Uitingsvrijheid voor de Staat

door JU op 04/01/2010

in Grondrechten, Rechtspraak

Kan de de Staat zich beroepen op grondrechten? Kon minister Van der Laan op vragen van de PVV over de kosten van allochtonen niet gewoon antwoorden met een beroep op de persoonlijke levenssfeer van de regering? Of zich met een beroep op het folterverbod van artikel 3 EVRM onttrekken aan de inmiddels dodelijk saaie bijdragen van Kamerlid Sietse Fritsma? Naar die man moeten luisteren, soms uren achtereen, dat is toch een onmenselijke behandeling? Of zijn grondrechten er niet voor de overheid?

De Haagse voorzieningenrechter meende recent van wel. Hij had te oordelen over een uitspraak van Staatssecretaris De Jager van Financiën in De Wereld Draait Door. Die beschuldigde een advocaat ervan dat deze zijn cliënten adviseert de wet te blijven overtreden. De man nam dat niet en eist in kort geding rectificatie. De uitlating klopt volgens hem niet en is daarom onrechtmatig. Hij had in de krant gezegd dat hij meer informatie nodig had om te beoordelen of zijn cliënten de belastingdienst vrijwillig openheid van zaken zouden moeten geven over hun zwartgespaarde centen. De Jager concludeerde dat meneer ‘zwartspaarders adviseert in sommige gevallen om gewoon illegaal te blijven werken’.

De voorzieningenrechter ziet hier een botsing van grondrechten, namelijk het recht van de advocaat om niet in zijn eer en goede naam te worden aangetast (artikel 8 EVRM), versus het uitingsrecht van de staatssecretaris (artikel 10 EVRM). Hij maakt vervolgens een afweging die in het nadeel van de staatssecretaris uitvalt: deze trekt te snel conclusies uit het krantenbericht.

Dat beroep van de Staat op artikel 10 EVRM valt op. De rechter noemt het belang van het publiek om geïnformeerd te worden. Misschien dat de verwijzing naar artikel 10 EVRM dus moet worden gezien als een beroep op de vrijheid van burgers om informatie te ontvangen, dat ligt immers ook in artikel 10 EVRM besloten? Maar nee, het vonnis spreekt expliciet van de vrijheid van meningsuiting van de staatssecretaris.

Het vonnis doet denken aan een arrest van de Hoge Raad in de kwestie Rost van Tonningen (NJ 1994/734). Ook destijds poneerde men dat de regering vrijheid van meningsuiting toekomt. De voorzieningenrechter van Rechtbank Den Haag leeft dus in goed gezelschap. Toch wordt dat arrest doorgaans afgedaan als een uitglijder. Zo wijst Kortmann er op dat de regering in 1993 ontkende dat de overheid drager van grondrechten is. De HR zelf overwoog eerder (NJ 1988/926) ten aanzien van een gemeente dat deze geen beroep op artikel 6 EVRM toekwam, nu het EVRM beoogt de burger tegen de overheid te beschermen. Daar valt wel wat voor te zeggen. Vanuit het perspectief van het EVRM doet het wat koddig aan als de Nederlandse Staat in Straatsburg klaagt omtrent een schending van een conventierecht jegens zichzelf. Het is bovendien de vraag of een beroep op de uitingsvrijheid voor de overheid nodig is. Waar het in wezen op neerkomt is dat de staatssecretaris het publiek informeert. Niet omdat dat zijn mensenrecht is, maar omdat dat zijn plicht als bestuurder is. Bij het uitvoeren van die plicht moet hij niet alleen de privacy van burgers respecteren, hij moet haar tevens zorgvuldig en correct uitvoeren. Volgens de voorzieningenrechter heeft hij dat in dit geval niet gedaan. Dáárom, en niet omdat hij de grenzen van zijn uitingsvrijheid heeft overschreden, handelde hij onrechtmatig.

{ 2 reacties… read them below or add one }

1 Anonymous 04/01/2010 om 14:15

Een verwijzing naar de oratie van Wouter Hins, Smaad door de Staat, zou op zijn plaats zijn.

http://www.publiekrechtenpolitiek.nl/wordpress/2009/08/14/boekreview-smaad-door-de-staat/

2 JU 04/01/2010 om 15:32

Zeker, glad vergeten. Foutje bedankt!

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: