Uw nieuwe koninkrijk kome IV: Bonaire discrimineert

door MN op 14/02/2010

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Uw nieuwe koninkrijk kome IV: Bonaire discrimineert

Ruim een week geleden berichtte ik op dit blog dat de Bonairiaanse gezaghebber de referendumverordening ter vernietiging had voorgedragen bij de Gouverneur. Inmiddels heeft de Gouverneur een besluit genomen: de verordening is in strijd met het IVBPR, het Twaalfde Protocol bij het EVRM en het algemeen belang van het Koninkrijk.

Bij die verdragen zit de pijn ´m wat de Gouverneur betreft in de discriminatieverboden. De referendumverordening ontzegde het kiesrecht aan Nederlanders die niet in de Antillen geboren waren en na 1 januari 2007 op Bonaire waren gaan wonen. Die beperking acht de Gouverneur ongerechtvaardigd en daarmee in strijd met verdragsrecht. Het bestuurscollege had het gemaakte onderscheid proberen te rechtvaardigen met een verwijzing naar een door een VN-comité geaccordeerde soortgelijke variant in het Franse Nieuw Caledonië. Die vergelijking gaat volgens de Gouverneur niet op.  Op de Franse eilandengroep heeft een bloedige burgeroorlog gewoed. De restricties op het algemeen kiesrecht bij het Nieuw-Caledonisch referendum stonden in die unieke sleutel.

Mogelijk vreest de Bonairiaanse eilandsraad de komst van horden gelegenheidskiezers die zich op Bonaire vestigen om daags na het referendum de koloniale biezen weer te pakken. Voor het geval die vrees de achtergrond is van de kiesrechtuitsluiting van nieuwkomers, tovert de Gouverneur een alternatief uit zijn toezichtshoed. De eilandsraad zou kunnen bepalen dat slechts stemrecht toekomt aan meerderjarige Nederlanders die op de datum waarop de eilandsraad bij motie besloot tot het organiseren van een referendum, ingezetene waren.

Ook de onduidelijke begrippen in de referendumvraag moeten het ontgelden. Onduidelijke vragen kunnen leiden tot een onduidelijke uitkomst, en dat zou het “bijna voltooide proces van staatkundige herstructurering” kunnen vertragen. Zulke vertraging vindt de Gouverneur een onevenredige benadeling van de andere Antilliaanse eilanden, Nederland en de Bonairiaanse bevolking. De vraagstelling is daarom in strijd is met het algemeen belang van het koninkrijk.

Wat de precieze consequenties betreft is er aanleiding mijn eerdere post over dit onderwerp te corrigeren. Eerder stelde ik dat de gezaghebber de verordening voordroeg voor vernietiging.  Ik leunde daarbij teveel op de regeling van art. 273 uit de Nederlandse Gemeentewet, die voorschrijft dat de burgemeester besluiten waarvan hij meent dat ze niet door de beugel kunnen ter vernietiging moet voordragen aan de minister. Onder de Antilliaanse Gemeentewet (de Eilandenregeling Nederlandse Antillen) zit het anders. De gezaghebber heeft geweigerd de verordening af te kondigen omdat hij meende dat de verordening niet deugde. Hij is in zo´n geval verplicht de Gouverneur in kennis te stellen van zijn weigering. De Gouverneur moet vervolgens bepalen of die weigering terecht was. Van vernietiging is slechts sprake als  de verordening wel zou zijn afgekondigd. In het geval van de Bonairiaanse referendumverordening meent de Gouverneur dat de verordening terecht niet is afgekondigd. De niet-afgekondigde verordening zal niet in werking kunnen treden. De bal ligt nu bij het bestuurscollege: dat kan kroonberoep instellen tegen het besluit van de Gouverneur.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 3 trackbacks }

Vorige post:

Volgende post: