Update ministerraad en wekelijkse Eerste Kamer watch 3 februari 2012

door Redactie op 05/02/2012

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Update  ministerraad en wekelijkse Eerste Kamer watch 3 februari 2012

Het kan allemaal nog wel een stukje strenger. Die conclusie kunnen we trekken na het bestuderen van de nieuwsberichten na afloop van de ministerraad. In de eerste plaats kan er nog wel een schepje bovenop als het om vreemdelingen gaat. Niet gewone vreemdelingen, maar criminele vreemdelingen. Die kunnen in de toekomst sneller hun verblijfsvergunning kwijtraken, zelfs al na één dag gevangenisstraf of jeugddetentie. Met deze wijziging van het Vreemdelingenbesluit geeft het kabinet uitvoering aan een voornemen uit het regeerakkoord. Nu kan een vreemdeling zijn verblijfsvergunning pas kwijtraken bij een gevangenisstraf van een maand, indien het gaat om een delict waarop minimaal twee jaar cel staat. Geert vindt dat knettergek, dus maakt Gerd er een dag brommen van. En passant maakt Gerd de definitie van veelpleger ook wat eenvoudiger: wie drie keer een misdrijf pleegt, is automatisch een veelpleger. Nu is dat, afhankelijk van hoe lang de vreemdeling in Nederland is, nog drie tot vijf jaar. Met deze aanscherpingen past de regering de zogenaamde ‘glijdende schaal’ – hoe korter in Nederland, des te eerder vlieg je er uit als je je niet gedraagt – aan. Om te voorkomen dat de glijdende schaal een hellend vlak wordt, iets wat de oppositie toch al direct zal aanvoeren, vindt altijd nog een individuele toets plaats waarbij ook Europese en internationale regels betrokken worden. Nederland moet immers niet nog eens voor vreemdelingenpesten veroordeeld worden.

Ook het hoger onderwijs wordt strenger bewaakt. Na het debacle met Hogeschool InHolland heeft het kabinet besloten dat het zo niet langer kan. Er wordt daarom een wetsvoorstel ingediend dat de accreditatie van opleidingen aanscherpt en onafhankelijker maakt en de Inspectie meer mogelijkheden geeft om toezicht uit te oefenen op de kwaliteit van het hoger onderwijs. Studenten vrijtijdskunde zullen hiermee in hun nopjes zijn. De Kieswet wordt op punten ook strenger: zo geldt straks dat, als het relevante wetsvoorstel althans succesvol door het parlement geloodst wordt, gemeenten verplicht zijn stembureauleden te trainen en vast te stellen dat zij over voldoende kennis en vaardigheden beschikken. Nationale waarnemers kunnen in de toekomst in de gaten gaan houden of de zaak niet in het honderd loopt met twee boerka’s in hetzelfde stemhokje. Maar op andere punten wordt de Kieswet juist soepeler. Zo vinden de volgende gemeenteraadsverkiezingen twee weken later plaats, om samenval met Aswoensdag te voorkomen. Een knieval voor de SGP? Niet waarschijnlijk, want Aswoensdag is een overwegend katholieke traditie. Interessant is dat kiezers die stemmen vanuit het buitenland voortaan niet langer verplicht een rood potlood hoeven te gebruiken. Ongetwijfeld zal D66 door middel van een amendement proberen te bewerkstelligen dat dit ook voor statenleden geldt. Door een stommiteit van een D66-statenlid in Noord-Holland (overigens in combinatie met een stem van een ander D66-statenlid op een andere partij in Zuid-Holland; een tactische meesterzet!) behaalde deze partij immers een zetel minder in de Senaat.

En deze Senaat krijgt in de toekomst ook allochtonen onder zijn electoraat, want als het wetsvoorstel wordt aangenomen dan mogen ook niet-Nederlanders op de BES-eilanden voortaan stemmen voor de eilandsraden en zich kandidaat stellen. Deze eilandsraden kiezen vervolgens weer samen met de leden van de provinciale staten de leden van de Eerste Kamer. Dat moet althans in de toekomst zo gaan. Eerst moet namelijk nog de Grondwet aangepast worden. Hoe zat dat ook al weer? Artikel 55 van de Grondwet bepaalt dat de leden van de Eerste Kamer worden gekozen door de leden van de provinciale staten. Over de vraag of dit artikel zich verzet tegen het toekennen van kiesrecht voor de Eerste Kamer aan de leden van de eilandsraden waren en zijn de meningen verdeeld. De regering vindt van niet, best wel veel andere mensen vinden van wel. Deze laatsten hebben de eerste ronde gewonnen: een eerdere wijziging van de Kieswet is onder druk van de Tweede Kamer opgezouten totdat artikel 55 is aangepast. Maar er speelde nog een tweede kwestie. Aanvankelijk zouden de leden van de eilandsraden door zowel Nederlandse als niet-Nederlandse ingezetenen gekozen worden. Een amendement-Remkes stak daar tot treurnis van de regering echter een stokje voor. Nu wenst de regering opnieuw actief én passief kiesrecht aan niet-Nederlanders toe te kennen. Op zichzelf niet echt bezwaarlijk, maar deze wijziging geeft niet-Nederlanders op de BES-eilanden indirect invloed op de samenstelling van de Eerste Kamer, terwijl eventuele allochtone eilandsraadsleden zelfs directe invloed krijgen. Ter vergelijking: niet-Nederlanders in het Europese deel van Nederland mogen niet stemmen voor provinciale staten en zich ook geen kandidaat stellen. De spanning met de Grondwet is dan ook weer voelbaar.

Na wat heen en weer geschuif met diplomaten, de benoeming van een directeur-generaal Cultuur en Media bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de benoeming van een lid van het College van procureurs-generaal komen we dan weer aan bij de Eerste Kamer. Die gaat aanstaande dinsdag in debat met de minister van BZK over het rapport van de Staatscommissie Grondwet en de weigering van de regering daar iets zinnigs mee te doen. De antwoorden op de vragen van de Bende van Engels zijn inmiddels binnen. Daar lezen we onder meer dat de regering nog even geen behoefte heeft om uit te leggen waarom vermindering van het aantal Kamerleden – in tegenstelling tot de voorstellen van de staatscommissie – getuigt van voldoende constitutionele rijpheid. “Jullie wachten maar op het wetsvoorstel”, zo luidt de redenering. Een nogal zwakke echo van het “Wacht op onze daden!” van Thorbecke.

Ook op de agenda staat het voorstel voorlichting te vragen aan de Raad van State over de wijze waarop regering en Tweede Kamer in gemeen overleg het wetsvoorstel normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector hebben verbouwd. Zoals in een eerdere bijdrage gesignaleerd, is het interessant om te zien hoe voormalig minister en huidig vice-president Donner zich in deze zaak zal opstellen. De door de minister zelf aangehangen wijze terughoudendheid dicteert in elk geval dat hij niet aan de advisering deelneemt. Als minister heeft hij immers dit wetsvoorstel verdedigd, de nota’s van wijziging overgelegd en de amendementen van de Tweede Kamer becommentarieerd. Daarmee wordt deze zaak in zekere zin een testcase voor de constitutionele rijpheid van Donner zelf.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: