Update ministerraad 13 juli 2012 en wekelijkse Eerste Kamer watch

door Redactie op 15/07/2012

in Haagse vierkante kilometer, Uncategorized

Post image for Update ministerraad 13 juli 2012 en wekelijkse Eerste Kamer watch

De laatste ministerraad voor de zomerstop was een rijksministerraad. Geflankeerd door minister Spies van Binnenlandse Zaken en – in dit verband zeer relevant – Koninkrijksrelaties berichtte premier Mark Rutte dat het een bijzondere rijksministerraad was geworden. Naast de gebruikelijke gevolmachtigde ministers waren namelijk ook de premiers van de landen Curaçao, Aruba en Sint Maarten aanwezig (die overigens ingevolge artikel 10 Statuut slechts een raadgevende stem hebben). Daarmee gaven alle premiers van het Koninkrijk zoals dat sinds 10-10-10 bestaat acte de présence. Veel reden voor vrolijkheid was er echter niet, want de rijksministerraad concludeerde dat er voldoende reden was om de regering van Curaçao een aanwijzing te geven haar begroting voor 2012 op orde te brengen. De rijksministerraad volgt hiermee een unaniem advies van het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten. Curaçao staat voor een ombuiging van 153 miljoen Antilliaanse gulden, wat omgerekend neerkomt op zo’n 69,5 miljoen euro. Gelet op de ombuigingen in Nederland lijkt dat mee te vallen, maar voor een land met nog geen 150.000 inwoners en een begrotingstekort van 9% van het BBP gaat het om een zeer aanzienlijk bedrag.

De aanwijzing is gebaseerd op de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten. Dit is een zogenaamde “consensusrijkswet” (zie artikel 38 Statuut) waarmee destijds de Nederland en de Nederlands-Antilliaanse regering, alsmede de bestuurscolleges van Curaçao en Sint Maarten instemden. De deal was dat Nederland bij de herstructurering van het koninkrijk in 2010 de schulden van de (op te heffen) Nederlandse Antillen zou saneren, in ruil waarvoor de nieuwe landen Curaçao en Sint Maarten financieel toezicht vanuit Nederland zouden accepteren. De Rijkswet financieel toezicht stelt een onafhankelijk College financieel toezicht in (waarin ook Curaçao en Sint Maarten vertegenwoordigd zijn). Stelt dit college vast dat een begroting niet aan de normen van de wet voldoet, dan kan de rijksministerraad concluderen tot het geven van een aanwijzing aan de betrokken regering om alsnog aan die normen te voldoen. Die aanwijzing moet nog wel even in de vorm van een koninklijk besluit worden gegoten (artikel 13 Rijkswet financieel toezicht).

Is er dan nog een vorm van beroep mogelijk? Jazeker, artikel 26 van de Rijkswet diept uit de oude doos het bijna vergeten Kroonberoep op, hierbij uiteraard niet gehinderd door artikel 6 EVRM (het gaat immers om geschillen tussen besturen). Een ontwerpbesluit ter beslissing op het beroep wordt opgesteld door de Raad van State van het Koninkrijk en de mogelijkheden om ‘contrair te gaan’ zijn ingeperkt. Beroep op de bestuursrechter is met zoveel woorden uitgesloten. De Curaçaose premier Schotte heeft al aangegeven van de beroepsmogelijkheid gebruik te gaan maken. Schotte, die een wankele coalitie leidt waarin ook de soms met Wilders vergeleken Helmin Wiels een rol speelt, wil sowieso van het financieel toezicht (waarvoor zijn voorganger en politieke tegenstander Emily de Jongh-Elhage destijds tekende) af. De kans dat Nederland daarmee akkoord gaat is, zeker gelet op de besproken aanwijzing, echter nihil.

Omdat het de laatste ministerraad voor het zomerreces was, moest er nog een flink aantal besluiten genomen worden. De meest in het oog springende beslissing is daarbij ongetwijfeld het doorzetten van het wetsvoorstel over het inkrimpen van de beide Kamers der Staten-Generaal. De Tweede Kamer moet terug naar 100 zetels en de Eerste Kamer naar 50. Het wetsvoorstel vloeit voort uit het regeerakkoord van de al drie maanden geleden geklapte coalitie, dat kennelijk nog steeds veel overtuigingskracht voor de zittende bewindslieden bezit. De Raad van State is in elk geval niet overtuigd, want die heeft het voorstel afgekeurd. Het is sterk de vraag of er nog iemand op het voorstel zit te wachten. Het CDA lijkt niet enthousiast te zijn over de proef met minder bewindslieden en zal dus waarschijnlijk dit het inkrimpingsvoorstel ook niet meer steunen. Een tweederde meerderheid – vereist in een al niet aannemelijke tweede lezing – lijkt al helemaal een illusie.

De Eerste Kamer moest nog even flink vergaderen voordat zij met reces mocht. De voorstellen die nog ter afhandeling voorlagen waren namelijk niet de minste. Uit het Begrotingsakkoord vloeiden voort het voorstel tot afschaffing van de mobiliteitsbonus 55+ en een groot aantal fiscale maatregelen, waaronder verhoging van de BTW, een crisisheffing voor topinkomens en permanente verlaging van de overdrachtsbelasting. Gerelateerd aan het Begrotingsakkoord was de Wet bankenbelasting, die jaarlijks 600 miljoen euro moet gaan opleveren, en verhoging van het eigen risico voor de zorgverzekering. De Senaat ging schoorvoetend akkoord met het wetsvoorstel nationale politie. Schoorvoetend, omdat het wetsvoorstel waarmee de senatoren geacht werden in te stemmen verre van perfect is en de minister maar liefst elf wijzigingsvoorstellen heeft aangekondigd. Die heeft de Senaat nog niet gezien (althans, nog niet in de vorm van een wetsvoorstel dat door de Tweede Kamer is aanvaard), maar hij werd wel alvast geacht bij het kruisje te tekenen voor een voorstel dat op onderdelen als brandhout wordt gezien. Bijna de voltallige oppositie (met uitzondering van de ChristenUnie) weigerde dat te doen, hoewel zeker voorstander van een nationale politie.

Pièce de résistance van afgelopen dinsdag was natuurlijk de instemming die de Eerste Kamer hechtte aan het wetsvoorstel tot stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd tot 66 in 2019 en 67 in 2023. Na dat jaar wordt de leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Het kan soms raar lopen met belangrijke dossiers. De Algemene Ouderdomswet dateert van 31 mei 1956 en ging per 1 januari 1957 in. De wet stelde de AOW-leeftijd vast op 65 jaar en ondanks aanhoudende en vaak felle discussies en betogen om die leeftijd te verhogen leek de 56 jaar geleden vastgestelde leeftijd in steen gebeiteld. De economische crisis slaagde er evenwel in veel vloeibaar te maken. Een moeizaam tot stand gekomen Pensioenakkoord tussen kabinet en sociale partners (juni 2011) werd door de Kunduz-coalitie in razend tempo terzijde geschoven en een nieuw voorstel, dat tot versnelde verhoging overgaat, werd door Tweede Kamer en Senaat gejaagd. Op 5 juni 2012 werd het relevante wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend en op 10 juli van datzelfde jaar was de hele operatie na verkregen goedkeuring van de Eerste Kamer alweer voorbij. De regering zou theoretisch bezien de bekrachtiging nog kunnen doorschuiven naar een nieuw kabinet, maar het lijkt niet waarschijnlijk dat zij dat zal doen. Evenmin lijkt het aannemelijk dat een nieuw kabinet de verhoging van de AOW-leeftijd integraal zal terugdraaien. Voor verhoging an sich bestaat een breed draagvlak.

De vraag is natuurlijk wel of in het onderhavige wetgevingsproces, waarin zo’n belangrijk en gevoelig onderwerp op de agenda stond, wel voldoende ruimte was voor zorgvuldige toetsing en afweging, vooral gelet op de gevolgen van het voorstel voor uitkeringsgerechtigden en uitvoeringsinstanties. Interessant in dit verband is dan ook dat de Eerste Kamer een motie aannam waarin zij uitsprak dat de korte tijd die beschikbaar was voor behandeling van het wetsvoorstel onwenselijk was. Zeker niet de gehele Kamer steunde deze motie: zij kreeg slechts een meerderheid door de steun van de fractie van GroenLinks. Diezelfde fractie stemde echter ook vóór het wetsvoorstel en hielp het daarmee aan een meerderheid. GroenLinks bezat daarmee de swing vote in de Senaat. Die positie moet de partij maar even koesteren, want als de peilingen doorzetten heeft de partij straks in de Tweede Kamer nog maar net zoveel zetels als in de Eerste Kamer. In het beste scenario dan, want de partij van Jolande Sap is ook al eens op drie zetels gepeild.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: