroepen).
Citaat uit het NJB van 20-01-2012 op pag. 176 van de Ombudsman: “Zijn wij van een trias politica via een duo politica op weg naar een unitas politica?” is m.i. de zoveelste “voorzichtige” vraag die voor goede verstaanders aan duidelijkheid weinig te wensen overlaat en waar onderhaving artikel naar verwijst.
a.zecha

5 a.zecha 03/02/2012 om 16:12

Een tweede bemerking.
Donner heeft in zijn lezing op 25 augustus 2011 zijn toehoorders verbaal vergast op zijn politieke bestuurlijke visie.
Een van de fundamenten waarop het gebouw van de Nederlandse “democratie” rustte was de trias politica.
Volgens Donner zou het gebouw te zwaar geworden zijn voor deze drie democratische peilers.
M.i. is deze uitspraak een voorbeeld van politieke verbale media “framing” vermits sinds 1940 het land gaandeweg toenemend met decretoire wetten (i.e. AMvB’s) wordt bestuurd en er toenemend sprake is van een duas politica
Verzwegen wordt (i.e. “framing”) dat een essentiële peiler van de democratie systematisch werd gesloopt door de wetgevende en bestuurlijke machten in onderlinge samenwerking.

De politieke partijvertegenwoordigers in het parlement halen veel uit de kast met goed betaalde adviseurs om hun persoonlijke politieke ambities te verwezenlijken; met de verkregen subsidies uit publieke gelden en met (on)bekende donaties worden deze betaald.
De bestuurlijke macht heeft de beschikking over grote scharen ambtenaren en de op “vrije markt” werkzame fors betaalde adviseurs die worden gefinancierd uit publieke middelen.
Minister Donner heeft (opvallend of selectief?) snel voorbereidende wettelijke maatregelen getroffen om de toegang tot de rechter, advocaten en tot de Wet Openbaarheid van Bestuur voor burgers te bemoeilijken.
In dit licht is Donners boodschap dat vooral de burgers “hun eigen verantwoordelijkheid” moeten nemen m.i. een ander voorbeeld van politieke verbale media “framing”.
a.zecha

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: