Uw nieuwe koninkrijk kome VI: BES-wetten

door MN op 18/03/2010

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Uw nieuwe koninkrijk kome VI: BES-wetten

Op dinsdag 9 maart heeft de Tweede Kamer de behandeling van de wetgeving die specifiek ziet op Bonaire, Sint Eustatius en Saba afgerond. LD berichtte daar al over. In deze aflevering van Uw nieuwe koninkrijk kome neem ik die BES-wetgeving onder de loep. Het wordt een lang verhaal, maar de BES liggen dan ook ver weg.

Aanleiding
De BES-eilanden zijn fysiek, economisch en bestuurlijk te klein om geheel op eigen benen te staan. In 2004/05 zijn de inwoners van Bonaire, Sint Eustatius en Saba per referendum gevraagd uit te spreken welke kant het op moest. Bonairianen en Sabanen wensten uittreding uit het Antilliaanse verband, in ruil voor een directe band met Nederland. Indertijd was niet geheel duidelijk wat onder die “directe band” moest worden verstaan, maar van meet af aan was duidelijk dat deze (kleine) eilanden niet de status van autonoom land begeerden. De ruim drieduizend zielen tellende bevolking van Sint Eustatius koos in het referendum als enige voor instandhouding van de Nederlandse Antillen.

Openbaar lichaam
Op voorzet van de Raad van State is in 2006 op een mini-conferentie besloten om Bonaire, Sint Eustatius en Saba de status van openbaar lichaam in de zin van art. 134 Grondwet te geven. Die status houdt in dat de eilanden onderdeel van het Nederlandse staatsbestel worden, maar dat er afwijkende normen en voorzieningen kunnen worden vastgesteld. De precieze betekenis van de status van openbaar lichaam, waarmee eerder ervaring was opgedaan ter gelegenheid van de inpoldering van Flevoland en de Rijnmondse regio, moest nader worden bepaald. Tijdens de zogenoemde Ronde Tafelconferentie van december 2008 zijn nadere afspraken gemaakt over de inrichting van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Omdat de eilanden elk de status van openbaar lichaam in de zin van art. 134 Grondwet krijgen, moeten de taken en inrichting van de nieuwe openbare lichamen, de samenstelling en (verordenende) bevoegdheid van hun besturen en het toezicht steunen op de wet. De regering heeft daartoe een ontwerp voor de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (de WolBES) ingediend. Volgens de WolBES behouden de eilanden de bestuursorganen die ze nu kennen: een eilandsraad, een bestuurscollege en een gezaghebber. Wat wel verandert is de onderlinge verhouding tussen deze organen: in het Antilliaanse staatsbestel functioneerden de organen in een monistisch bestuursmodel, de WolBES dualiseert de verhoudingen op vergelijkbare wijze als in Nederland is gebeurd bij de herziening van de Gemeentewet in 2002.

Verschil tussen openbaar BES-lichaam en gemeente
Wat de institutionele structuur betreft verschillen de BES-lichamen van de Nederlandse gemeenten vooral op het terrein van de omvang van de collegiale organen, de benoemingswijze van de gezaghebber, de intensiteit van toezicht op de eilandgebieden en het kiesrecht voor de Eerste Kamer.
Om met de grootte van de organen te beginnen: eilandsraad en het bestuurscollege kennen een gefixeerd aantal leden. De regering stelde voor de eilandsraad de bevoegdheid te geven zijn omvang beperkt te vergroten. Een amendement van VVD-kamerlid Remkes heeft die mogelijkheid uit het wetsvoorstel verwijderd. Het eilandgebied Bonaire krijgt met negen eilandsraadsleden een kleinere volksvertegenwoordiging dan de gemeente Bonaire met 15 leden zou hebben gehad.
De rol van de eilandsraad is bij de benoeming van een gezaghebber veel kleiner dan de rol van de gemeenteraad bij de benoeming van een burgemeester. Een relatie met een provinciale overheid ontbreekt: de BES-eilanden ressorteren rechtstreeks onder de rijksoverheid. Die rijksoverheid wordt in de BES gepersonifieerd door de Rijksvertegenwoordiger. De voor de hand liggende(r) naam rijkscommissaris zal wel als te beladen terzijde zijn geschoven. Voor de goede orde: het adjectief “rijk” ziet hier niet op het koninkrijk, maar op de centrale overheid van het land Nederland. Het woord heeft dus dezelfde betekenis als in rijksdaalder, rijksbegroting of rijkswaterstaat. Gelet op de mogelijke verwarring had een andere titel meer voor de hand gelegen.
Deze Rijksvertegenwoordiger oefent preventief en repressief toezicht uit ten aanzien van het doen en laten van de eilandsraden, de bestuurscolleges en de gezaghebbers. Toezicht van rijkswege op de eilandgebieden is onder de WolBES omvangrijker en eenvoudiger te activeren dan het toezicht op gemeenten en provincies onder de Gemeente- respectievelijk de Provinciewet.

Kiesrecht voor de Eerste Kamer
Over het kiesrecht voor de Eerste Kamer is op dit blog al bij eerder gediscussieerd. De regering wilde de eilandsraden voor de verkiezing van de Eerste Kamer bij wetsduiding gelijkstellen aan Provinciale Staten. Ten gevolge daarvan zouden niet-Nederlanders die deelnemen aan de verkiezing van de eilandsraad invloed krijgen op de samenstelling van de Eerste Kamer, terwijl niet-Nederlandse ingezetenen van een Nederlandse provincie die mogelijkheid niet hebben. De Tweede Kamer heeft bij motie vraagtekens gezet bij de grondwettigheid van deze onderdelen van de operatie. De staatssecretaris maakte het bij nota van wijziging mogelijk dat het gewraakte deel van de Kieswet pas na herziening van de Grondwet in werking zal treden. Ze heeft verder toegezegd te bevorderen dat art. 55 Grondwet met zoveel woorden gaat bepalen dat de Eerste Kamer wordt gekozen door Provinciale Staten en de eilandsraden van de BES.

Autonomie en medebewind
De openbare lichamen bestieren hun eigen huishouding (autonomie), maar evenals geldt voor de gemeente kan regeling en bestuur van de eilandgebieden worden gevorderd (medebewind). De eilandgebieden verliezen daarmee hun constitutioneel gewaarborgde autonomie waar ze aanspraak op hadden onder de Eilandenregeling Nederlandse Antillen.
De omvang van de BES-huishouding verschilt van de gemeentelijke huishouding. Het uitgangspunt is namelijk dat allerlei materiële Antilliaanse normen in de BES blijven gelden. Daartoe worden ze getransformeerd naar Nederlandse normen. Een bijlage bij de Invoeringswet-BES (IBES) bepaalt van een forse hoeveelheid Antilliaanse formele en materiële wetgeving hun toekomstige status als in de BES toepasselijke Nederlandse norm. Voor zover de tot formele wetten omgezette Antilliaanse regelingen alsmede op de openbare lichamen toepasselijke Nederlandse wetten aanpassing behoeven, gebeurt dat door de Aanpassingswet BES (ABES). Het ontwerp van de IBES gaat er kennelijk van uit dat de wetgever naar Nederlands staatsrecht bevoegd is voorschriften de status van algemene maatregel van bestuur c.q. ministeriële regeling te geven. Onduidelijk is wat dit betekent voor het toetsingsverbod van art. 120 Grondwet en strafrechtelijke ministeriële verantwoordelijkheid. Kan een BES-amvb die bij wet is vastgesteld worden getoetst aan de Grondwet? En kan een minster strafrechtelijk ter verantwoording worden geroepen voor een onrechtmatige ministeriële regeling die hij niet heeft gecontrasigneerd, maar die hem door de formele wetgever in de maag is gesplitst? De staatssecretaris heeft dergelijke vragen nog niet beantwoord.

Toezicht
Zojuist kwam de Rijksvertegenwoordiger al te sprake. Hij speelt een rol bij de uitoefening van toezichthoudende bevoegdheden door het land Nederland. Dat toezicht kan zowel preventief als repressief zijn. Het preventieve toezicht op de eilandgebieden herinnert enigszins aan de Gemeentewet van voor 1992, vooral doordat alle besluiten van algemene strekking moeten worden gemeld aan de Rijksvertegenwoordiger teneinde hem in de gelegenheid te stellen een voordracht voor vernietiging te doen. De regeling inzake taakverwaarlozing sluit aan bij het onderscheid tussen autonome en medebewindstaken dat de art. 132 lid 5 Grondwet jo art. 123 en 124 Gemeentewet kennen.

Amendementen
Op de WolBES, de IBES, de ABES en de wet die de financiële huishouding van de BES-eilanden regelt zijn enkele amendementen aangenomen. Het betreft de volgende wijzigingen.
Als gezegd is het amendement-Remkes dat beoogt te voorkomen dat de eilandsraden hun zetelaantal kunnen uitbreiden, aanvaard. De omvang van de eilandsraden is daarmee door de wet gefixeerd (link).
Het ambt van Sabaans en Statiaans eilandsraadslid is verenigbaar met de bij verordening aan te wijzen ambtelijke functies op die eilanden. Voor het drukker bewoonde Bonaire is deze combinatie incompatibel (link).
Anticiperend op de wijziging van de Gemeentewet zal de WolBES de gezaghebber niet verplichten een burgerjaarverslag uit te brengen (link).
Eilandsraden krijgen, naar analogie met de gemeenten, niet de bevoegdheid kansspelbelasting te introduceren (link).
Indieners van kandidatenlijsten moeten zich bij de gezaghebber legitimeren (link).
Niet-Nederlandse ingezetenen van de BES krijgen, anders dan niet-Nederlandse ingezetenen van gemeenten, geen kiesrecht voor de lokale volksvertegenwoordiging (link).
De regeling voor het stemmen bij volmacht wordt gelijkgetrokken met de Nederlandse regeling (link).
Voor amvb’s op het terrein van de zorg en sociale zekerheid wordt een voorhangprocedure verplicht (link).

Ten slotte zijn er enkele amendementen aangenomen die in de BES-eilanden op z’n minst omstreden zijn. Het betreft de volgende amendementen op de ABES, de wet die Antilliaanse en Nederlandse wetgeving die in de BES toepasselijk wordt waar nodig aanpast aan de plaatselijke omstandigheden:
De Nederlandse wetgeving op het terrein van levensbeëindiging en hulp bij zelfdoding, de afbreking van zwangerschap en de openstelling van het huwelijk voor personen van hetzelfde geslacht gaat ook gelden op de BES-eilanden (link, link en link).

De problematische situatie rondom het Bonairiaanse referendum duurt voort. De Tweede Kamer heeft de regering bij motie opgeroepen “voorzieningen” te treffen als “de uitslag van een eventueel nieuw referendum daartoe aanleiding geeft”. Mij is niet bekend of het Bestuurscollege Kroonberoep heeft ingesteld of dat een nieuwe referendumverordening zal worden opgesteld.

Inmiddels zijn de gewijzigde wetsvoorstellen bij de Eerste Kamer aanhangig. Behandeling van de BES-wetten staat, onder voorbehoud van tijdige en adequate beantwoording van vragen, geagendeerd voor 11 mei 2010. De (consensus)rijkswetten, waaronder de onontbeerlijke rijkswet tot wijziging van het Statuut, worden naar verwachting eind maart, begin april in de Tweede Kamer behandeld.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: