Update ministerraad 15 februari 2013 en wekelijkse Eerste Kamer watch

door Redactie op 16/02/2013

in Europa, Haagse vierkante kilometer

Post image for Update ministerraad 15 februari 2013 en wekelijkse Eerste Kamer watch

Rijksoverheid.nl geeft ons deze week een persconferentie van slechts 1:12 minuten, waarin premier Rutte alleen ingaat op het bereikte akkoord over de woningmarkt. Kennelijk is dit fragment online gezet omdat de premier daarin nog eens goed benadrukt in wat voor moeilijke situatie het kabinet verkeert: wel een comfortabele meerderheid in de Tweede Kamer, maar geen meerderheid in de Eerste. In fraaie volzinnen herhaalt de premier nog maar eens dat het kabinet zich zeer bewust is van deze precaire toestand. Het zoekt de samenwerking op alle mogelijke onderwerpen, legt overal zijn oor te luister en probeert recht te doen aan een ieders belangen. Dat kan niet altijd in de openbaarheid, dus “er zal af en toe een camera draaien voor een dichte deur waar rook onder door komt”, aldus de minister-president. Bij het Woonakkoord was dat zeker het geval. Nadat de onderhandelingen met het CDA van Bulldog Buma waren mislukt, smeedde minister Blok tamelijk verrassend – en volgens betrokkenen al half boven de gapende afgrond – toch nog een gelegenheidscoalitie met D66, ChristenUnie en SGP. Met als resultaat dat de Tweede Kamer afgelopen donderdag in kon stemmen met de (aangepaste) huurverhogingsplannen van de minister. De Eerste Kamer is nu aan zet, en interessant is te bezien hoe het CDA zich daar zal opstellen. Als voorzitter van Bouwend Nederland was EK-fractievoorzitter Elco Brinkman tamelijk positief, al noemde hij dat zelf selectief citeren. Hoe hij als senator straks zal stemmen, zullen we over enkele weken zien.

De Europese Unie was een ander belangrijk onderwerp van de laatste ministerraad. Zowel de premier als minister van Buitenlandse Zaken Timmermans lieten zich er na afloop over uit. De voornaamste boodschap uit de zogenaamde Staat van de Unie: Europa kan beter, en Nederland kan zich daarvoor inzetten, “ook uit welbegrepen eigenbelang”. Beter is in elk geval democratischer, “bijvoorbeeld door nationale parlementen meer en beter bij Europese besluitvorming te betrekken”. De term “democratisch” moet dus kennelijk vooral nationaal ingekleurd worden. Zeker sinds het Verdrag van Lissabon, dat op 1 december 2009 in werking trad, is de Europese Unie juridisch bezien democratischer dan ooit. Op wetgevend terrein, dus bij het vaststellen van richtlijnen en verordeningen, heeft het rechtstreeks door ons gekozen Europees Parlement vrijwel altijd medebeslissingsrecht. De tijd dat Europarlementariërs als goedwillende amateurs alleen adviezen konden uitbrengen, ligt ver achter ons. Lobbyisten weten dat allang. Wie wel eens in het Europees Parlement is geweest, weet dat deze belangenbehartigers er dag en nacht door het gebouw krioelen en veel moeite doen om de leden van het Europees Parlement van hun inzichten te overtuigen.

Het Europees Parlement heeft macht, en juist dat was reden om de macht van ons eigen nationale parlement wat te beperken. Met een rechtstreeks gekozen parlement in Brussel en Straatsburg was er bijvoorbeeld geen reden het zogenaamde instemmingsrecht uit de voormalige derde pijler (o.a. politie, justitie, civiel recht e.d.) integraal te handhaven. Immers, waar democratische controle op EU-niveau plaatsvindt, is nationale democratische controle overbodig. Het instemmingsrecht werd volgens deze destijds heersende gedachte dan ook sterk beperkt. Daarvoor in de plaats kwam per amendement een ‘behandelvoorbehoud’, een op zichzelf nuttig instrument dat de informatievoorziening aan het parlement zeker wil stellen, maar uiteindelijk geen instemmingsrecht inhoudt. Ook de subsidiariteitstoets, waarmee nationale parlementen Europese voorstellen kunnen afkeuren (mits er genoeg negatieve adviezen worden afgegeven en de Europese Commissie zich er iets van aantrekt), is kennelijk niet voldoende voor het huidige kabinet. Dat wil op voorhand al onderzoeken welke onderwerpen – in het kader van de subsidiariteit – beter in Nederland dan op Europees niveau kunnen worden geregeld. Niet ten onrechte zal hierbij meespelen dat nationale parlementen over een groter draagvlak lijken te beschikken dan het Europees Parlement, dat nog steeds kampt met miserabel lage opkomsten bij de verkiezingen. De verkiezingen van 2014, de eerste onder de werking van ‘Lissabon’, worden wat dat betreft een testcase.

De overige nieuwsberichten vertellen ons onder meer dat er een nieuwe Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid wordt aangesteld en dat Woerden een nieuwe burgemeester krijgt. Verder vraagt het kabinet advies aan de SER over de voorkoming en bestrijding van discriminatie op de arbeidsmarkt en verdwijnt de bijzondere positie van musici en artiesten bij WW-uitkeringen. En ten slotte vinden we berichtjes over garanties aan De Nederlandsche Bank, over scherper toezicht en betere handhaving door de Inspectie voor de Gezondheidszorg en over winstuitkeringen door ziekenhuizen. Het nogal omstreden idee dat ziekenhuizen winst mogen uitkeren aan personen die aan die ziekenhuizen kapitaal beschikbaar hebben gesteld, kwam al voor in het regeerakkoord van het eerste kabinet-Rutte. De VVD fietste het ook in het huidige regeerakkoord, maar de PvdA wist de plannen enigszins aan te passen (“De mogelijkheid om winst uit te keren in de zorg zal zo ingeperkt worden dat het alleen interessant is voor investeerders met een langetermijnperspectief”). De door de PvdA bedongen strengere voorwaarden worden middels een nota van wijziging nu verwerkt in het reeds bij de Tweede Kamer aanhangige wetsvoorstel voorwaarden voor winstuitkering aanbieders medisch-specialistische zorg.

De Eerste Kamer debatteerde niet met minister Blok over hypotheekrenteaftrek en een langere looptijd voor hypotheken, aangezien de minister daarover op dat moment nog in onderhandeling was met fracties in de Tweede Kamer (zie hierboven). De Eerste Kamer debatteerde daarentegen wel met minister Kamp over het voorstel voor een Instellingswet Autoriteit Consument en Markt. Blijkens het uitvoerige verslag van het debat op de website deed de minister het uitstekend. Waar hij een week eerder nog moest vragen om een schorsing om zich te beraden op de kritiek vanuit de Kamer, slaagde de minister er nu tot tevredenheid van de woordvoerders in een groot aantal zorgpunten weg te nemen. Bij de stemming, die na de komende recesweek zal volgen, lijkt het voorstel dus verzekerd van een meerderheid.

De Senaat is voor het overige vooral druk bezig met de aanstaande inhuldiging van de nieuwe koning. Hij speelt bij de organisatie hiervan een voorname rol, dankzij een merkwaardig archaïsme dat bepaalt dat de voorzitter van de niet-rechtstreeks gekozen Eerste Kamer tevens voorzitter van de Verenigde Vergadering der Staten-Generaal is. Deze voorzitter, mr. G.J. de Graaf, laat er in elk geval geen gras over groeien. Hij wil minimaal 500 gewone burgers, “die een afspiegeling van de samenleving vormen”, voor de inhuldigingsplechtigheid uitnodigen. Verder is deze week een fraaie website over het grote gebeuren op 30 april 2013 gelanceerd. Met deze website moeten we ons voorlopig even vermaken, want de komende week is de Eerste Kamer met reces. De week erop staan er echter twee gewichtige debatten op de agenda, namelijk de behandeling van de Wet financiering politieke partijen en een debat met de minister-president en de minister van Financiën over het rapport van Europees president Van Rompuy over de toekomst van Economische en Monetaire Unie.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: