Uw nieuwe koninkrijk kome III: Statuutswijzigingen

door MN op 11/02/2010

in Haagse vierkante kilometer

under construction

De reconstructie van het koninkrijk draait vooral om de deconstructie van het land de Nederlandse Antillen. Na ruim een halve eeuw aanmodderen is besloten te stoppen met het bijeenhouden van een land waar evenveel mensen wonen als in Eindhoven maar waar de afstanden net zo groot zijn als tussen Groningen en Stockholm (of Amsterdam en Wenen). De operatie vergt wetgevende maatregelen op drie niveaus. In de eerste plaats is er behoefte aan rijkswetgeving omdat een compleet land verdwijnt en twee nieuwe landen op het rijkstoneel verschijnen. In de tweede plaats is nieuwe Nederlandse wetgeving nodig omdat het land Nederland nieuw territoir krijgt waar van het Nederlandse recht afwijkende regels gaan gelden. In de derde plaats moeten de nieuwe landen Curaçao en Sint Maarten een vrijwel volledig nieuwe nationale rechtsorde in de lucht helpen. In deze aflevering van Uw nieuwe koninkrijk kome aandacht voor de wijzigingen in het Statuut.

Het creëren van een extra land kan zonder al te ingewikkelde wetgeving. Dat is wel gebleken in 1986, toen Aruba een aparte status kreeg. In het Statuut werd “Suriname” vervangen door “Aruba”, en dat was het wel ongeveer. Bij de feitelijke uittreding van Suriname in 1975 is het Statuut op z’n Amerikaans gewijzigd: een aan het einde bijgeplakt artikel maakte duidelijk dat het Statuut niet meer voor Suriname gold. Enkele jaren later, toen Aruba terugkwam op de eerder voorgenomen onafhankelijkheid, is in het Statuut nog een voorziening opgenomen over een bindend referendum (dat we dus wel degelijk kennen in onze nationale constitutionele ordening).

Anno 2010 ligt het iets anders: de regering stelt niet alleen voor om overal waar “de Nederlandse Antillen” staat voortaan te schrijven “Curaçao en Sint Maarten”, maar ze komt ook met wat inhoudelijke wijzigingen. Dat ligt wel voor de hand, nu een groter aantal landen in het koninkrijk zou kunnen leiden tot extra stroperigheid van besluitvormingsprocedures. Bovendien is in het verleden ervaring opgedaan met de nadelen van een confederale constructie die het moet stellen zonder onafhankelijk arbiter. Zo is er in 1997 gesteggeld over de noodzaak tot consensus over instemming met wijziging van Europese regelgeving die nadelig zou zijn voor de Antilliaanse industrie. Voortaan moet het Statuut voor dat soort gevallen een oplossing bieden. Er komt de mogelijkheid om bij rijkswet een voorziening in het leven te roepen voor de behandeling van aangewezen conflicten tussen het koninkrijk en de landen. Dat klinkt wat vaag, maar dankzij de inbreng van de Staten van Aruba, die uit de Trêveszaal hebben geklapt, weten we wat er wordt bedoeld. Er zijn plannen om “een onafhankelijke instantie in te stellen die strikt juridische geschillen over de interpretatie van de gezamenlijk overeengekomen bepalingen van het Statuut op adequate wijze kan beslechten”. Halsema wordt bijna ingehaald!

Verder gaat het Statuut doorzettingsmacht creëren voor het geval een land nalatig is bij de uitvoering van verdragsverplichtingen. Deze internrechtelijke oplossing moet problemen ten gevolge van volkenrechtelijke aansprakelijkheid voorkomen.

Een opvallende inhoudelijke wijziging is dat het Statuut gaat bepalen dat de voormalige Antilliaanse eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba onderdeel zijn van het Nederlandse staatsbestel maar dat bijzondere omstandigheden afwijking van de in Nederlandse wetgeving mogelijk maken. Het artikel lijkt geïnspireerd door art. 299 van het oude EG-verdrag (nu art. 349 in het Verdrag betreffende de werking van de Unie). De argeloze lezer zou denken dat artikel 1 van het Statuut op deze manier artikel 1 van de Grondwet op de helling zet. De regering formuleert het anders: het gelijkheidsbeginsel van artikel 1 Grondwet geldt op Saba evenzeer als in Siddeburen, maar deze nieuwe statutaire bepaling verheldert hoe en waarom “binnen de kaders van artikel 1 van de Grondwet een op de specifieke situatie toegesneden differentiatie kan plaatsvinden”. Het Statuut wordt dus een interpretatiehulp voor de Grondwet: de in het nieuwe art. 1 Statuut genoemde factoren maken dat gevallen dáár niet gelijk zijn aan gevallen hier. Deze Animal Farm-bepaling vervalt zodra de eilanden een eigen plek hebben verworven in de Grondwet.

Tot slot van deze aflevering een opvallend detail. Het Statuut kent een preambule die ter gelegenheid van de uittreding van Suriname en de verzelfstandiging van Aruba is gewijzigd. In de huidige tekst wordt in de preambule geconstateerd dat Suriname in 1975 het nest heeft verlaten en wordt overwogen dat Aruba uit vrije wil heeft verklaard de rechtsorde van het Statuut te aanvaarden. In het voorstel tot Statuutswijziging dat nu op tafel ligt, schuift Aruba door: in de preambule wordt geconstateerd dat Suriname en Aruba iets hebben gedaan, en overwogen dat Curaçao en Sint Maarten de rechtsorde van het Statuut willen aanvaarden. Het verschil in formulering lijkt aan te sluiten bij de gedachte dat het Statuut iets heeft van een (con)federaal contract dat tussen zelfstandige entiteiten is of wordt aangegaan.

{ 2 reacties… read them below or add one }

1 Christian 11/02/2010 om 10:07

Bedankt voor deze info, Mentko.
Een onafhankelijke instantie.. klinkt interessant. Klinkt niet heel onlogisch. In geschillen tussen de verschillende landen zal dan het recht, en niet de machtsverhouding, de doorslag geven. Ben wel benieuwd hoe dat Königreichsverfassungsgericht (KVerfG) dan vormgegeven gaat worden.

Of het bindende referendum uit het Statuut een nationaal fenomeen is, is een kwestie van terminologie. In ieder geval is het een (con)federaal fenomeen. Overigens zou ik het Koninkrijk eerder als federatie dan als confederatie beschouwen. Het komt mij voor dat slechts het recht van secessie (Art. 58 Statuut), dat overigens alleen aan Aruba toekomt, het enige confederale element is in het Koninkrijk. Voor het overige lijkt het mij een federatie, waarbij je kunt aantekenen dat de sterke Nederlandse toezichtsbevoegdheden weer meer in de richting van een eenheidsstaat zouden duiden…

2 MN 11/02/2010 om 13:38

Die definiëring van de staatsvorm van het koninkrijk is een interessant vraagstuk. Een enkele uitzondering daargelaten (de advocaat Bijkerk heeft uitgesproken opvattingen) vinden de meeste auteurs dat het koninkrijk confederale trekjes heeft (je noemt al het geclausuleerd secessierecht, maar denk ook aan het vereiste dat Statuutswijzigingen ex art. 55 door alle landen uitdrukkelijk moeten worden geaccepteerd), maar op onderdelen ook op een eenheidsstaat lijkt (denk aan de toezichtsinstrumenten en de mogelijkheid om wetgeving te maken die voor de onderdanen rechtstreeks verbindend is). Het Koninkrijk is, zo zegt men dan uit arren moede als het recht geen pasklaar label paraat heeft, een constructie sui generis.

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: