Uit de oude doos: Finsterwolde

door JAdB op 18/09/2014

in Bestuursrecht, Decentralisatie

Post image for Uit de oude doos: Finsterwolde

Dit blog is bij uitstek de plaats voor staats- en bestuursrechtelijke curiosa. Die zijn niet alleen in het heden te vinden (zoals vreemde manieren om stemmen te tellen), ook het verleden bevat een schat aan anekdotes.

De staatsrechtliefhebber kent Finsterwolde wel. Niet zozeer omdat staatsrechtliefhebbers ook graag 13e eeuwse kerken bezoeken, maar omdat de gemeente Finsterwolde ons het laatste voorbeeld (1951) van wettelijk ingrijpen bij taakverwaarlozing biedt.

Wat was er aan de hand?

Nederland kent als gedecentraliseerde eenheidsstaat gemeenten die hun autonome taken naar goedvinden kunnen invullen. Men spreekt wel van de “open huishouding” van gemeenten. De vrijheid van gemeenten is evenwel niet onbegrensd. Zo mogen gemeenten niet in strijd met het recht handelen. Ook het verwaarlozen van de autonome taak is niet toegestaan.  Doen zij dat wel, dan schrijft de Grondwet voor dat de wetgever kan ingrijpen door middel van een wet in formele zin (art. 132, vijfde lid Grondwet). In Finsterwolde was sprake van dergelijke taakverwaarlozing, zodat de wetgever ingreep.

De wet waarmee dat gebeurde liegt er niet om. O.a. treffen we daarin aan:

Aan de burgemeester der gemeente Finsterwolde behoort met betrekking tot de regeling en het bestuur van de huishouding der gemeente alle bevoegdheid, welke in de gemeentewet of enige andere wet aan de raad of aan burgemeester en wethouders is opgedragen.

en:

De raad der gemeente Finsterwolde komt niet in vergadering bijeen.

Vanwaar deze paardemiddelen? De memorie van toelichting geeft het antwoord. In Finsterwolde was een communistische wind gaan waaien, waardoor “bij het getroffen deel der bevolking der gemeente het gevoel heerst van te leven in een staat van volslagen rechteloosheid”. Van die rechteloosheid geeft de regering wat voorbeelden. Zo werden in strijd met de geldende voorschriften uitkeringen verleend aan stakers. De Kroon greep in door middel van een schorsingsbesluit, maar de betreffende wethouder was daarvan niet onder de indruk: hij wilde onder de radar de gelden toch uitkeren en oefende daartoe ongeoorloofde druk uit op de secretaris-penningmeester van de gemeentelijke instelling van sociale zaken – de wethouder zou bepaalde besluiten gaan saboteren als de secretaris niet tot uitkering zou overgaan. De penningmeester is vervolgens ontslagen.

Ontslag werd ook verleend aan een ambtenaar, belast met werkloosheidszorg, die zijn lidmaatschap van de partij had opgezegd (“dit zij terloops opgemerkt”, maar ik vermoed niet terloops bedoeld). De achterliggende reden bleek te zijn dat deze ambtenaar onvoldoende plooibaar was. Hij werd vervangen door een, volgens de regering duidelijk wel plooibare persoon: een vrouw van 22 jaar, “van wie kan worden verwacht, dat zij alle haar van de zijde der partij gegeven opdrachten zonder aarzeling zal uitvoeren”. Weer greep de Kroon in door middel van het schorsingsinstrument.

Ten slotte wees de regering er nog op dat ook fraude met uitkeringen werd gestimuleerd door de betreffende communistische wethouder. Geconstateerde fraudegevallen mochten niet worden aangepakt. De ambtenaar die daarmee belast was, werd ontslagen.

College en raad van Finsterwolde gaven daarmee blijk van”stelselmatige negatie van de beginselen van objectiviteit, eerbied voor de menselijke persoonlijkheid, loyaliteit tegenover de minderheid.” Burgemeester Tuin, daarentegen, was een rots in de branding, een eenzame held die dapper standhield: de regering roemt zijn koelbloedig en beleidvol optreden expliciet in de memorie van toelichting, hetgeen meteen de overdracht van de bevoegdheden van raad en college aan de burgemeester verklaart.

Conclusie: “Bij een ziekteproces als zich in staatkundige zin in Finsterwolde vertoont, kan alleen een radicaal ingrijpen uitkomst bieden.” Aldus geschiedde.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: