Update ministerraad 5 februari 2010

door GB op 06/02/2010

in Haagse vierkante kilometer

De persberichten worden wekelijks schraler. Dit keer wordt er een pensioenregister aangelegd (weer een dataverzameling erbij) en er komt een Nationaal Comite om de vorming van het Koninkrijk der Nederlanden te herdenken. Van 2013 tot 2015 zijn de verschillende gebeurtenissen uit de periode van 1813 tot 1815 telkens 200 jaar geleden. Het kabinet doet verder ook niet geheimzinnig over de achtergrond van de festiviteiten:

Bij de activiteiten van het Nationaal Comité zal in het bijzonder aandacht worden besteed aan bewustwording van het Nederlands democratisch bestel, kennis van de rechtsstaat en de Grondwet en het bevorderen van verbondenheid/saamhorigheid in Nederland.

Het is weer de vertrouwde mix van sociale cohesie en Verfassungskitsch die we van dit kabinet gewend zijn. Het was dan overigens misschien ook een idee geweest om het Twaalfjarig Bestand te gaan herdenken. Dat is sinds 2009 jaarlijks vierhonderd jaar geleden en duurde eigenlijk het hele jaar door.

Maar Balkenende had geen persberichten nodig om zijn persconferentie mee te vullen. Hij begon namelijk meteen de Eerste Kamer de oren te wassen vanwege hun besluit om langer na te denken over de Crisis- en Herstelwet. Want hoewel we in verband met de ‘zorgvuldigheid’ en de ‘complexiteit’ al weken wachten op nieuws over Irak en over Uruzgan had de Eerste Kamer dit voorstel gewoon meteen in stemming moeten brengen. Heel bouwend Nederland komt op deze manier knarsend tot stilstand, aldus de premier. Maar de mate waarin het wetsvoorstel bijdraagt aan het oplossen van de gevolgen crisis is nu juist een van de kritiekpunten van de Senaat. Bovendien schept die wet ook een mogelijkheid voor de regering om in de toekomst allerlei projecten tot ‘herstel-projecten’ te bestempelen en dus zo makkelijker te kunnen onteigenen, bijvoorbeeld. Het gaat dus wel degelijk ergens over – zou je zeggen.

Rondom de ministerraad was verder ook nog door Van Middelkoop momentum opgebouwd. De altijd handig met de pers communicerende minister had laten vallen dat de kabinetsreactie op het Irak-rapport nog een kwestie van puntjes op de i was. Toen de kabinetsreactie er echter niet kwam, had Balkenende op de persconferentie al zijn studentikoze joligheid nodig om journalisten bij zich vandaan te houden. ‘Er stonden nogal veel i-tjes in,’ probeerde hij, en op een vraag van Frits Wester of ze er maandag verder over zouden praten: ‘dat hoort u niet te weten’. En nog zo wat. Alleen de journalist die probeerde uit te vissen of één van beide partijen het misschien gekoppeld had aan de Uruzgan-discussie kreeg een meer serieuze reactie. Die had dus wellicht beet. Het zou ook passen in het beeld van Van Middelkoop wiens onhandigheid vaak zijn te grote openheid is.

Ondertussen is een conceptversie van de kabinetsreactie uitgelekt. Daarmee is duidelijk geworden dat een groot deel van het debat een wedstrijdje touwtrekken over de betekenenis van artikel 100 wordt. Maar er wordt ook een schaal staatsrechtelijk water klaar gezet om straks de handen in te kunnen wassen. Het gaat om dit (lange) citaat:

Voorafgaand aan het geven van een reactie op het rapport acht het kabinet het op zijn plaats enkele opmerkingen te plaatsen over de staatsrechtelijke context waarbinnen de beoordeling van de door de commissie onderzochte besluitvorming door het toenmalige kabinet, door het huidige kabinet plaatsvindt.

De ministeriële verantwoordelijkheid is verbonden aan het ambt van de minister en het grondwettelijk lidmaatschap van de ministerraad, ongeacht wie het ambt vervult. Het staatsrecht is gebaseerd op de continuïteit van ambten en ambtsvervulling. Dit is een kernelement in de democratische rechtsstaat waarin het bestuur verantwoording aflegt. De ministeriële verantwoordelijkheid omvat zowel de individuele als de collectieve ministeriële verantwoordelijkheid, met inbegrip van de inbreng van individuele ministers in de ministerraad en de totstandkoming en uitvoering van besluiten van de ministerraad. Met zijn aantreden als minister neemt de nieuwe ambtsdrager van rechtswege de verantwoordelijkheid op zich voor hetgeen zijn ambtsvoorgangers hebben gedaan of nagelaten en wordt dit hem in staatsrechtelijke zin toegerekend. Deze ministeriële verantwoordelijkheid geldt onverkort en houdt in dat de ambtsdrager over de vervulling van het ambt in het verleden verantwoording aflegt door beantwoording van vragen en verstrekking van informatie. Hierbij staat de ambtsvervulling in het verleden centraal, ongeacht de persoon van de ambtsdrager. Een beoordeling of waardering vormt in staatsrechtelijke zin geen onderdeel van de verplichting deze verantwoording volledig af te leggen. Anderzijds kan een beoordeling of waardering evenmin leiden tot enige beperking van de staatsrechtelijke verantwoordingsplicht.

Ministeriële verantwoordelijkheid beperkt zich uiteraard niet tot het verleden maar houdt tevens in dat voor heden en toekomst beleid wordt ontwikkeld en uitgevoerd. Dit kan het gevolg zijn van nieuwe ontwikkelingen en inzichten maar ook van ervaringen en verantwoording. Beide vormen van de ministeriële verantwoordelijkheid zijn staatsrechtelijk onlosmakelijk verbonden aan hetzelfde ambt. In die zin kan de beoordeling van het verleden door een kabinet een onderdeel zijn van de ministeriële verantwoordelijkheid voor gevolgen die voor heden en toekomst verbonden worden aan nieuwe ontwikkelingen, ervaringen en afgelegde verantwoording. Het kabinet zal tegen deze achtergrond ook lessen trekken uit de besluitvorming in de periode zomer 2002 tot zomer 2003 over de politieke steun van Nederland aan de inval in Irak.

De erfzonde in het staatsrecht is eerder onderwerp van een post geweest, en ook toen wist ik niet precies hoe het zat. In het standpunt dat de verantwoordelijkheid aangrijpt bij het ambt en niet bij de ambtsdrager herken ik in ieder geval de opvatting van dr. Visser, de topambtenaar die recent promoveerde op de ministeriele verantwoordelijkheid. Tegelijk lees ik een beperking van diezelfde verantwoordelijkheid tot het ‘beantwoorden van vragen en het verstrekken van informatie’. Dat is een beperking ten opzichte van theorieën waarin de minister het beleid ook behoort te verdedigen. Hopelijk gaan de aankomende gebeurtenissen meer duidelijkheid werpen op dit voor mij mistige deel van het staatsrecht.

{ 2 reacties… read them below or add one }

1 C.N. 06/02/2010 om 22:04

Formeel zou ik zonder meer aansluiten bij de opvatting dat (politieke) ministeriële verantwoordelijkheid ambtsgebonden is, en dus niet persoonsgebonden.

Hoe het echter ook zij, ministeriële verantwoordelijkheid of niet, het vertrouwen van de Kamer is subjectief en het laat zich dus moeilijk in deze staatsrechtelijke termen vangen. Als de Kamer waarde hecht aan een beoordeling van het huidige kabinet, dan kan het kabinet daar niet zomaar omheen door zich te beroepen op het staatsrecht.

Ben benieuwd hoe dit afloopt…

Ook interessant is natuurlijk de situatie rond de crisis- en herstelwet. Misschien mondt dit uit in een clash tussen MP en EK en verschaft dat nieuwe inzichten in de nog altijd niet geheel duidelijke verhoudingen tussen kabinet en EK als het gaat om de vertrouwensregel. Maar goed, waarschijnlijk loopt het met een sisser af en blijkt de staatsrechtelijke wens vader van de gedachte…

2 Wil Geertens 07/02/2010 om 11:14

"Het was dan overigens misschien ook een idee geweest om het Twaalfjarig Bestand te gaan herdenken. Dat is sinds 2009 jaarlijks vierhonderd jaar geleden en duurde eigenlijk het hele jaar door."

Gelet op de plaats waar de ministerraad vergadert, had een herdenking van het Bestand (la Trêve) zeer voor de hand gelegen.

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: