Tussenstand van de Staatscommissie Grondwet

door GB op 11/03/2010

in Grondrechten, Haagse vierkante kilometer

De staatscommissie Grondwet publiceerde in februari een tussenstand op hun site. De highlights: de ‘betekenis van de Grondwet’ wordt vooral juridisch ingevuld met ‘betere rechtsbescherming van de burger, betere toegankelijkheid van de grondrechten, en wellicht [met] het vervallen van het rechterlijk toetsingsverbod.’ Met deze juridische benadering viel al te verwachten dat een preambule het niet gaat halen. En dat klopt: ‘de veronderstellingen over het effect [hebben] onvoldoende feitelijke grondslag.’ Wel is de commissie gecharmeerd van een hoofdstuk ‘Algemene Bepalingen’ waarin wordt vastgelegd dat Nederland een democratische rechtsstaat is en dat ook ten onzent menselijke waardigheid hoog in het vaandel staat. Dat klinkt allemaal erg Duits. Maar anders dan in Duitsland is de commissie niet meteen van mening dat we nationale constitutionele beginselen moeten gaan beschermen tegen internationale besluitvorming.

De commissie heeft als uitgangspunt genomen dat de burger zijn grondrechten in de eigen Grondwet moet kunnen vinden. Dat levert een advies op om een aantal grondrechten die nu meer steunen op Europese documenten in de nationale grondwet over te planten/de nationale Grondwet aan te vullen. Recht op een eerlijk proces en toegang tot de rechter, (artikel 5 en 6 EVRM) wellicht een recht op leven (artikel 2 EVRM) en een verbod op marteling (artikel 3 EVRM) en mogelijk famlily life (artikel 8 EVRM), een recht om te huwen (artikel 12 EVRM) en een algemeen recht op vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM). En ook de beperkingssystematiek moet in Europese richting worden aangevuld: niet alleen formele beperkingsmogelijkheden (‘bij wet’) maar ook materiele (‘noodzakelijk in een democratische samenleving’) in de Grondwet.

Al met al lijkt het erop alsof ook Nederland geadviseerd wordt om aan te sluiten bij de internationale ‘bringing human rights home’ beweging, die in het Verenigd Koninkrijk al tot de Human Rights Act geleid heeft. Dat gaat ons dan wel onze opvallende positie in de Comparative Constitutional Law kosten. Mark Tushnet wijdt in zijn boek Weak Courts Strong Rights bijvoorbeeld nog tenminste een noot aan ons systeem bij het beschrijven van algemene tendenzen: ‘I note here, to put aside for the remainder of my discussion, the possibility that a system designer might rely on some supranational body to enforce limitations on democratic selfgovernance similar to those embedded in a nation’s constitution. The best example of which I am aware is the Constitution of the Netherlands.’

Een gidsland moet altijd oppassen niet zelf een bezienswaardigheid te worden.

{ 5 reacties… read them below or add one }

1 JU 11/03/2010 om 12:41

Of we bij ons grondwettelijk stelsel werkelijk van een’system designer’ mogen spreken, zoals Tushnet kennelijk veronderstelt, is dan nog wel de vraag. Alsof de grondwetgever in de vijftiger jaren echt heeft gedacht dat hij rechterlijke bescherming van grondwettelijke rechten beter kon laten voor wat het was omdat hij net het EVRM binnen had gehaald en daardan maar beter artikel 94 Gw bij kon gaan zitten schrijven…

2 JU 11/03/2010 om 12:49

Overigens houden wij natuurlijk in Comparative Constitutional LawLand wel nog onze uitzonderingspositie waar het gaat om ons zogenaamde ‘megamonisme’. Ik ken geen andere landen waar het internationale recht zelfs voorrang heeft op de Grondwet.

3 PWdH 12/03/2010 om 06:09

En omgekeerd, dat Nederland de internationale rechtsorde bevordert, (toch ook iets megamonistisch, of megalomaans) levert dat ook nog bijzondere vermeldingen op?

4 eli 13/03/2010 om 18:59

@2&3 Dat lijken me nou weer wel fraaie verworvenheden van een klein handelsland die het behouden waard zijn. De parlementaire betrokkenheid bij het sluiten en ratificeren van internationale verdragen zou wel steviger mogen.

5 J. Noy 14/03/2010 om 15:42

In Nederland heeft de rechter geen toetsingsrecht. Wat betekent dat? Geen toetsing van de wetten aan de Grondwet? Of toetsing van de feiten aan de wetten met uitzondering van toetsing aan de Grondwet? De rechter moet de wetten nakomen en onderhouden, volgens ambtseed. Momenteel heerst “geen toetsing van de wetten aan de Grondwet, als het zo uitkomt.” Met als gevolg absolute luchtfietserij bij wetgeving van de wetgever, de Tweede Kamer doet maar wat, adviezen van de Raad van State ten spijt. De uitvoerende macht heeft vrij spel, de rechterlijke macht is als was in de handen van de juristen bij banken, bedrijfsleven en vastgoedsector. Zie de recente voorbeelden als kredietcrisis en hypotheekmarkt.

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: