Turkey v. Banana Republic

door TDG op 15/03/2017

in Buitenland, Decentralisatie, Grondrechten, Haagse vierkante kilometer

Post image for Turkey v. Banana Republic

Gelieve geen Turkse ministers hierheen te zenden om campagne te voeren voor het Turkse referendum, aldus de Nederlandse regering. Dat riekt naar censuur, en dat vindt Erdogan ook. Daarom dreigt hij nu met een gang naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Of zo’n klacht kansrijk is, hangt onder andere af van het antwoord op de vraag of de maatregelen die de Nederlandse autoriteiten namen tegen de Turkse ministers überhaupt een beperking van de vrijheid van meningsuiting opleveren. En die vraag moet ontkennend worden beantwoord.

Maatregel 1: de noodbevelen van de burgemeester van Rotterdam

Burgemeester Aboutaleb kondigde twee noodbevelen af omdat er, volgens hem, concrete aanwijzingen waren dat er een grote groep mensen naar het gebied rond de ambtswoning van de Turkse consul zou gaan om de Turkse Minister van Buitenlandse Zaken te horen spreken. Terwijl de gesprekken tussen de minister en de Nederlandse regering over de voorwaarden waaronder de minister naar Nederland kon komen nog in volle gang waren, werd op sociale media al oproepen om massaal naar het huis van de consul te komen, en begonnen groepen mensen zich al snel op te houden in de nabijheid van de ambtswoning.

De burgemeester baseerde zijn bevoegdheid op artikel 175 Gemeentewet. Kort gezegd kwam het bevel erop neer dat het verboden was aanwezig te zijn in de aangewezen gebieden voor een ieder die door o.a. gedrag, uitlatingen en kleding ‘aanleiding geeft tot het redelijke vermoeden dat hij of zij zal deelnemen aan wanordelijkheden of verstoringen van de openbare orde’. De burgemeester kan een dergelijk bevel onder andere geven als er ernstige vrees bestaat voor wanordelijkheden of oproerige bewegingen.

In hoeverre probeerde de burgemeester met deze noodbevelen de Turkse ministers het zwijgen op te leggen? Wie de tekst van de noodbevelen leest, moet concluderen dat een dergelijk motief geen rol heeft gespeeld. De bevelen waren een reactie op de directe aanwijzingen op sociale media dat grote groepen mensen naar het huis van de consul zouden komen. De burgemeester mocht, zeker gezien zijn beoordelingsruimte bij het nemen van dit soort beslissingen, afgaan op de rapportages van de NCTV en de gemeente Rotterdam waarin (blijkbaar) werd aangegeven dat het risico op het ontstaan van wanordelijkheden reëel was.

Maatregel 2: het verwijderen van minister Kaya uit verboden gebied

Vanaf het afkondigen van de noodbevelen was het voor iedereen die ervan blijk gaf te willen deelnemen aan de Turkse bijeenkomst bij het huis van de consul, verboden daar te zijn. Een willekeurige Turks-Nederlandse man met een grote Turkse vlag boven zijn hoofd kon dus, op grond van het noodbevel, uit het gebied worden verwijderd. Desondanks liet de Turkse Minister van Familiezaken Kaya zich rustig het gebied binnenrijden. Maar als de aanwezigheid van één persoon wel aanleiding geeft tot het redelijke vermoeden van deelname aan wanordelijkheden, dan is het wel de persoon waarvoor iedereen is gekomen: een Turkse minister. Kaya bevond zich op dat moment simpelweg in verboden gebied, hetgeen voldoende grond is om haar uit dat gebied te verwijderen op basis van het geldende noodbevel. Dit heeft niets te maken met de boodschap die zij voornemens was over te brengen.

Maatregel 3: ongewenstverklaring en uitzetten van minister Kaya

Op grond van artikel 67 lid 1 onder c van de Vreemdelingenwet kan een vreemdeling ongewenst worden verklaard indien hij een gevaar vormt voor de openbare orde. Minister Kaya, die zich rücksichtslos een voor haar verboden gebied liet binnenrijden, toonde zelf aan dat ze op dat moment een gevaar voor de openbare orde was. Opnieuw is het verhaal dat ze wilde houden niet relevant: ze gedroeg zich in strijd met een op dat moment geldend – en geldig – noodbevel. Vervolgens heeft een vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft, de plicht om Nederland binnen een bepaalde termijn te verlaten (artikel 61 lid 1 Vreemdelingenwet). Die termijn kan worden verkort naar ‘onmiddellijk’ indien de vreemdeling – u raadt het al – een gevaar vormt voor de openbare orde.

Maatregel 4: intrekken van de landingsrechten van Minister Cavusoglu

De meeste vraagtekens hangen rond het intrekken van de landingsrechten voor het toestel waarmee de Turkse Minister van Buitenlandse Zaken Cavusoglu naar Nederland vloog. We weten in ieder geval dat hij besloot op het vliegtuig te stappen terwijl de onderhandelingen over de voorwaarden waaronder hij naar Nederland kon komen en hier kon spreken, nog aan de gang waren. Door zelfstandig te besluiten alsnog naar Nederland te vliegen, stelde hij de Nederlandse autoriteiten voor een voldongen feit: hij zou hoe dan ook komen.

Welk juridisch kader van toepassing is op het intrekken van landingsrechten voor overheidsvluchten is (mij) niet bekend. Volgens verklaringen van onder andere premier Rutte kon hiertoe worden overgegaan omdat ook Cavusoglu een gevaar vormde voor de openbare orde. Dat is ook wel voor te stellen: er was al vrees voor ordeverstoringen in Rotterdam (vandaar het noodbevel), en de Nederlandse regering was nog in overleg over de manier waarop de komst van de Turkse Minister kon worden gefaciliteerd zonder dat men bang hoefde te zijn voor wanordelijkheden. En plotseling ziet het ernaar uit dat die zelfde Turkse Minister zich weinig aantrekt van de pogingen van de Nederlandse regering om tot een passende oplossing te komen, en onder zijn eigen voorwaarden spreektijd komt claimen. Het lijkt me duidelijk dat wanordelijkheden het best kunnen worden voorkomen als de Nederlandse autoriteiten enige vorm van controle houden over wie waar en wanneer honderden mensen komt toespreken. En dat is precies wat deze Turkse Minister hen ontnam.

Er is, kortom, bij al deze maatregelen geen directe link tussen de maatregel en de voorgenomen meningsuitingen door de ministers. Hoewel de Nederlandse regering eerst nog liet weten dat de inhoud van de boodschap (campagne voeren voor het referendum) hen niet beviel, lijken de uiteindelijk genomen maatregelen vooral te zijn ingegeven door vrees voor ordeverstoringen. En die vrees lijkt mij bij elke maatregel gegrond.

Dan blijft de vraag over of de Nederlandse autoriteiten niet meer hadden moeten doen om het de Turkse ministers mogelijk te maken van het recht op vrijheid van meningsuiting gebruik te maken. Inderdaad wordt wel aangenomen dat een overheid onder het recht op vrijheid van meningsuiting soms een inspanningsverplichting heeft om bepaalde uitlatingen te faciliteren. Toch blijft vooral het beeld hangen dat de Turken zichzelf hier keer op keer in de voet schieten. De Nederlandse regering probeert via onderhandelingen naarstig een passende oplossing te vinden zodat de Turkse minister hier alsnog kan spreken, maar ondertussen rijdt mevrouw Kaya een gebied binnen waar een noodbevel van kracht is, en slaat meneer Cavusoglu alle onderhandelingspogingen in de wind en stapt op het vliegtuig richting Nederland. Zou die inspanningsverplichting echt zo ver gaan dat de Nederlandse overheid het moet tolereren dat een Turkse minister openbare ordevoorschriften negeert en dat een Turks overheidsvliegtuig een andere Turkse minister komt afleveren die volledig onder zijn eigen voorwaarden spreektijd eist, en dat alles onder de vlag van de vrijheid van meningsuiting? Ik denk zomaar van niet.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 Jorick van Erp 15/03/2017 om 14:01

Hierboven heeft u sowieso de meest kansrijke verdediging geschetst van het Nederlandse optreden, maar zou het niet ook interessant zijn om te kijken of hier van de kant van de Turkse minister evt sprake was van misbruik van het recht op vrijheid van meningsuiting? Het meest gehoorde argument van politici was immers dat wij niemand hoeven helpen elders de democratie af te schaffen. In zekere zin is dit dan ook een zuiverder lijn van argumentatie, dit is waar het echt wringt immers.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: