U draait en u liegt. Laster in verkiezingstijd.

door Redactie op 07/11/2010

in Buitenland

Mag een kandidaat voor het parlement tijdens de verkiezingsstrijd leugens verspreiden over de concurrentie? Mag hij sluimerende raciale spanningen aanwakkeren via valse beschuldigingen aan het adres van zijn voornaamste tegenstrever in de hoop zo de blanke, conservatieve stem voor zich te winnen? In het Verenigd Koninkrijk mag dit in elk geval niet, zo oordeelde een Britse verkiezingsrechtbank gistermiddag. Phil Woolas, minister van Immigratie in het schaduwkabinet van Ed Miliband, werd schuldig bevonden aan “illegal practices” tijdens de campagne voor de verkiezingen van eerder dit jaar. De verkiezing in zijn kiesdistrict moet nu worden overgedaan, maar dan zonder Woolas die voor drie jaar is uitgesloten van het Lagerhuis en 5000 pond plus de gerechtskosten aan het slachtoffer van zijn lastercampagne moet betalen.

De campagne die Woolas voerde was bijzonder smerig. Al vroeg had hij door dat zijn herverkiezing in het district Oldham East & Saddleworth (ten noordoosten van Manchester) een hachelijke opgave zou worden. De drie voorgaande verkiezingen had hij zijn Liberaal-Democratische opponenten steeds verslagen met 6 à 8 procent verschil, maar nu stond Labour er slecht voor in de peilingen, had Woolas enkele impopulaire besluiten genomen als minister en was ook hij verwikkeld in het bonnetjesschandaal dat de Britse politiek maandenlang in zijn greep hield. Zijn belangrijkste reden tot zorg was echter dat de Conservatieven, op afstand de derde partij in het district, een moslim naar voren hadden geschoven. Woolas schreef op 6 januari in zijn dagboek: “My chances are slim. The Tories have selected an Asian. The white Tory voter will go to the Lib Dems.” De oplossing die Woolas bedacht: de Liberaal-Democraat Elwyn Watkins moest worden zwartgemaakt. In verschillende verkiezingsfolders (zie p. 44 e.v.) werd Watkins beschuldigd van het schenden van de regels m.b.t. campagneuitgaven, van het breken van verkiezingsbeloften en van het actief solliciteren naar de steun van extremistische moslims. Niet echt een frisse strategie, al helemaal niet in een district waar in 2001 nog rassenrellen hadden plaatsgevonden en de racistische BNP ruim 10 procent van de stemmen had behaald. Woolas bleek ook aardig bedreven in het photoshoppen van plaatjes met zijn concurrent. Maar het resultaat mocht er zijn: Woolas won op 6 mei de verkiezing met 103 stemmen voorsprong.

Watkins diende een klacht in bij het Election Petitions Office van de Royal Courts of Justice op grond van de Representation of the People Act 1983. Art. 106(1) van deze wet verklaart het voor of tijdens de verkiezingen doen of publiceren van onjuiste feitelijke beweringen over het persoonlijk karakter of gedrag van een kandidaat om zo de verkiezingen te beïnvloeden tot een illegale praktijk. Volgens art. 159 is de verkiezing van een kandidaat die door een verkiezingsrechtbank schuldig wordt bevonden aan zo’n illegale praktijk, nietig. De kandidaat zal volgens art. 160 zijn zetel moeten opgeven en is drie jaar lang niet meer verkiesbaar voor het Lagerhuis. In september vond het proces plaats. Twee rechters van het High Court reisden af naar Oldham en luisterden vier dagen lang naar de bewijsvoering van beide kanten. Tijdens het proces werd Woolas door de advocaten van Watkins onderworpen aan een kruisverhoor van liefst zeven uur. Hij werd o.a. ondervraagd over het e-mailverkeer tussen hem en zijn campagneteam dat in zijn geheel als bewijs was toegelaten en waaruit een duidelijke strategie bleek (“if we don’t get the white folk angry he’s gone”, “[we must] galvanise white Sun-reading voters”).

De veroordeling van Woolas is de eerste in zijn soort sinds 99 jaar. Wel worden af en toe parlementsverkiezingen wegens ‘technicalities’ nietig verklaard. Ook is al eerder een lokale politicus veroordeeld voor het doen van onjuiste feitelijke beweringen: drie jaar geleden werd nog een gemeenteraadslid uit haar zetel gezet nadat ze een homoseksuele concurrent van pedofilie had beschuldigd. Maar een MP die op grond van ‘illegal or corrupt practices’ zijn zetel kwijtraakt, dat gebeurde al 99 jaar niet meer.

De veroordeling werd door Watkins bejubeld als een “victory for fair play, and a victory for clean politics”, terwijl Woolas juist meende dat “this decision will inevitably chill political speech”. Allebei hebben ze gelijk. In deze zaak streden verschillende mensenrechten om voorrang. De overwinning van het recht op een goede naam en het recht op eerlijke verkiezingen, betekent onvermijdelijk een inperking van het recht op vrijheid van meningsuiting.

De procesdeelnemers besteedden veel aandacht aan de mensenrechtelijke dimensie. Tijdens het proces was Woolas’ voornaamste verweer geweest dat de gewraakte publicaties geen feitelijke beweringen bevatten, maar klassieke meningsuitingen. Ook hadden zijn advocaten de rechtbank eraan herinnerd dat Woolas’ zetel hem alleen kon worden ontnomen in geval van een “pressing social need”, duidelijke verwijzingen naar de EHRM-rechtspraak m.b.t. art. 10 EVRM. Ook de rechters staan uitvoerig stil bij de vraag of een veroordeling in overeenstemming is met het EVRM (p. 9-11). Enige kritiek is wel mogelijk op hun argumentatie. Zo vatten zij de zaak op als een botsing van Woolas’ rechten onder art. 10 EVRM met de rechten van Watkins onder art. 8 EVRM en de rechten van het electoraat onder art. 3 Eerste Protocol. Die benadering lijkt mij onjuist, nu de zaak uitdraaide op het verlies van een parlementszetel. Daarmee is het niet art. 10, maar art. 3 Eerste Protocol als lex specialis waaraan Woolas bescherming kon ontlenen. Zie bijv. Lykourezos t. Griekenland en Sadak en Anderen t. Turkije (nr. 2). Ook is de argumentatie van de verkiezingsrechtbank aangaande de noodzakelijkheid van de sanctie nogal mager. Hoezo is er een ‘pressing social need’ om kiezers te beschermen tegen valse beschuldigingen over een kandidaat? Van politici, juist van politici, mag toch worden verwacht dat ze mans of vrouws genoeg zijn om zich tegen leugens te weren. En van het electoraat mag toch worden verwacht dat het verstandig genoeg is om zelf te bepalen wat waar is en wat niet. Ook de afwezigheid van vergelijkbare wetgeving in bijv. Nederland duidt op het ontbreken van een ‘pressing social need’. Als liegen in verkiezingstijd voldoende reden is voor ontheffing uit een kamerzetel, dan zouden de meeste parlementen op aarde angstig stil zijn.

Woolas heeft aangekondigd na te denken over judicial review tegen de beslissing (beroep is niet mogelijk). Maandag beslist de Speaker van het House of Commons of hierop gewacht wordt, of dat meteen een by-election wordt georganiseerd. Ook de weg naar Straatsburg staat natuurlijk open voor Woolas, inclusief de optie om te proberen via een interim measure zijn zetel voorlopig te behouden. Labour heeft in elk geval besloten Woolas per direct te schorsen. Daarmee lijkt zijn politieke carrière wel ten einde.

Schone politiek 1 – Liegende politici 0.

Of, voor de cynici onder ons: Onverkozen rechters 1 – Kiezers 0.

Rob van de Westelaken

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: