Turbospoedappel levert niks nakkes nada op

door CM op 27/12/2016

in Haagse vierkante kilometer, Rechtspraak

Post image for Turbospoedappel levert niks nakkes nada op

De ambtenarencentrales hebben het turbospoedappel in hun zaak tegen de Staat over het wetsvoorstel normalisering rechtspositie ambtenaren dik verloren. Net als eerder de voorzieningenrechter, weigert ook het hof de Staat een bevel te geven het genoemde wetsvoorstel niet te bekrachtigen voordat overleg in de zin van de Regeling overleg Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid (ROP-regeling) heeft plaatsgevonden. De motivering van het hof is wel een stuk principiëler.

Het wetsvoorstel in kwestie is een initiatiefwetsvoorstel uit de koker van CDA en D66. Het maakt – kort gezegd – van ambtenaren gewone werknemers: hun rechtspositie wordt ‘genormaliseerd’. De ambtenarencentrales meenden dat uit een thans nog geldende algemene maatregel van bestuur – de genoemde ROP-regeling – voortvloeit dat de minister van Binnenlandse Zaken eerst op overeenstemming gericht overleg moet voeren voordat hij iets ten aanzien van het wetsvoorstel kan ondernemen (bijvoorbeeld zorg dragen voor contraseignering). Half november wees de voorzieningenrechter al alle eisen van de centrales af, met als motivering dat de ROP-regeling alleen ziet op wetsvoorstellen van de regering. Hier ging het echter om een initiatiefwetsvoorstel.

Het hof bekrachtigt de uitspraak van de voorzieningenrechter, maar pakt de motivering toch anders aan. Het gaat eerst in op het verst strekkende verweer van de Staat, namelijk dat de rechter niet mag ingrijpen in het wetgevingsproces. Volgens het hof heeft de Staat hier gelijk:

“2.3 De Ambtenarencentrales voeren aan dat ingrijpen in het wetgevingsproces geen bezwaar ontmoet indien, zoals in dit geval, niet een inhoudelijke toetsing van het wetsvoorstel of een wetgevingsbevel wordt gevorderd. Dit argument gaat niet op. Ook in de door de Ambtenarencentrales bedoelde gevallen behoort het niet tot de taak van de rechter in te grijpen in het proces van totstandkoming van een formele wet. Indien (slechts) wordt aangevoerd dat de procedure die tot een formele wet moet leiden in strijd met het recht is, is het de rechter evenmin toegestaan in het wetgevingstraject in te grijpen (HR 19 november 1999, NJ 2000, 160).”

Het hof weigert de door de centrales bedachte uitzondering te aanvaarden, te weten dat ingrijpen wel mag “indien sprake is van een onrechtmatigheid van een zeker gewicht die gemakkelijk is vast te stellen”. Of zo’n uitzondering wel moet worden aanvaard als onderdelen van het wetsvoorstel in strijd zijn met rechtstreeks werkende verdragsbepalingen, laat het hof in het midden. Strijd met zulke bepalingen was gesteld nog gebleken.

De uitspraak van de Hoge Raad uit 1999, waarnaar het hof verwijst, is natuurlijk het notoire Tegelen-arrest. Dat arrest, en met name de motivering ervan, liggen nog wel eens onder vuur, maar de strekking ervan staat nog altijd als een huis: de rechter mengt zich niet in het wetgevingsproces, regering en Staten-Generaal moeten daar zelf de inhoudelijke en procedurele geschillen oplossen. Pas als de wet in het Staatsblad staat, kan de rechter binnen de grenzen van het recht (bijvoorbeeld artikel 120 Grondwet) eventueel actie ondernemen. Dat is misschien niet altijd even bevredigend, duidelijk is het wel.

Desgewenst kunnen de ambtenarencentrales nog in (ultramegaspoed?)cassatie gaan, maar het is heel waarschijnlijk dat dat opnieuw niets gaat opleveren, behalve dan wederom een veroordeling in de proceskosten.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: